2. ACTUEEL

15-09-2015: Uitstekend gesprek IWOII met Nieuw Democratisch Zeist (NDZ) over o.a. rol en houding Zeisterse politie en over bedreigingen en overlast door Zeisterse Neonazi en Beroepsfantast Jan Peter Mante en Neonazipartner Marco H. van de Wetering !!!

Beste Lezers,

Vandaag, dinsdag, 15 september heden heb ik op het gemeentehuis van Zeist een ontmoeting gehad met de Fractieleden van Nieuw Democratisch Zeist. In dit gesprek vertelde ik aan de Fractievoorzitter, Koos van Gemeren en aan de Fractieleden van Nieuw Democratisch Zeist wat in de afgelopen jaren mijn ervaringen zijn geweest met de politie van Zeist en met justitie en hoe deze zich naar mij toe hebben gedragen in verband met de afhandeling van o.a. mijn aangiftes tegen de Zeisterse Neonazi Jan Peter Mante en diens partner Marco H. van de Wetering. Ik heb Koos van Gemeren en zijn fractiegenoten gevraagd mijn dossier nauwlettend te blijven volgen.

Koos van Gemeren gaf namens de fractie Nieuw Democratisch Zeist aan dat zijn partij het belangrijk vindt dat de democratische grondrechten van alle burgers in Zeist worden gewaarborgd en dat alle burgers door de Nederlandse overheid fatsoenlijk en met respect worden behandeld. Zijn partij ziet hier nauwlettend op toe. Net als alle andere Zeisterse burgers dient wat Nieuw Democratisch Zeist betreft dus ook mijn grondrechten te worden gewaarborgd en dien ook ik fatsoenlijk en met respect door overheidsambtenaren te worden behandeld. Koos van Gemeren gag tijdens het gesprek aan dat Nieuw Democratisch Zeist er in dit opzicht voor alle burgers van Zeist is, dus uiteraard ook voor mij.

Mijn dossier met betrekking tot mijn ervaringen met politie en justitie en omtrent de ondervonden bedreigen en overlast van de Zeisterse Neonazi Jan Peter Mante en diens partner Marco H. van de Wetering  is bij Koos van Gemeren en de overige fractieleden van Nieuw Democratisch Zeist bekend. Ook worden mijn mailings door hem en zijn overige fractieleden gelezen. Samen met vertegenwoordigers van andere Zeisterse politieke partijen wordt ook de fractie van Nieuw Democratisch Zeist regelmatig door de burgemeester van Zeist op de hoogte gehouden van mijn dossier met betrekking tot mijn contacten met politie en justitie en de ondervonden neonazistische bedreigingen en overlast.

De burgemeester van Zeist heeft immers hierin ook geïntervenieerd. Dankzij de burgemeester van Zeist heeft immers pas na 1 ¾ jaar eindelijk de eerste aangiftes van mijzelf en van twee andere benadeelde partijen, waaronder een inwoner van Zeist, bij de politie van Zeist plaats kunnen vinden. Voorheen weigerde de politie van Zeist namelijk om dit überhaupt te doen. Dankzij de interventie van burgemeester Janssen en de inzet van Yno Hoekstra, beleidsambtenaar van de gemeente Zeist, heeft de eerste aangifte uiteindelijk in november 2013 plaats gevonden. Daarna zijn er nog 16 andere aangiftes van mijn collega mr. Fred IJspeerd en van een andere vrouwelijke benadeelde Zeisterse partij gevolgd. In totaal zijn er 17 aangiftes verricht.

De fractie van Nieuw Democratisch Zeist liet mij bij monde van fractievoorzitter Koos van Gemeren weten dat zij de regelmatige terugkoppelingen hieromtrent door de burgermeester van Zeist met veel belangstelling zal blijven volgen, omdat de waarborging van de grondrechten en een respectvolle en fatsoenlijke behandeling van alle Zeisterse burgers, dus ook van mij, de fractie van Nieuw Democratisch Zeist zeer ter harte gaat.

Het is een open en eerlijk gesprek geweest, waarin een aantal zaken duidelijk naar elkaar toe werden uitgesproken. De oprechte belangstelling van Nieuw Democratisch Zeist met betrekking tot mijn dossier en dan met name toegespitst op mijn ervaringen als burger van Zeist met politie en justitie doet mij bijzonder veel genoegen. Ik heb het dan ook zeer op prijs gesteld dat de fractie van Nieuw Democratisch Zeist tijd voor mij in haar agenda heeft vrijgemaakt en mij vanavond persoonlijk te woord heeft gestaan. Na afloop van het gesprek wenste Fractievoorzitter Koos van Gemeren namens hemzelf en de overige fractieleden van Nieuw Democratisch Zeist mij persoonlijk in alle opzichten alle goeds voor mijn verdere toekomst toe en namen wij op allerhartelijkste en uiterst hoffelijke wijze afscheid van elkaar.

Met gevoelens van de meeste hoogachting en met vriendelijke groet,
INFORMATIECENTRUM TWEEDE WERELDOORLOG (IWOII)

Anne Louis Cammenga
Directeur




WEBSITE: INFORMATIECENTRUM TWEEDE WERELDOORLOG (IWOII)
IWOII: WEBPAGINA 8: BIJVAL/PERS

________________________________________________________________________________________________________________________________________

Gegevens Neonazi's (o.a. Jan Peter Mante) en hun consorten (o.a. Marco H. van de Wetering) op een memorystick aan VVD-Fractie Zeist overhandigd !!!

 
Zeist, 8 september 2015
 
Beste Lezers,

Gezien alle overlast die twee andere benadeelde partijen en ikzelf in de afgelopen jaren in woord en daad hebben ondervonden van de Zeisterse Neonazi Jan Peter Mante en consorten (o.a. zijn partner Marco H. van de Wetering) zal het u ongetwijfeld duidelijk zijn dat in de afgelopen jaren in mijn functie als Directeur van het Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII) contact heb gezocht met zowel landelijke als plaatselijke (Zeisterse) politieke partijen, die zich inzetten om racisme en discriminatie in onze samenleving te voorkomen en te bestrijden. De reden hiervoor is namelijk gelegen in het feit dat een aantal van de teksten, die mijn collega, mr. Fred IJspeerd en ikzelf in de afgelopen jaren namelijk op diverse rechtsextremistische/neonazistische fora hebben ontdekt ronduit discriminerend, racistisch, Antisemitisch, Anti-Marokkaans, etc. zijn. Wat het Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII) volledig gemeen heeft met de landelijke en plaatselijke (Zeisterse) politieke partijen is het voorkomen en het bestrijden van discriminatie in Nederland. Wij vinden het dan ook van groot belang dat de Nederlandse politici- voor zover zij dit nog niet is - (alsnog) uitvoerig en gedetailleerd op de hoogte wordt gebracht van de discriminerende, racistische, anti-Marokkaanse, antisemitische, etc. teksten, die wij beiden in de afgelopen jaren op diverse rechtsextremistische en neonazistische fora hebben aangetroffen.

Per slot van rekening is de Zeisterse Neonazi Jan Peter Mante – aantoonbaar - de oprichter en de eigenaar van het extreemrechtse Noordlandforum en vinden er – aantoonbaar - contacten plaats tussen het extreemrechtse Noordlandforum en het Neonazistische Stormfront. Daarnaast is Neonazi Mante ook actief op het Forum voor de Geuzen. Op dit forum hebben mijn collega, mr. Fred IJspeerd en ik o.a. een aantal discriminerende, racistische en antisemitische uitspraken aangetroffen, die er bepaald niet om liegen. Uiteraard heb ik vandaag Floris Veenendaal, een Fractielid van de VVD van de Gemeente Zeist en via hem zijn Zeisterse VVD-Fractievoorzitter en VVD-medefractieleden volledig van deze discriminerende uitspraken op de diverse rechtsextremistische/ neonazistische fora op de hoogte gebracht.
 
U zult dan ook zonder meer kunnen begrijpen dat – gezien alle in de afgelopen jaren ondervonden overlast van o.a. deze Zeisterse Neonazi Jan Peter Mante en zijn partner Marco H. van de Wetering – ik het van groot belang acht dat landelijke en plaatselijke politieke partijen, die zich net als mijn collega, Fred en ikzelf zich inzetten om discriminatie, racisme, neonazisme, fascisme, antisemitisme en Marokkanenhaat in onze samenleving te bestrijden en te voorkomen deze uiterst relevante kennis in hun bezit krijgen. Zij kunnen met deze kennis immers hun voordeel doen. Zo is het o.a. bekend dat de VVD zich vanuit haar liberale grondbeginselen reeds jarenlang inzet om de democratische grondrechten en daarmee de democratische gelijkheidsprincipes voor alle burgers in ons land te verdedigen en te bewaken . Voor meer informatie over de doelen en de activiteiten van de landelijke en de plaatselijke VVD-Fracties verwijs ik u graag naar de landelijke en de plaatselijke websites van deze in Nederlands uiterst belangrijke politieke partij.
 
Op de memorystick met de 19 archiefmappen en de duizenden documenten die ik heden, dinsdag 8 september 2015 om 20.45 uur persoonlijk aan Floris VeenendaalFractielid van de VVD van de gemeente Zeist en daarmee aan de VVD-Fractievoorzitter en al zijn medefractieleden heb overhandigd, bevinden zich uiteraard alle gegevens over de Zeisterse Neonazi Jan Peter Mante, diens partner Marco H. van de Wetering, diverse extreemrechtse/neonazistische fora en over o.a. discriminerende, racistische en haat zaaiende teksten t.a.v. o.a. onze Christelijke en Joodse medeburgers, die wij op de diverse fora in de loop der tijd zijn tegengekomen.
 
De indeling van de memory-stick, die ik vandaag aan VVD-Fractielid Floris Veenendaal en daarmee aan al zijn Fractiegenoten van de VVD van de gemeente Zeist heb overgedragen, is als volgt: 

 
 
Anne Louis Cammenga, Directeur van het Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII) overhandigt een memorystick met 19 archiefmappen met de duizenden documenten aan Floris Veendenaal, Fractielid van de VVD en via hem aan zijn Zeisterse VVD-Fractievoorzitter en VVD-medefractiegenoten.. De informatieoverdracht wordt door de beide heren bezegeld met een welgemeende, stevige handdruk.   

 
Zelf vind ik het van groot belang dat Floris Veenendaal, Fractielid van de VVD van de gemeente Zeist en daarmee al zijn collega’s vandaag van deze documenten in alle opzichten volledig kennis hebben genomen. Uiteraard geven mijn collega, mr. Fred IJspeerd en ikzelf Floris Veenendaal en al zijn collega’s van de VVD van de gemeente Zeist onze volledige toestemming om de inhoud van deze 2141 documenten bij alle overige andere VVD-Fracties in heel Nederland; al hun zusterorganisaties wereldwijd en alle door hen gewenste overheidsorganisaties en politieke partijen bekend te maken, die in welke vorm dan ook hun voordeel met de inhoud van deze documenten kunnen doen. Want hoe méér overige VVD-Fracties, zuster-; belangen-; overheidsorganisaties en politieke partijen in binnen- en buitenland van deze informatie kennis kunnen en zullen nemen; hoe meer dit er – naar onze mening – in de praktijk toe zal bijdragen dat discriminatie, racisme, neonazisme, fascisme, antisemitisme, Marokkanenhaat, etc. in onze samenleving effectief kan worden voorkomen en bestreden.  

Uiteraard mogen VVD-er Floris Veenendaal en al zijn VVD-collega’s van mijn collega Fred en mijzelf de stukken – nogmaals – vrijelijk verspreiden over politici en politieke partijen, waar ter wereld dan ook. Of de stukken aan journalisten – waar ter wereld dan ook – ter publicatie doen toekomen. Journalisten – waar ter wereld dan ook – mogen – wat ons beiden betreft – dan ook naar hartenlust uit deze stukken citeren. Want er zitten namelijk een groot aantal documenten op de memorystick, die uiterst interessante input kunnen leveren voor het politieke debat over het functioneren van het Nederlandse koningshuis, politie en justitie. Zéker de politie is een uiterst interessant debatonderwerp nu blijkt dat de realisatie van de Nationale Politie absoluut niet is geslaagd. Zeker nu alle problemen bij de invoering van de Nationale Politie tot zulk een omvangrijke hoogte zijn gestegen. En het er – helaas - ook niet naar uit ziet dat deze problemen op korte termijn zullen zijn opgelost.

Mogen mensen zoals mijn collega en ikzelf, die zich volledig vrijwillig en onbezoldigd inzetten voor objectieve geschiedschrijving eigenlijk wel op een dergelijke manier worden aangepakt, zoals wij beiden dit in de afgelopen jaren met politie en justitie hebben meegemaakt? Aan VVD-er Floris Veenendaal en daarmee aan zijn Zeisterse VVD-Fractiegenoten heb ik laten weten dat de Tweede Kamerfractie van de Partij voor de Dieren mijn dossier met betrekking tot de uitlatingen van politie en justitie naar mij persoonlijk toe inmiddels heeft toegevoegd als praktijkdossier aan de door de Tweede Kamer geaccordeerde Wet Huis Voor Klokkenluiders. Als mij dit alles als directeur van het Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII) in Nederland kan overkomen, wie garandeert mij als democratisch ingesteld burger van Nederland dat dit directeuren en bestuurders van andere organisaties en bedrijven in Nederland dan ook niet overkomt? Past dit eigenlijk wél in een moderne democratie?
 
Kortom: wat mijn collega Fred en mijzelf betreft dus genoeg inhoudelijk ‘voedsel’ voor het openbare publieke en politieke debat.
 
Uiteraard mogen VVD-er Floris Veenendaal en al zijn VVD-collega’s – waar ter wereld dan ook – mijn collega Fred en mijzelf altijd benaderen voor het inwinnen van nadere informatie. Mijn collega en ik zullen Floris Veenendaal en al zijn VVD-collega’s – waar ter wereld dan ook - te allen tijde – waar dit maar in ons vermogen ligt – bijzonder graag van dienst zijn. Want wij beiden willen hem en zijn collega’s in alle opzichten volledig terzijde staan in onze gemeenschappelijke doel om de grondrechten van alle Nederlandse burgers mee te helpen verdedigen en te bewaken. VVD-er Floris Veenendaal en al zijn VVD-collega’s kunnen hierin dan ook te allen tijde wereldwijd voor de volle 100% op mijn collega, Fred en mijzelf rekenen.

Mijn collega Fred en ikzelf wensen VVD-Fractielid Floris Veenendaal, zijn VVD-Fractievoorzitter en al zijn medefractieleden en –Assistenten van de Zeisterse VVD-Fractie, alsmede van de landelijke VVD Tweede Kamerfractie en van alle overige VVD-Fracties elders in Nederland heel veel succes toe met al hun nuttige en uiterst belangrijke politieke werkzaamheden ten behoeve van al onze medeburgers toe.
 
Met gevoelens van de meeste hoogachting en met vriendelijke groet,
INFORMATIECENTRUM TWEEDE WERELDOORLOG (IWOII)
 
Anne Louis Cammenga
Directeur
Website: www.iwoii.nl


 

___________________________________________________________________________
 

Dreamteam IWOII: Vijf fantastische HBO-studenten houden uitstekende eindpresentatie (stageopdracht) / Kennismaking met Bastiaan Timmerman, Briljante Directeur van Mango-IT



Beste Lezers,

Zoals u weet heb ik als directeur van het Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII) de afgelopen maanden vijf HBO-studenten als opdrachtgever begeleid bij hun ICT-stageopdracht  “Execute your own project” (EYOP). Deze stageopdracht is een onderdeel van de opleiding Business IT & Management (BIM) van de Hogeschool Utrecht (HU).

Deze themaopdracht wordt uitgevoerd in het tweede semester van leerjaar 2, dat loopt van maart tot juli 2015. De studenten krijgen gedurende dit semester 2 x 4 weken cursus (8 weken in totaal), in beide gevallen opgevolgd door 2 weken project (4 weken in totaal). Gedurende de cursusweken dienen de studenten zich tenminste 1 dag per week volledig aan de themaopdracht te wijden, gedurende de projectweken is dit tenminste 3 dagen per week.
 

De opdracht

De opdracht integreert de kennis en vaardigheden die de studenten gedurende het tweede jaar aangeboden krijgen. De studenten gaan in teamverband, van 4 a 5 studenten, werken aan een complexe opdracht, gebaseerd op een concrete vraagstelling uit de praktijk, waarbij het resultaat is bedoeld voor een externe opdrachtgever.  De studietijd voor de opdracht is 280 uur per student. Hiervan zal ongeveer 30% opgaan aan schoolopdrachten. De overige uren dienen te worden besteed aan de externe opdracht, zowel op locatie bij de externe opdrachtgever als in projectruimten op school
 

Achtereenvolgens dienen de studenten:
- Een opdracht te verwerven;
- Een Plan van Aanpak op te stellen (op afstudeerniveau);
- De opdracht uit te voeren conform dit Plan van Aanpak.

De studenten zijn redelijk vrij in de keuze van hun resultaatgebieden. Zij zijn vrij om te kiezen uit het domein (ERP, CRM, BPMS, BI en Service management) en de bedrijfsfunctie(s) (marketing, sales, productie, helpdesk, etc.) en laten dit afhangen van de voorkeur van de projectgroep leden en de mogelijkheden bij de opdrachtgever. De belangrijkste eisen die de HU stelt zijn:
1.  Het project dient een procesverbetering zijn die m.b.v. ICT wordt ondersteund;
2.  Het project dient voldoende complex van aard te zijn om er met 5 projectleden 10EC (zijnde 1400 uur) aan te besteden;
3.  Het project dient multidisciplinair van aard (processen, technologie en mens) te zijn.

 
De uitvoering

De opdracht wordt uitgevoerd door een team van 4 a 5 studenten van de opleiding BIM. Wanneer de opdrachten zich qua context hiervoor lenen kunnen eventueel ook studenten van andere ICT afstudeerrichtingen hierin deelnemen. Van elk team wordt verwacht dat zij tijdens de reguliere lesweken wekelijks tenminste 1 volle dag van 8 werkuren, of 2 dagdelen van 4 uur, gezamenlijk in een ruimte werken aan de opdracht. Bij voorkeur is deze ruimte op locatie van de opdrachtgever. Gedurende de tussenliggende en afsluitende 2 projectweken zullen zij tenminste 3 werkdagen per week gezamenlijk aan de opdracht werken. (In totaal komt dit neer op 4 weken van 3 dagen).

Het definitief aantal uren dat er daadwerkelijk op uw locatie gewerkt kan worden hangt gedeeltelijk af van de snelheid waarmee de studenten de opdracht verwerven. Komen de opdrachtgever en de studenten snel tot overeenstemming, dan kunnen zij dus meer werkdagen besteden aan de opdracht dan wanneer een groter deel van de beschikbare tijd wordt besteed aan de werving van een opdracht.

Formeel werken de studenten onder dezelfde voorwaarden als die gelden bij een oriënterende stage. De studenten hebben hierbij een inspanningsverplichting, maar geen resultaatverplichting. De opleiding is formeel geen partij. Eventuele rechten van opgeleverde producten komen ten goede aan de opdrachtgever.
 

De begeleiding

Het team studenten wordt begeleidt door een hiervoor aangegeven contactpersoon bij de opdrachtgever en een HU-docent.

De opdrachtgever zorgt voor het verstrekken van de opdracht. Verder wordt verwacht dat de opdrachtgever ongeveer 1 x per 3 weken de uitvoering bespreekt met het studententeam. Aan het eind van het semester is er een formele beoordeling op de HU, waarbij ook de opdrachtgever verwacht wordt.

De HU-docent beoordeeld de opdracht op voorhand aan de hand van het Plan van Aanpak dat door de studenten moet worden opgeleverd. Alleen wanneer het Plan van Aanpak akkoord is voor zowel de HU (beoordeling conform afstudeerleidraad) als de opdrachtgever mag een studententeam de betreffende opdracht uitvoeren. Daarnaast heeft de HU-docent de rol van procesbegeleider. De voortgang wordt met regelmaat besproken. Ook stelt de HU-docent de uiteindelijke eindbeoordeling vast.

 
Het proces

Gedurende de lesweken (startend in februari) wordt het team studenten in de eerste 6 weken door de HU docent begeleid bij het verwerven van de opdracht. Belangrijke ‘deliverables’ zijn:
•   Propositie (wat willen jullie en wat kun jullie goed)
•   Hitlist (wie kennen jullie en wie gaan jullie benaderen)
•   Getekend voorstel voor een project start van de werkzaamheden bij de opdrachtgever
•   Plan van Aanpak conform afstudeerleidraad uiterlijk 8e week gerealiseerd en akkoord
•   Realisatie
•   Eindrapport: 19e week gerealiseerd
    o   Analyse (proces, ICT en mens)
    o   Bevindingen
    o   Advies
    o   Doorgerekende Business Case
    o   Projectbeoordelingsmethode
    o   Implementatieplan
Eindpresentatie: 20e week – De presentatie heeft op 17 juni jl. in het gebouw van de Hogeschool Utrecht plaatsgevonden. Als de opdrachtgever van deze vijf HBO-studenten ben ik – uiteraard – bij deze eindpresentatie aanwezig geweest.

Resultaat: Gerrit Jan Boshuizen, de Docent van mijn dreamteam liet in mijn aanwezigheid weten dat hij hun eindpresentatie zonder meer positief heeft beoordeeld en dat zij hun zomervakantie dus met een gerust en tevreden gevoel tegemoet kunnen zien.

 
Graag stel ik mijn persoonlijke dreamteam en hun persoonlijke kerncompetenties hierbij aan u voor:

Bob Bontje:
·         Teamspeler
·         Besluitvaardig
·         Uitstekende Bestuurder

Avinash Dihal:
·         Uitmuntende Verslaglegger
·         Analystisch Sterk
·         Passie voor Processen Modelleren

Guillaume Toubi:
·         Sterke Dedactiek
·         Uitstekende Kennis op ICT-gebied
·         Gedreven

Jessy Schurink:
·         Efficiënt
·         Gestructureerd
·         Innoverend

Niels de Koning:
·         Teamplayer
·         Methodisch
·         Praktijkgerichte kennis en grote interesse op ICT-gebied

Hun persoonlijke kerncompetenties zijn zonder meer naar voren gekomen tijdens onze uitstekende samenwerking in de afgelopen periode en hun eindpresentatie was er dan ook naar. Als hun opdrachtgever ben ik uiteraard bij deze eindpresentatie aanwezig geweest om – waar nodig en gewenst – hun presentatie met mijn eigen opmerkingen en bevindingen aan te vullen. Als directeur van het Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII) kijk ik met veel genoegen op onze uitstekende samenwerking in de afgelopen maanden terug en ik zie dan ook met veel genoegen komende week uit naar het eindrapport en naar de oplevering van de nieuwe website voor het Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII), die die dreamteam in het kader van hun stageopdracht voor onze stichting heeft ontwikkeld. Mijn collega, mr. Fred IJspeerd en ikzelf wensen deze vijf briljante studenten zowel zakelijk als privé in alle opzichten alle goeds voor hun verdere toekomst toe. Wij zullen vast en zeker nog heel veel van deze vijf veelbelovende HBO-studenten in de toekomst gaan horen. Mijn collega en ik zullen hun toekomstige ontwikkelingen in ieder geval met zeer veel interesse blijven volgen en zien beiden met veel genoegen terug op onze goede samenwerking in de afgelopen periode.

 
In totaal hebben vier HBO-studententeams op 17 juni jl. in het kader van hun stageopdracht een eindpresentatie gehouden. Mijn eigen team hield de tweede eindpresentatie. Eén van de leden van het derde studententeam dat op deze dag haar eindpresentatie heeft gehouden is Bastiaan Timmerman. Naast HBO-student is Bastiaan Timmerman ook directeur van het door hemzelf opgerichte bedrijf Mango-IT.

 

Mango IT is een startende onderneming opgezet door twee IT studenten. Met een frisse blik op de IT wereld probeert Mango IT hoogstaande producten neer te zetten voor haar klanten. Zo is Mango IT bezig met  de hardware om de MSU’s van Mobisolar uit te lezen en de data grafisch mooi weer te geven in een webapplicatie. Zo kunnen klanten inloggen en de locatie, zonnepaneel statistieken en accu statistieken inzien van de MSU’s. Hiernaast is Mango IT bezig met het aanleggen van consument en MKB internet netwerken die in de cloud beheerd worden. Zo kunnen eventuele problemen vaak binnen enkele minuten opgelost worden. Dit alles is mogelijk door nieuwe generatie netwerk apparatuur in te zetten. Betrouwbaarheid en simpliciteit staan hierbij centraal. Ten slotte bouwt Mango IT ook professionele website’s gebaseerd op het populaire content management systeem Wordpress.  


Voor het bedrijf Mobisolar hebben Sebastiaan Timmerman, Directeur van Mango-IT en zijn HBO-medestudenten hun stageopdracht verricht door de hardware om de MSU’s van Mobisolar uit te lezen en de data grafisch mooi weer te geven in een webapplicatie. Op de vervaardiging van welke producten richt het bedrijf MobiSolar zich?

Al onze producten zijn vanuit een duurzaam oogpunt ontwikkelt en hebben als doel om maatschappelijk verantwoord ondernemers een oplossing te bieden op het gebied van energievoorziening. Ons product, de Mobile Solar Unit, kan voor veel doeleinden gebruikt worden. Hierbij kan gedacht worden aan stroomvoorziening voor camerabeveiliging, evenementen, bouwterreinen en buitenbeurzen. De mogelijkheden zijn oneindig! Met onze Mobile Solar Unit laten we zien dat duurzame oplossingen alleen maar voordelen biedt. De MSU draagt bij aan verantwoord ondernemen en kan voor onbeperkte tijd blijven functioneren. Dit alles zonder routinehandelingen!

Als Directeur van het Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII) kan ik Bastiaan Timmerman en zijn uitmuntende bedrijf Mango-IT alsmede het bedrijf MobiSolar met zijn energievriendelijke producten zonder meer van ganser harte bij u allen aanbevelen.

Met gevoelens van de meeste hoogachting en met vriendelijke groet,
INFORMATIECENTRUM TWEEDE WERELDOORLOG (IWOII)

Anne Louis Cammenga
Directeur
 
 
 

Guillaume Toubi en Jessy Schurink verdedigen op inhoudelijk uitstekende wijze de inhoud van hun presentatie. Op het projectiescherm ziet u het IWOII-logo.

 


 

Van links naar rechts: Bob Bontje, Jessy Schurink, Gerrit Jan Boshuizen, Docent aan de Hogeschool Utrecht, Anne Louis Cammenga, Directeur van het Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII), Guillaume Toubi, Niels de Koning en Avinash Dihal.
 
Van links naar rechts: Bastiaan Timmerman, HBO-Student aan de Hogeschool Utrecht en tevens de jonge, briljante Directeur van Mango-IT en Anne Louis Cammenga, Directeur van het Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII). Als Directeur van het Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII) kan ik Bastiaan Timmerman en zijn uitmuntende bedrijf Mango-IT alsmede het bedrijf MobiSolar met zijn energievriendelijke producten zonder meer van ganser harte bij u allen aanbevelen.
_____________________________________________________________________
 
 
 

___________________________________________________________________



Gegevens van Neonazi's en hun consorten (o.a. Zeisterse Neonazi Jan Peter Mante en partner Marco H. van de Wetering) en van rechtsextremistische/neonazistische fora op een memorystick (19 archiefmappen/2141 documenten) ter informatie aan het Samenwerkingsverband van Marokkaanse Nederlanders (SMN) overhandigd 


Beste Lezers,

Gezien alle overlast die twee andere benadeelde partijen en ikzelf in de afgelopen jaren in woord en daad hebben ondervonden van de Zeisterse Neonazi Jan Peter Mante en consorten (o.a. zijn partner Marco H. van de Wetering) zal het u ongetwijfeld duidelijk zijn dat in de afgelopen jaren in mijn functie als Directeur van het Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII) contact heb gezocht met o.a. het Samenwerkingsverband van Marokkaanse Nederlanders (SMN). De reden hiervoor is namelijk gelegen in het feit dat een aantal van de teksten, die mijn collega, mr. Fred Jan IJspeerd en ikzelf in de afgelopen jaren namelijk op diverse rechtsextremistische/neonazistische fora hebben ontdekt ronduit anti-Marokkaans, antisemitisch, racistische, etc. zijn. Wat het Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII) volledig gemeen heeft met het Samenwerkingsverband van Marokkaanse Nederlanders (SMN) is het voorkomen en het bestrijden van discriminatie en racisme in Nederland. Wij vinden het dan ook van groot belang dat het Samenwerkingsverband van Marokkaanse Nederlanders (SMN) - voor zover zij dit nog niet is - (alsnog) op de hoogte wordt gebracht van de racistische, anti-Marokkaanse, antisemitische, etc. teksten, die wij beiden in de afgelopen jaren op diverse rechtsextremistische en neonazistische fora hebben aangetroffen.

 
Per slot van rekening is Neonazi Jan Peter Mante – aantoonbaar - de oprichter en de eigenaar van het extreemrechtse Noordlandforum en vinden er – aantoonbaar - contacten plaats tussen het extreemrechtse Noordlandforum en het Neonazistische Stormfront. Daarnaast is Neonazi Mante ook actief op het Forum voor de Geuzen. Op dit forum hebben mijn collega, mr. Fred IJspeerd en ik o.a. een aantal racistische en antisemitische uitspraken aangetroffen, die er bepaald niet om liegen. Uiteraard heb ik vandaag Aissa Zanzen, de Secretaris van het Samenwerkingsverband van Marokkaanse Nederlanders (SMN) volledig van deze racistische uitspraken op diverse rechtsextremistische/ neonazistische fora op de hoogte gebracht.
 
U zult dan ook zonder meer kunnen begrijpen dat – gezien alle in de afgelopen jaren ondervonden overlast van deze Zeisterse Neonazi – ik het van groot belang acht dat organisaties, die zich net als ikzelf inzetten om neonazisme, racisme, fascisme en antisemitisme in onze samenleving te bestrijden en te voorkomen deze uiterst relevante kennis in hun bezit krijgen. Zij kunnen met deze kennis immers hun voordeel doen. Zo is het o.a. bekend dat het (inter)nationaal georiënteerde Samenwerkingsverband van Marokkaanse Nederlanders (SMN) zich reeds jarenlang inzet met als o.a. het voor onze (inter)nationale samenleving uiterst belangrijke doel om Marokkanenhaat in Nederland te voorkomen en te bestrijden.
 
Op de memorystick met de 19 archiefmappen en de (totale inhoud: 2141 documenten die ik heden, vrijdag, 5 juni 2015 om 16.00 uur persoonlijk aan Aissa Zanzen, de Secretaris van het Samenwerkingsverband van Marokkaanse Nederlanders (SMN) heb overhandigd, bevinden zich uiteraard alle gegevens over de Zeisterse Neonazi Jan Peter Mante, diens partner Marco H. van de Wetering, diverse extreemrechtse/neonazistische fora en over o.a. discriminerende en haat zaaiende teksten t.a.v. o.a. onze Marokkaanse medeburgers, die wij op de diverse fora in de loop der tijd zijn tegengekomen.
 
Zelf vind ik het van groot belang dat alle medewerkers van het Samenwerkingsverband van Marokkaanse Nederlanders (SMN) vandaag van deze documenten in alle opzichten volledig kennis hebben genomen. Uiteraard geven mijn collega, mr. Fred Jan IJspeerd en ikzelf onze volledige toestemming om de inhoud van deze 2141 documenten zowel nationaal als internationaal bij alle Marokkaanse belangen- en overheidsorganisaties bekend te maken, die in welke vorm dan ook hun voordeel met de inhoud van deze documenten kunnen doen. Want hoe meer Marokkaanse belangen- en overheidsorganisaties in binnen- en buitenland van deze informatie kennis kunnen en zullen nemen; hoe meer dit er – naar onze mening – in de praktijk toe zal bijdragen dat het neonazisme, racisme, fascisme, antisemitisme, Marokkanenhaat, etc. in onze samenleving effectief kan worden voorkomen en bestreden.
 
Met gevoelens van de meeste hoogachting en met vriendelijke groet,
INFORMATIECENTRUM TWEEDE WERELDOORLOG (IWOII)
 
Anne Louis Cammenga
Directeur
 
 
 
Anne Louis Cammenga, Directeur van het Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII) (rechts) overhandigt een memorystick met 19 archiefmappen en met 2141 documenten aan Aissa Zanzen, Secretaris van het Samenwerkingsverband van Marokkaanse Nederlanders (SMN) (links).
 
 
De informatieoverdracht van 19 archiefmappen met 2141 documenten wordt door Anne Louis Cammenga, Directeur van het Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII) (rechts) en Aissa Zanzen, Secretaris van het Samenwerkingsverband van Marokkaanse Nederlanders (SMN) bezegeld met een welgemeende, stevige handdruk.   

 
 

_____________________________________________________________________________________________________________________________


Beste Lezers,

Op zondag, 17 mei jl. heb ik na afloop van de Heilige Mis, waar ik als Misdienaar heb gefungeerd voor de Zuid-Soedanese Pastoor John Opi Severino, een bijzonder constructieve ontmoeting gehad met Sara Ketelaar en Edwin Ruigrok, vertegenwoordigers van PAX en met Jannie Nijwening, vertegenwoordiger van de Raad van Kerken. De organisatie PAX is lid van de internationaal opererende organisatie Pax Christi International. Deze organisaties werken samen met Pastoor John Opi Severino om in het door oorlog geteisterde Zuid-Soedan de vrede te bevorderen. De Republiek van Zuid-Soedan heeft namelijk te maken met grensconflicten en met onderlinge stammenstrijd. Vanuit de principes van het christelijke geloof zetten Pastoor John Opi Severino, PAX – lid van Pax Christi International – en de Raad voor Kerken zich in om de vrede in Zuid-Soedan, maar uiteraard ook elders in de wereld, te bevorderen en op een vreedzame wijze te zoeken naar een oplossing van huidige conflicten. Voor zijn inzet om de vrede in Zuid-Soedan te bevorderen ontving Pastoor John Opi Severino na afloop van de Heilige Mis uit handen van Sara Ketelaar namens PAX als blijk van waardering een schitterende handgesneden houten vredesduif cadeau.
 
Het Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII) zet zich vanuit de principes van het Christelijke Rooms-Katholieke geloof in om neonazisme, fascisme en antisemitisme in onze samenleving te voorkomen en te bestrijden, omdat dit verderfelijke gedachtengoed immers volkomen onverenigbaar is met de inhoud en de leer van het Christelijke geloof.

Wij hebben een inhoudelijk bijzonder goed en plezierig gesprek met elkaar gevoerd, waarin wij naar elkaar toe onze oprechte overtuiging hebben uitgesproken hoe belangrijk het is om zowel als organisaties en als individuele burgers gezamenlijk de handen ineens te slaan om internationaal de vrede te bevorderen en om neonazisme, fascisme en antisemitisme, waar ter wereld dan ook, te voorkomen en te bestrijden. Om het kwade in welke vorm dan ook succesvol een halt toe te kunnen roepen is het van groot belang dat goedwillende individuen en organisaties waar ter wereld dan ook elkaar de hand toereiken én vervolgens de handen ineen slaan om waar dit maar mogelijk is hiertoe in woord en daad met elkaar samen te werken.

Aan de tijdens deze gelegenheid aanwezige vertegenwoordigers van PAX en de Raad van Kerken heb ik dan ook met veel genoegen als directeur van onze organisatie laten weten dat zij in hun oprechte streven om de vrede internationaal te bevorderen en tot stand te brengen steeds op de steun en de sympathie van het Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII) zullen kunnen rekenen. Per slot van rekening heeft het verderfelijke gedachtengoed van het neonazisme, fascisme en het antisemitisme (onverdraagzaamheid) in de vorige eeuw tot een wereldwijd omvattende oorlog geleid, die aan miljoenen burgers en militairen het leven heeft gekost en een onvoorstelbaar groot (inter)nationaal en individueel leed met zich heeft meegebracht. Het Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII) begrijpt deze inzet van deze beide organisaties dan ook maar al te goed en heeft hier dan ook een bijzonder grote waardering voor. Net zoals de vertegenwoordigers van beide organisaties mij tijdens onze ontmoeting hebben laten weten dat zij van hun zijde de inzet van onze organisatie om het neonazisme, fascisme en antisemitisme (inter)nationaal te voorkomen en te bestrijden eveneens bijzonder goed begrijpen en waarderen.

Wij wensen PAX, Pax Christi International en de Raad van Kerken en al hun vertegenwoordigers, waar ter wereld dan ook, heel veel succes en boven alles Gods Zegen en de altijd durende voorspraak van de Heilige Maagd Maria toe bij hun tomeloze inzet om wereldwijd de vrede te bevorderen en conflicten door middel van het onderlinge overleg op geweldloze wijze tot een bevredigende oplossing voor alle partijen te brengen.

Met gevoelens van de meeste hoogachting en met vriendelijke groet,
INFORMATIECENTRUM TWEEDE WERELDOORLOG (IWOII) (www.iwoii.nl)

Anne Louis Cammenga
Directeur

 
 
Van links naar rechts: Edwin Ruigrok, PAX,  Jannie Nijwening , Raad voor de Kerken, Anne Louis Cammenga, Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII) en Sara Ketelaar, PAX

 


_________________________________________________________________________________________________________________


Archiefoverdracht aan Mike Durand, Wetenschappelijk Medewerker CIDI /

Adviesinwinning in het kader van verdere professionalisering IWOII



Zeist, 18 mei 2015



Beste Lezers,


Op, vrijdag, 15 mei jl. heeft een archiefoverdracht, bestaande uit een memory-stick met 19 archiefmappen (totale inhoud: 2141 documenten), plaatsgevonden op het kantoor van het CIDI in Den Haag aan de heer drs. M. (Mike) Durand, Wetenschappelijk Medewerker van het CIDI in Den Haag. De inhoud van deze archiefmappen en documenten heb ik vervolgens op een uiterst gedetailleerde, grondige wijze volledig aan de heer Durand toegelicht.


Op dit moment is onze organisatie bezig met een grote professionaliseringsslag om in de toekomst op een nog betere en bredere wijze diensten te kunnen gaan verlenen aan onze cliënten. Om deze verbreding van onze dienstverlening te kunnen realiseren is het noodzakelijk gebleken als organisatie andere richtingen in te gaan slaan. In het kader hiervan dient eveneens de inhoud en de qua lay-out van onze website grondig te worden aangepast.


In het kader van deze verdere professionalisering van onze organisatie; haar diensten en haar website heb ik dan ook advies ingewonnen bij de o.a. op deze gebieden uiterst deskundige heer Durand, die mij tijdens dit gesprek dan ook – zonder meer - van uiterst nuttige, uitstekende adviezen heeft voorzien.


Na afloop van ons inhoudelijk bijzonder goede en plezierige gesprek overhandigde de heer Durand mij op uiterst attente wijze als geschenk drie wetenschappelijke werken over diverse (historische) onderwerpen. Ik heb de heer Durand hiervoor heel hartelijk bedankt en hem laten weten dat ik - gezien de uiterst interessante historische inhoud van deze drie wetenschappelijke werken - mij er zonder meer op verheug om deze boeken het komende weekeinde te gaan lezen.  


Mijn collega, de heer mr. F. (Fred) J. IJspeerd en ikzelf zijn de heer Durand bijzonder erkentelijk voor al zijn in woord en daad gegeven hulp met betrekking tot de verdere professionalisering van onze organisatie en wij zien de komende periode aanvullende informatie en adviezen hieromtrent dan ook met bijzonder veel belangstelling tegemoet.


Met gevoelens van de meeste hoogachting en met vriendelijke groet,

INFORMATIECENTRUM TWEEDE WERELDOORLOG (IWOII)


Anne Louis Cammenga

Directeur


_________________________________________________________________________________________________________________ 



Beste Lezers,


Van ganser harte wensen mijn collega, de heer mr. F. (Fred) J. IJspeerd, Adviseur van het Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog en ikzelf U en al uw hierbij een Zalig Kerstfeest en een Gezond, Voorspoedig, Gelukkig, Zalig Nieuw Jaar 2015 toe !!!


Moge het nieuwe jaar 2015 U en uw dierbaren al datgene brengen wat U allen er van verwacht !!!


Met gevoelens van de meeste hoogachting en met vriendelijke groet,

INFORMATIECENTRUM TWEEDE WERELDOORLOG (IWOII)


Anne Louis Cammenga

Directeur


C.C.      De heer mr. F.J. IJspeerd, Adviseur Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII)


_________________________________________________________________________

Beste lezers,


Intens verdrietig en ontroerd maar ook met oprechte gevoelens van respect en bijzonder grote dankbaarheid voor het leven van Koningin Fabiola van België, heb ik vanavond kennis genomen van haar overlijden. Als belijdend en meelevend lid van de Rooms-Katholieke kerk en geïnspireerd door ditzelfde Christelijke geloof volledig mijn taken als directeur van onze stichting vervullend heb ik altijd enorm veel respect gehad en gehouden voor haar diepe, oprechte geloofsleven dat zij nooit onder stoelen en banken heeft gestoken. Hetgeen trouwens ook gold voor haar in 1993 overleden echtgenoot, Koning Boudewijn.

Tijdens haar leven zette zij zich samen met haar man, Koningin Boudewijn zich in om o.a. de slavenhandel en discriminatie in België te bestrijden en te voorkomen. Vanuit de grond van mijn hart wens ik de Belgische Koninklijke Familie heel veel kracht, steun en liefde toe in deze voor hen zo'n moeilijke tijd. Laat het voor hen een troost zijn dat Koningin Fabiola nu in ieder geval weer bij haar echtgenoot in het Hemelse Paradijs verenigd is. Mijn Rooms-Katholieke gebeden zullen de Belgische Koninklijke Familie en de Ziel van Koningin Fabiola op weg naar de Hemel in ieder geval zonder meer begeleiden.


 


Met gevoelens van de meeste hoogachting en met vriendelijke groet,


INFORMATIECENTRUM TWEEDE WERELDOORLOG (IWOII)


 


Anne Louis Cammenga


Directeur

Website: www.iwoii.nl


__________________________________________________________________________________________________


OPENBARE ADHESIEBETUIGING VAN IWOII VOOR DR. EDWIN DE ROY VAN ZUYDEWIJN EN M.B.T. TOT ZIJN NOG TE VERSCHIJNEN BOEK 'HOUSE OF ORANGE: FASCISM, CORRUPTION AND ASSASSINATIONS'


Meijer Advocatuur

T.a.v. de heer dr. E.K.W. de Roy van Zuydewijn

Willemsparkweg 112
1071 HN AMSTERDAM
 


Zeist, 10 juni 2014


Betreft: Openbare adhesiebetuiging voor Uw nog te verschijnen boek ‘House of Orange: Fascism, Corruption and Assassinations’


Geachte heer De Roy van Zuydewijn,


Graag wil ik u hierbij namens het Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII) mijn schriftelijke adhesie betuigen voor uw nog te verschijnen boek ‘House of Orange: Fascism, Corruption and Assassinations’ alsmede mijn bijzonder grote respect betuigen voor uw onvoorstelbare grote moed om dit boek te schrijven en daarmee het Nederlandse publiek van uiterst belangrijke informatie te voorzien. Met grote bewondering heb ik gekeken naar uw interview met Sven Kockelmann in het programma Eén op Eén van de KRO.


Als directeur van de stichting Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII) kijk ik met betrekking tot uw boek met name uit naar het onderdeel Fascisme in relatie tot de Familie van Oranje. De doelstellingen en van onze stichting zijn:

1.   Het bevorderen en verbeteren van de informatieverstrekking over de Tweede Wereldoorlog in de breedste zin van het woord.

2.   Het voorkomen en bestrijden van fascisme. Hierbij neemt de stichting als uitgangspunt de op 1 november 2005 in de Verenigde Vergadering van de VN aangenomen resolutie nummer A/RES/60/7.

3.   Het in woord en daad helpen van individuen en organisaties, die zich in woord en daad willen inzetten om owel nationaal als internationaal fascisme te voorkomen en te bestrijden. 


Naar onze mening zal uw boek zonder meer bijdragen aan kennis van voorkomend fascisme in de hogere kringen van Nederland. Naar onze mening is voorkomen beter dan genezen. Het is naar onze mening belangrijk om te leren van het verleden en om te weten te komen hoe bepaalde processen zich in het verleden hebben voorgedaan om daarmee herhaling hiervan vervolgens in de toekomst te kunnen voorkomen.   


Zo is het algemeen bekend dat er contacten waren vanuit het Nederlandse hof in de jaren dertig van de vorige eeuw met personen met sympathieën voor Nazi-Duitsland. U kent vast wel deze foto:


Het is de foto van het huwelijk van Prins Louis Ferdinand van Duitsland met Groothertogin Kyra van Rusland. Kroonprinses Juliana zit rechts op de voorgrond op de grond. Links naast Keizer Wilhelm II staat zijn tweede echtgenote Hermine. Links naast Hermine staat Prins Bernhard. Het is algemeen bekend dat Hermine intensieve contacten had met Duitse Nazi’s, omdat zij hoopte dat de Nazi’s haar man Wilhelm weer op de Duitse troon zouden helpen. Maar ook Keizer Wilhelm II en zijn oudste zoon, Kroonprins Wilhelm onderhielden contacten met de nazi’s met als doel: herstel van het Duitse keizerrijk. Hetgeen uiteraard een illusie is geweest; voor de Nazi’s waren de Hohenzollerns slechts een gebruiksmiddel om sympathie onder de Duitse bevolking te verwerven.


Ook deze foto zal vast en zeker wel bij u bekend zijn.



Deze foto toont aan hoe ’s avonds tijdens de galavoorstelling ter gelegenheid van het huwelijk van Kroonprinses

Juliana met Prins Bernhard een aantal gasten openlijk de Hitlergroet brengen.


De connectie van het Huis van Oranje met uiterst bedenkelijke regimes zien wij in de huidige tijd terugkomen via het huwelijk in 2002 van toen nog Kroonprins Willem Alexander met Máxima Zorreguieta. Zij is de dochter van Jorge Zorreguieta, die staatssecretaris van Landbouw is geweest in het regime van generaal Jorge Videla. Het dictatoriale regime van Videla staat bekend om de talloze gedwongen verdwijningen, babyontvoeringen en martelingen in de zogenaamde vuile oorlog. Hierbij zijn tussen de 9.000 en 30.000 mensen omgekomen.

Waar ik als directeur van het Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII) en als Nederlands staatsburger bijzonder benieuwd naar ben, is naar de processen die het toelaten dat dit soort contacten klaarblijkelijk kunnen ontstaan tussen het Huis van Oranje en dit soort bepaald niet democratische regimes. Het Nederlandse Koningshuis maakt onderdeel uit van de Nederlandse regering. Hier zullen – zo vermoed ik althans – dan ook wel zakelijke, financiële belangen mee zijn gemoeid. Vandaar dat ik zo bijzonder benieuwd ben naar de inhoud van uw boek.  

Allereerst mijn allerhartelijkste dank voor uw hartelijke, lovende woorden tijdens ons telefoongesprek op 2 juni jl. over de inhoud van mijn in 2012 via uitgeverij Boekscout verschenen biografie ‘Marie Antoinette van Bourbon-Habsburg-Lotharingen’, dat ik u tijdens onze ontmoeting op 23 april jl. als cadeau heb overhandigd. Uw complimenteuze woorden ten aanzien van mijn eigen boek heb ik dan ook bijzonder op prijs gesteld. Voor mij als auteur is het écht een bijzonder grote aanmoediging dat u mijn boek met zoveel plezier heeft gelezen. Het doet mij dan ook écht bijzonder veel deugd dat u mijn cadeau zó enorm op prijs heeft gesteld.

Uiteraard denk ik met grote dankbaarheid, groot respect en bijzonder veel genoegen aan onze persoonlijke ontmoeting op 23 april jl. terug. Ik dank u hierbij openlijk bijzonder hartelijk voor al uw goede adviezen en informatie, die u mij zowel telefonisch als persoonlijk heeft verstrekt. Mijn ontmoeting en gesprekken met u zijn voor mij zowel als directeur van het Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII) in Zeist als voor mij persoonlijk in velerlei opzichten bijzonder leerzaam, interessant en bijzonder nuttig gebleken. U bent met recht een uitzonderlijk boeiend verteller en als uw boek net zo boeiend wordt als uw verteltrant, dan belooft dit naar mijn mening bijzonder veel voor de toekomst. Uw aan mij mondeling verstrekte informatie heeft mij namelijk écht veel inzicht verstrekt in zowel de Nederlandse geschiedenis; in het optreden en de gedragingen van de hogere kringen, waaronder het Nederlandse koningshuis en in de werking van de Nederlandse overheidsorganen gegeven, waarvoor – nogmaals – mijn aller-, allerhartelijkste dank.  

Twee van de doelstellingen van onze stichting zijn:

- Het voorkomen en bestrijden van fascisme. Hierbij neemt de stichting als uitgangspunt de op 1 november 2005 in de Verenigde Vergadering van de VN aangenomen resolutie nummer A/RES/60/7.

- Het in woord en daad helpen van individuen en organisaties, die zich in woord en daad willen inzetten om zowel nationaal als internationaal fascisme te voorkomen en te bestrijden.


Wij zijn er oprecht van overtuigd dat uw nog te verschijnen boek ‘House of Orange: Fascism, Corruption and Assassinations’ daadwerkelijk zal helpen bij het voorkomen en bestrijden van fascisme in Nederland en wij willen u dan ook bijzonder graag een handreiking doen door uw deze openbare schriftelijke adhesiebetuiging voor uw nog te verschijnen boek te doen toekomen. U heeft uiteraard onze volledige toestemming om deze openbare schriftelijke adhesiebetuiging zowel nationaal als internationaal aan alle media, personen en uitgeverijen te verstrekken, waaraan u dit maar wilt.


Nogmaals: heel veel succes met de vervaardiging van uw boek en u, uw familieleden en uw advocaten in zowel zakelijk als persoonlijk opzicht in alle opzichten heel veel goeds voor de toekomst toegewenst. Uw weergaloze moed om zaken m.b.t. fascisme en de Tweede Wereldoorlog openlijk in uw boek aan de orde te stellen is naar onze mening zéér lovenswaardig en bewonderenswaardig en een bijzonder inspirerend voorbeeld voor velen in ons land. Uw boek zal naar mijn mening de beeldvorming over het wérkelijke functioneren van de democratie in Nederland ongetwijfeld ten goede komen en de huidige beeldvorming hieromtrent ongetwijfeld flink bij gaan stellen.


Met bijzonder veel belangstelling zie ik dan ook naar de verschijning van uw boek uit.


Met gevoelens van de meeste hoogachting en met vriendelijke groet,

INFORMATIECENTRUM TWEEDE WERELDOORLOG (IWOII)


Anne Louis Cammenga

Directeur


P.S. Deze schriftelijke adhesiebetuiging is uiteraard eveneens separaat verzonden aan de heer dr. E. (Edwin) de Roy van Zuydewijn via het adres van zijn advocaat, de heer mr. M. (Mark) Meijer van het Amsterdamse advocatenkantoor Meijer Advocatuur


__________________________________________________________________________________________________

Waarschuwing tegen actueel Neonazisme, fascisme en antisemitisme in Zeist, Nederland en Europa  


Zeist, 27 mei 2014 


Zeer Geachte Heer Van Haersma Buma,


In het verleden heb ik met bijzonder veel genoegen samen met Z.K.K.H. Aartshertog Otto von Habsburg, de oudste zoon van de laatste Zalige Keizer-Koning Karel en Keizerin-Koningin Zita van Oostenrijk-Hongarije en lid van de EVP/CDA-Fractie in het Europees Parlement mij in mogen zetten voor een liefdadigheidsproject ten behoeve van de kinderen van Bosnië en Kroatië in Bunschoten-Spakenburg. Aan Z.K.K.H. Aartshertog Otto von Habsburg heb ik mijn eerste boek ‘Marie Antoinette van Bourbon-Habsburg-Lotharingen’ opgedragen dat ik persoonlijk aan U heb mogen overhandigen tijdens de CDA-bijeenkomst in Hotel FIGI in Zeist op 28 februari jl. Waar ik als directeur van het Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII) Z.K.K.H. Aartshertog Otto von Habsburg en EVP-/CDA-lid van het Europees Parlement altijd dankbaar voor zal blijven, is het feit dat hij voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog duizenden Oostenrijkse en andere joden via Portugal en Spanje heeft geholpen om te kunnen vluchten naar de Verenigde Staten. Voor zijn verdienste is naar mijn mening dan ook niet meer dan terecht na de Tweede Wereldoorlog een Otto-von-Habsburg-ereboom geplant in Yad Vashem in Israël. Aan de brieven die ik van de Europarlementariërs Karla Peijs en Hanja Maij-Weggen heb mogen ontvangen voor mijn inzet om de jongere generaties te wijzen op het belang van kennis van de Tweede Wereldoorlog denk ik met ontroering en grote dankbaarheid terug. Zeker nu het Neonazisme, fascisme en antisemitisme in Europa – helaas – weer oprukt.


Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de Joodse dierbaren van mijn in 2009 overleden moeder, Hermina Cammenga-Damen, de families Knorringa en Sanders in opdracht van de Nazi’s opgepakt door Nederlandse politieagenten en via het Kamp Westerbork per trein vervoerd naar de concentratiekampen Auschwitz en Sobibor, waar zij uiteindelijk door de Nazi-beulen zijn vermoord. Dit is mij schriftelijk door David Barnouw van het NIOD bevestigd. Voor een duidelijke beschrijving over de daadwerkelijke en uiterst onthutsende rol van de Nederlandse politie tijdens de Tweede Wereldoorlog verwijs ik U graag naar het boek Jodenjacht van Ad van Liempt en Jan Kompagnie.


Tijdens de hoogtijdagen van het Nazi-regime in Nazi-Duitsland onder leiding van dictator Adolf Hitler werden politieke tegenstanders via showprocessen belasterd en volgde er publiekelijk reputatiemoord. Zelf ben ik in 2013 aangebracht door de Zeisterse Neo-Nazi Jan Peter Mante en is er zowel door volslagen desinteresse in mijn situatie vanuit de Nederlandse overheid als op Google reputatiemoord op mij gepleegd.


Mijn in 2007 overleden vader, Jillert Cammenga is in de Tweede Wereldoorlog opgepakt tijdens een razzia en heeft in Duitsland in een kamp gevangen gezeten. Net zoals mijn vader Jillert Cammenga tijdens zijn gevangenschap in Nazi-Duitsland de dood onder ogen heeft gezien, zo heb ik net als in de Tweede Wereldoorlog eveneens als gevolg van Neonazisme en totale desinteresse vanuit de huidige Nederlandse overheid totale fysieke, financiële, maatschappelijke en sociale vernietiging aan den lijve moeten ondervinden.


In Zeist heb ik het oprukken van Neonazisme, fascisme en antisemitisme zelfs aan den lijve ondervonden in de vorm van Neo-Nazi-leider Jan Peter Mante. Net zoals in de jaren dertig van de vorige eeuw de Europese overheden het gevaar van Neonazisme, fascisme en antisemitisme niet onder ogen wensten te zien, zo heb ik meegemaakt dat politie en justitie in Zeist en Utrecht op mijn waarschuwingen tegen het Neonazisme, fascisme en antisemitisme in de vorm van de Zeisterse Neo-Nazi Jan Peter Mante absoluut geen acht wensten te slaan en mij tot op de dag van vandaag iedere praktische vorm van hulp, recht en bescherming, waar ik als burger althans echt daadwerkelijk iets aan heb, hebben onthouden. Voor nadere informatie over mijn ervaringen en over de exacte namen en functies van de desbetreffende functionarissen bij de huidige Nederlandse politie en justitie, die ik om hulp heb verzocht tegen deze Zeisterse Neo-Nazi Jan Peter Mante, kunnen u, alle overige leden van uw fractie en van de overige fracties in de Tweede Kamer alsmede alle leden van de EVP-/CDA-Fractie in het Europees Parlement uiteraard te allen tijde telefonisch of schriftelijk contact met mij opnemen. Graag zal ik u allen – waar dit maar in mijn vermogen ligt - van alle door u gewenste nadere informatie voorzien.


Toen ik – net zoals dit ook bij vele andere burgers in de Tweede Wereldoorlog is gebeurd - door toedoen van deze Zeisterse Neo-Nazi Jan Peter Mante werd aangebracht bij de politie van Zeist, waarbij – zo is mij later uit stukken gebleken - nauw is samengewerkt tussen de politie van Zeist en Utrecht met Justitie, werd voorafgaand aan een verhoor mijn Rozenkrans geheel tegen mijn zin in en ondanks mijn uitdrukkelijke protesten hiertegen van mij afgenomen. In deze diepste, donkerste dagen van mijn leven – waarbij gedurende mijn verhoor door de Nederlandse politie in mijn in feite morele en ethische strijd tegen deze Zeisterse Neo-Nazi Jan Peter Mante ik op die manier nog weer eens extra schrijnend en emotioneel folterend aan de oorlogstrauma’s van mijn beide ouders werd herinnerd – is echter door dit alles heen mijn Rooms-Katholieke geloof steeds mijn allergrootste steun geweest.Gelukkig greep de Rooms-Katholieke burgemeester van Zeist, de heer mr. J.J.L.M. Janssen in en kon ik na bijna twee jaar samen met twee andere gedupeerden uiteindelijk alsnog aangifte doen tegen deze Zeisterse Neo-Nazi Jan Peter Mante.


Door dit alles werd ik herinnerd aan het feit dat tijdens de Tweede Wereldoorlog, de Joodse dierbaren van mijn in 2009 overleden moeder, Hermina Cammenga-Damen, de families Knorringa en Sanders in opdracht van de Nazi’s werden opgepakt door Nederlandse politieagenten en via het Kamp Westerbork per trein vervoerd naar de concentratiekampen Auschwitz en Sobibor, waar zij uiteindelijk door de Nazi-beulen zijn vermoord. Dit is mij schriftelijk door David Barnouw van het NIOD bevestigd. Voor een duidelijke beschrijving over de daadwerkelijke en uiterst onthutsende rol van de Nederlandse politie tijdens de Tweede Wereldoorlog verwijs ik U graag naar het boek Jodenjacht van Ad van Liempt en Jan Kompagnie.


Tijdens de hoogtijdagen van het Nazi-regime in Nazi-Duitsland onder leiding van dictator Adolf Hitler politieke tegenstanders via showprocessen werden belasterd en volgde er publiekelijke reputatiemoord. Op mijzelf is als gevolg van de Zeisterse Neo-Nazi Jan Peter Mante en door volslagen desinteresse in mijn situatie is zowel vanuit de Nederlandse overheid als op Google reputatiemoord op mij gepleegd.


Mijn in 2007 overleden vader, Jillert Cammenga is in de Tweede Wereldoorlog tijdens een razzia opgepakt en heeft in Duitsland in een kamp gevangen gezeten. Net zoals mijn vader Jillert Cammenga tijdens zijn gevangenschap in Nazi-Duitsland de dood onder ogen heeft gezien, zo heb ik als gevolg van Neonazisme en desinteresse vanuit de huidige Nederlandse overheid totale fysieke, financiële, maatschappelijke en sociale vernietiging aan den lijve moeten ondervinden.


Dat dit een directeur van het Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII) anno 2014 moet overkomen terwijl hij geïnspireerd door zijn Rooms-Katholieke geloof en gemotiveerd vanuit zijn eigen familiegeschiedenis vecht tegen Neonazisme, fascisme en antisemitisme is voor mij een reden temeer om opnieuw te waarschuwen tegen de opkomst van fascistische politieke partijen in Europa. Zoals wij dit in de afgelopen jaren niet alleen met de PVV van Geert Wilders in Nederland, maar gisteren tijdens de bekendmaking van de uitslag van de verkiezingen voor het Europees Parlement – helaas – ook in Frankrijk met Marine Le Pen van het Front National hebben kunnen zien.


Op Dodenherdenking, 4 mei jl. liep ik als nabestaande in de herdenkingsstoet mee direct achter het College van B&W en de gemeenteraadsleden van de gemeente Zeist. De politie van Zeist liep gelukkig achter mij. Daardoor hoefde ik als nabestaande en na mijn rampzalig slechte ervaringen met politie en justitie in de afgelopen jaren gelukkig niet naar de korpsleiding en de politieagenten van Zeist te kijken. Als emotionele bescherming tegen de aanwezigheid van de politie van Zeist heb ik mijn Rozenkrans stevig in mijn hand vast gehouden. Mijn peetmoeder Anita Vosmer liep gelukkig naast mij. Door haar aanwezigheid en die van mijn Rozenkrans heb ik mij volledig op de nagedachtenis van de omgekomen Joodse dierbaren van mijn moeder – de families Knorringa en Sanders kunnen concentreren - en uiteraard ook volledig op de Joodse spreekster, mevrouw R. (Ruth) Wallage-Binheim, die tijdens de Tweede Wereldoorlog als Joodse is opgepakt en vijf concentratiekampen heeft overleefd en hoefde ik gelukkig niet aan de huidige Nederlandse politie en justitie van Zeist en Utrecht en aan de Zeisterse Neo-Nazi-leider Jan Peter Mante te denken. Voor dit tactvolle gebaar van mevrouw A. Alberts-van de Munt, Secretaresse van de Zeisterse burgemeester, de heer mr. J.J.L.M. Janssen en lid van het 4 en 5 Mei Comité van de gemeente Zeist en voor haar uiterst warme invoelende begrip voor mijn emotioneel uiterst moeilijke situatie tijdens deze Dodenherdenking in Zeist ten aanzien van de politie van Zeist ben ik haar dan ook uiterst dankbaar. 


Wat voor mij in deze diepste, donkerste dagen van mijn leven een bijzonder grote troost en bemoediging is geweest, is mijn ontmoeting met de Pauselijke Nuntius, Monseigneur Andre Dupuy op 13 maart 2014 in Utrecht. En wat met recht balsem voor mijn ziel is geweest, is toen de Pauselijke Nuntius mij als belijdend en meelevend lid van de Rooms-Katholieke Kerk letterlijk heeft verzocht altijd door te blijven gaan met mijn werk ten behoeve van de Tweede Wereldoorlogsslachtoffers en hun nabestaanden.


Vandaar dat het mij ook zo dankbaar stemt dat Paus Franciscus I – net als zijn voorgangers, de Heilige Paus Johannes Paulus II en Paus Benedictus XVI – deze week de zelfstandige staat Israël en de stad Jeruzalem bezoekt en zijn ‘diep verdriet’ heeft uitgedrukt voor de nabestaanden van de vermoorde slachtoffers van de aanslag in het Joods Museum in Brussel. De Heilige Vader heeft deze week bij zijn aankomst in Israël de volgende woorden gesproken: 'Ik ben diep bedroefd, mijn gedachten gaan naar hen die het leven gelaten hebben bij de aanval in Brussel. Ik vertrouw hun ziel aan God toe'.


Tevens heeft de Heilige Vader de gehele wereld laten weten dat er 'geen plaats (mag) zijn' voor antisemitisme. Hiertegen waarschuw ik mij thans voorbereidend op een geestelijke roeping als monnik in de Heilige Moederkerk vanuit mijn Rooms-Katholieke geloof en als directeur namens het Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII) nu inmiddels al weer vele jaren. Politie en Justitie in Utrecht en Zeist wensten geen enkele acht op mijn waarschuwingen te slaan. Z.K.K.H. Aartshertog Otto von Habsburg en de Rooms-Katholieke burgemeester van Zeist, de heer mr. J.J.L.M. Janssen hebben dit gelukkig wel gedaan. Net als Klaas Staal, de CDA-Kandidaat voor het Europees Parlement, Lijst 1, Nummer 24. Voor zijn steun en inzet tegen Neonazisme, fascisme en antisemitisme in Europa zal ik Z.K.K.H. Aartshertog Otto von Habsburg en Klaas Staal mijn hele leven lang dankbaar zijn én blijven !


Op 24 mei jl. hebben mijn peetmoeder Anita Vosmer en ikzelf tijdens het CDJA-Congres in Hotel FIGI in Zeist kennis gemaakt met de Joodse, Rooms-Katholieke oud-CDA-Minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin. Zowel vóór als ná zijn toespraak op het CDJA-Congres hebben wij beiden een inhoudelijk goed en bijzonder aangenaam gesprek met hem gevoerd over onze CDA-activiteiten en over het Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII), waar wij beiden met bijzonder groot respect en veel genoegen aan terugdenken. Dit geldt uiteraard ook voor de gesprekken, die wij beiden hebben gevoerd met Wiebe, CDA-Kandidaat voor het Europees Parlement, Lijst 1, Nummer 19 en met Gerben de Koning Gans, Raadslid voor het CDA van de gemeente Kampen. Het heeft mijn peetmoeder Anita Vosmer en mijzelf bijzonder goed gedaan om te merken hoezeer deze CDJA-jongeren het gevaar van het opkomend neonazisme, fascisme en antisemitisme in Europa duidelijk zien en hoe belangrijk zij het vinden dat dit soort gevaarlijke denkbeelden een halt wordt toegeroepen. Deze CDJA-jongeren hebben dus duidelijk de lessen van de Tweede Wereldoorlog volledig ter harte genomen. Hun belangstelling voor het Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII) en haar doelen in de pauzes tijdens dit congres heb ik met recht als hartverwarmend en zonder meer als bijzonder bemoedigend voor de toekomst ervaren. Het vervult mij zowel als Rooms-Katholiek en als directeur van het Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII) met diepgevoelde dankbaarheid dat op deze wijze een geweldige, vakbekwame, vanuit het Christelijk gedachtengoed geïnspireerde, politieke kweekvijver zich steeds verder ontwikkelt, waaruit de landelijke CDA-partij in de toekomst haar Tweede Kamerleden en bewindslieden kan gaan rekruteren. Zolang er dit soort CDJA-jongeren zijn, is er naar mijn mening hoop voor de toekomst van Nederland en kunnen Neonazisme, fascisme en antisemitisme een halt worden toegeroepen in Europa.


Van harte wens ik zowel de landelijke CDA-fractie als de Europese EVP-/CDA-fractie toe, dat zij beiden – indachtig de Christelijke leer, die immers de uitgangsbasis is van het CDA – zich net zoals in het verleden ook in de toekomst zich in zullen blijven zetten om Neonazisme, fascisme en antisemitisme in zowel Nederland als Europa te bestrijden en te voorkomen.


Met hartelijke groeten, 

INFORMATIECENTRUM TWEEDE WERELDOORLOG (IWOII) 


Anne Louis Cammenga

Directeur


C.C.:

- Klaas Staal, CDA-Kandidaat voor het Europees Parlement, Lijst 1, Nummer 24

- Het Algemeen en Dagelijks Bestuur van het CDJA

________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Verslag van het CDJA-Congres op 24-05-2014 in Hotel FIGI in Zeist

Bijzondere toespraak en interessante ontmoetingen


Hotel FIGI, Zeist, 24 mei 2014


Beste Lezers,


Vandaag heb ik een onvergetelijke toespraak bijgewoond van oud-CDA-Minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin bij het CDJA-Congres in Hotel Figi in Zeist. Na afloop van zijn bijzonder interessante toespraak over immigratie, waarbij de heer Hirsch Ballin zowel politieke als juridische aspecten van dit onderwerp te berde bracht, mochten de aanwezigen vragen stellen. Na afloop werd de heer Hirsch Ballin door de voorzitter van het CDJA heel hartelijk bedankt. Tijdens de lunchpauze maakten Anita Vosmer en ikzelf kennis met Wiebe Strikwerda. Zelf ben ik de Campagneadviseur/Politiek Secretaris geweest voor Klaas Staal, CDA-Kandidaat voor de verkiezing van het Europees Parlement. Anita Vosmer is tijdens deze verkiezingscampagne de Adviseur Strategisch Profileren van Klaas Staal geweest. Wiebe Strikwerda is eveneens een CDA-Kandidaat voor het Europees Parlement, Lijst 1, Nummer 19. Anita Vosmer en ik maakten eveneens kennis met Gerben de Koning Gans. Gerben zit in de gemeenteraad van Kampen als raadslid voor het CDA.  Boeiend detail is dat Gerben de neef is van de voormalige Zeisterse predikant, ds. Roelof de Koning Gans van de Bethelwijk van de PKN.


Anita Vosmer en ik hebben uitvoerig gesproken met de heer Hirsch Ballin. Wij hebben hem verteld dat wij de verkiezingscampagne hebben gevoerd voor Klaas Staal en ik heb hem verteld dat ik tevens directeur ben van de stichting Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII). Ik heb hem verteld dat één van de doelen o.a. het voorkomen en bestrijden van neonazisme, fascisme en antisemitisme in Zeist is en dat ik hierover bijzonder goede gesprekken heb gevoerd met de heer mr. J.J.L.M. (Koos) Janssen, Burgemeester van de gemeente Zeist. Persoonlijk was ik diep ontroerd toen de Joodse, Rooms-Katholieke oud-CDA-Minister van Justitie mij na afloop van ons gesprek zeer veel succes toe heeft gewenst met de belangrijke werkzaamheden van mijn stichting. Ook met de CDA-Kandidaat voor het Europees Parlement Wiebe Strikwerda en met CDA-Raadslid van de gemeente Kampen Gerben de Koning Gans heb ik uitvoerig gesproken over onze stichting en haar doelen. Ook veel andere CDJA-ers toonden zeer veel interesse voor onze stichting en haar doelen. Anita Vosmer en ik kijken dan ook met veel voldoening en dankbaarheid op deze politiek inhoudelijk bijzonder goede en in een uiterst aangename sfeer verlopen ontmoetingen terug.


Het doet mij als belijdend en meelevend lid van de Rooms-Katholieke kerk bijzonder goed dat er zoveel CDJA-jongeren zijn, die zich zo met hart en ziel in willen gaan zetten voor de Christen-Democratie in Nederland. Anita Vosmer en ik werden allerhartelijkst ontvangen en tijdens de lunch werd ons beiden aangeboden om mee te lunchen. Een vriendelijk aanbod, dat wij beiden met beide handen hebben aangenomen. Ook oud-CDA-Minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin nam met veel genoegen aan deze lunch deel. Anita's en mijn al grote bewondering voor de CDJA-jongeren nam nog eens extra toe, toen wij beiden als gasten meemaakten op wat voor een grondige en professionele wijze deze CDJA-jongeren voorstellen en amendementen hierop behandelden en af- of goedkeurden. Zelf heb ik in het verleden veel landelijke CDA-Congressen meegemaakt en de inhoudelijke vakkundigheid van de CDJA-jongeren deed hier zeer beslist niet voor onder. Integendeel zelfs. Het vervult mij zowel als Rooms-Katholiek en als directeur van het Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII) met diepgevoelde dankbaarheid dat er op deze wijze een geweldige, vakbekwame, politieke kweekvijver ontstaat, waaruit de landelijke CDA-partij in de toekomst haar Tweede Kamerleden en bewindslieden kan gaan rekruteren. Zolang er dit soort jongeren zijn, is er naar mijn mening hoop voor de toekomst van Nederland.


Tot slot heeft het Anita Vosmer en mijzelf bijzonder goed gedaan om te merken hoezeer deze CDJA-jongeren het gevaar van het opkomend neonazisme, fascisme en antisemitisme in Europa duidelijk zien en hoe belangrijk zij het vinden dat dit soort gevaarlijke denkbeelden een halt wordt toegeroepen. Deze CDJA-jongeren hebben dus duidelijk de lessen van de Tweede Wereldoorlog. Hun belangstelling voor het Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII) en haar doelen hebben Anita en ik als hartverwarmend en als bijzonder bemoedigend ervaren.


Met gevoelens van de meeste hoogachting en met vriendelijke groet,

INFORMATIECENTRUM TWEEDE WERELDOORLOG (IWOII)

Anne Louis Cammenga

Directeur

__________________________________________________________________________________________________

Beste Lezers,

Fantastisch Nieuws: de gemeente Amsterdam betaalt de nabestaanden van joden in Amsterdam die na de oorlog boetes kregen voor achterstallige erfpacht hun geld terug. Geld dat niet wordt geclaimd gaat naar joodse maatschappelijke doelen.

Ander goed nieuws is dat de Partij voor de Vrijheid (PVV) van Geert Wilders een grote nederlaag heeft geleden. Dit toont dat de Nederlandse kiezer zich niet ontvankelijk heeft getoond voor de ideeën en het gedachtengoed van de PVV, die in Europa overduidelijk de samenwerking met extreemrechts zoekt.

Met oprechte dank aan Klaas Staal, CDA-Kandidaat voor de verkiezing van het Europees Parlement (Lijst 1, Nummer 24), die zo vriendelijk is geweest mij deze beide artikelen per mail toe te zenden.

Met vriendelijke groet,

INFORMATIECENTRUM TWEEDE WERELDOORLOG (IWOII)


Anne Louis Cammenga

Directeur


Uit: NU.nl - vrijdag 23 mei 2014. Het laatste nieuws het eerst op NU.nl


Amsterdam betaalt joden erfpacht terug


Nabestaanden van joden in Amsterdam die na de oorlog boetes kregen voor achterstallige erfpacht, kunnen dat geld terugkrijgen. De gemeente Amsterdam heeft 820 duizend euro opzij gezet voor claims. Geld dat niet wordt geclaimd gaat naar joodse maatschappelijke doelen.



Foto:  ANP


 Dat meldt de gemeente donderdag.

Joden die na de oorlog terugkeerden, kregen heffingen opgelegd voor de erfpacht die de bewoners van hun woningen tijdens hun afwezigheid niet hadden betaald. Ze moesten bovendien een renteboete betalen over de achterstallige betalingen. Andere gemeentes scholden de boetes kwijt, Amsterdam halveerde die slechts. 

De boetes worden terugbetaald. Over de betalingen voor de erfpacht zelf neemt de gemeente later een besluit. Het gemeentebestuur wil eerst laten uitzoeken in hoeverre het verhalen van achterstallige betalingen op de oorspronkelijke bewoners afweek van het beleid van andere gemeenten destijds. Er loopt ook nog een onderzoek naar hoe de gemeente is omgegaan met andere heffingen, zoals rioolrecht. 

Burgemeester Eberhard van der Laan komt tot het besluit de boetes terug te betalen na onderzoek van het Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies NIOD. "Het NIOD-rapport laat zien: met de ogen van nu, maar ook met de ogen van toen is het door de gemeente aan oorlogsslachtoffers opleggen van erfpachtboetes formalistisch en ongepast", schrijft de burgemeester is een brief aan de gemeenteraad. 

De gemeente heeft in overleg met de ING Bank ook besloten banktegoeden van joodse Amsterdammers die na de oorlog zijn verdwenen terug te laten betalen. Het gaat om geld dat op rekeningen bij de Gemeentelijke Girodienst, via een aantal stappen opgegaan in de ING, stond. Op zo'n negenhonderd rekeningen stond omgerekend naar de huidige waarde 51 duizend euro.


_______________________________________


Uit: SRF Schweizer Radio und Fernsehen 4 News - 22-05-2014 - 22 Uhr 


Rechtspopulist Wilders kassiert Schlappe bei Europawahl


Die Niederländer und die Briten haben gewählt. Prognosen aus Grossbritannien gibt es keine, wohl aber aus den Niederlanden, und die sorgen für eine erste Überraschung: Die anti-europäische Partei von Geert Wilders verliert Stimmen.


Voor het gehele artikel, klik op de volgende link: http://www.srf.ch/news/international/europawahlen/rechtspopulist-wilders-kassiert-schlappe-bei-europawahl


_____________________________________________________________________________________________________________







Stemadvies voor het voorkomen en bestrijden van fascisme en antisemitisme in Europa op 22 mei 2014: Stem op CDA-Kandidaat voor het Europees Parlement Klaas Staal !!!


Beste Lezers,

Mét Klaas Staal, CDA-Kandidaat voor het Europees Parlement tégen Fascisme en Antisemitisme in Europa en dus ook in de gemeente Zeist. Op deze foto ziet u Klaas en mijzelf naast het Joods Monument in het Walkartpark in Zeist. Van ganser harte wil ik Klaas Staal. lijst 1, nr. 24 op uw stembiljet op donderdag, 22 mei a.s. bij u allen van harte aanbevelen.

Met vriendelijke groet,
Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII)

Anne Louis Cammenga
Directeur


 

__________________________________________________________________

Een indrukwekkende, ontroerende Dodenherdenking op 4 Mei

en een vreugdevolle Bevrijdingsdag op 5 Mei 2014 in Zeist


Op 4 Mei vond 's avonds de Dodenherdenking plaats in het Walkartpark in Zeist. Zelf werd ik als nabestaande in de officiële stoet ingedeeld vóór de Politie van Zeist. Gezien de rol en de houding van de Nederlandse Politie tijdens de Tweede Wereldoorlog naar onze Joodse medeburgers toe, waarbij o.a. de Joodse dierbaren van mijn in 2009 overleden moeder, Hermina Cammenga-Damen door Nederlandse politieagenten zijn opgepakt en op de trein naar de vernietigingskampen van Sobibor en Auschwitz zijn afgevoerd, heb ik dit als een uiterst tactvolle toewijzing van mijn plaats in de stoet ervaren. Zeker ook na al mijn uiterst teleurstellende ervaringen met diezelfde politie in afgelopen jaren bij het aanpakken van fascisme en rechtsextremisme in Zeist. Deze toewijzing van mijn plaats als nabestaande in de stoet was voor mij dan ook emotioneel met recht een pak van mijn hart.

De burgemeester van Zeist, de heer mr. J.J.L.M. Janssen hield een toespraak, waarin hij op tactvolle, fijngevoelige en hoffelijke wijze mevrouw Ruth Wallage-Binheim als spreekster bij het publiek introduceerde.

Mevrouw Wallage-Binheim was tijdens de Kristalnacht vanuit Duitsland naar Nederland gevlucht en heeft de bezetting doorgebracht in vijf concentratiekampen. Haar toespraak was aangrijpend en ontroerde mij diep. Tijdens haar inhoudelijk bijzonder goede, warme, liefdevolle toespraak met wijze lessen voor de huidige en de toekomstige generaties dacht ik aan de Joodse dierbaren van mijn in 2009 overleden moeder, Hermina Cammenga-Damen die in Sobibor en Auschwitz zijn vermoord. Zolang als ik leef zal ik het nooit kunnen en willen snappen dat mensen louter en alleen om hun Joods-zijn worden vermoord. Wat mij diep heeft getroffen is dat Mevrouw Wallage-Binheim in de liefde voor haar kinderen en kleinkinderen de kracht heeft kunnen vinden en nog steeds vindt om door te blijven gaan en dat zij tot op de dag van vandaag intens kan genieten van haar leven. Zij hoopt samen met haar kinderen en kleinkinderen 130 jaar oud te worden. Wat mij betreft wens ik haar van ganser harte toe dat haar wens vervuld zal mogen worden.

Haar lotgevallen en die van miljoenen andere Joodse mensen, waaronder de Joodse dierbaren van mijn moeder, zijn voor mij nu al vele jaren - net als mijn Christelijke Rooms-Katholieke geloof - een belangrijke motivatiebronnen om mij zowel in het heden als in de toekomst in te blijven zetten om fascisme en antisemitisme te blijven voorkomen en te bestrijden en om allen die dit willen van informatie te blijven voorzien over hun tijdens de Tweede Wereldoorlog omgekomen en/of vermiste dierbaren.
Na de toespraak van Mevrouw Wallage-Binheim las Cato Stroecken, een leerlinge van klas 4 Havo van de Stichtse Vrije School een schitterend gedicht voor. Door de indrukwekkende getallen die zij in dit gedicht heeft genoemd, waaronder het getal van onze zes miljoen vermoorde wereldwijde Joodse medeburgers, heeft zij op die manier de verschrikkingen van de Holocaust nog eens extra indringend verwoord voor alle aanwezigen.
Na de toespraken vonden de kransleggingen plaats. Bij het Nederlands-Indië monument legde ik een Franse Lelie neer ter nagedachtenis aan de omgekomen Veteranen. Mijn vader, Jillert Cammenga is immers een Veteraan geweest en heeft als gevolg van een Razzia tijdens de Tweede Wereldoorlog in Lisse opgesloten gezeten in een Duits kamp.
Zelf kreeg ik een brok in mijn keel toen Mevrouw Ruth Wallage-Binheim in een rolstoel gezeten háár bloemen bij het monument neerlegde. Uiteraard heb ik zelf als nabestaande eveneens bloemen bij alle monumenten neergelegd. Bij het Joodse monument heb ik vooral de in Sobibor en Auschwitz omgekomen dierbaren van mijn moeder, Hermina Cammenga-Damen mijn eerbiedvolle respect willen betonen.
Hierbij heb ik gekozen voor de eenvoudige smaakvolle Franse Lelie om vervolgens bij alle oorlogsmonumenten één Franse Lelie neer te leggen. De Lelie is immers écht iets van mijzelf. De drie Koninklijke Franse Lelies in mijn familiewapen, dat is ontworpen door het genealogisch instituut Fryske Rie Foar Heraldyk, verwijzen naar de genealogische verbintenis van mijn familie met het Franse Vorstenhuis der Karolingen. De smetteloze witte Lelie is vanouds eveneens een symbool van rouw geweest. Franse Koningen en Koninginnen droegen altijd wit wanneer zij in de rouw waren. Zo droeg de Frans-Schotse Koningin-Weduwe Maria Stuart witte rouwkleding na de dood van haar echtgenoot en was de Franse Vorstin Marie Antoinette geheel in het wit gekleed op weg naar het schavot. Door witte Franse Lelies neer te leggen bij al deze Zeisterse oorlogsmonumenten leg ik op deze manier écht iets persoonlijks van mijzelf neer als oprecht, diepgevoeld eerbetoon aan alle Tweede Wereldoorlogsslachtoffers. Daarnaast is de Lelie net als de Roos de liturgische bloem van de Heilige Maagd Maria. Ook als belijdend en meelevend lid van de Christelijke Rooms-Katholieke kerk bewijs ik dus eer en respect aan alle omgekomen slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Maar ook in de Protestantse en de Islamitische religie speelt de Lelie een prominente symbolische rol. De Lelie is tevens het internationale symbool van de Scouting en van de Padvinderij, waar jonge mannen en vrouwen leren om o.a. in groepsverband eendrachtig met elkaar samen te werken. De Franse Lelie is dus met recht een wereldwijd samenbindend symbool.
Na de 4 Mei Herdenking in het Walkartpark vond er een concert plaats in de Oude Kerk. Het betrof een prachtig uitgevoerd Requiem van de wereldberoemde Franse componist Maurice Duruflé (1902-1986). De bekende en geliefde dirigent Martin de Boer speelde een belangrijke rol tijdens dit concert. Dit gold ook voor de uiterst begaafde jonge organist Pim Schippers en voor de uiterst muzikale zangers Theo en Gert-Jan Bos.
De Rooms-Katholieke burgemeester van Zeist, de heer mr. J.J.L.M. Janssen zijn bevallige, charmante echtgenote, de oud-Zeisterse raadsleden Gerard van Voorden en Lia van Dijk, beiden leden van het
4 en 5 Mei Comité waren eveneens aanwezig.
Zelf zat ik loge op de eerste rij op de eerste verdieping. Vlak bij mij bevond zich de Zeisterse prominente politicus Jan Jaap Faber, die mij - zoals altijd - met bijzonder veel vriendelijkheid en hoffelijkheid bejegende.
Het Requiem begint in zekere zin somber, maar eindigt vertroostend, liefdevol en vreugdevol. Aan het einde van dit Requiem is de reis van de ziel van de overledene omstraald met het eeuwige licht en voorgoed in het Hemelse Paradijs aangekomen. Een mooie symbolisch overgang ook van de rouw, de tranen, het verdriet en het herdenken van de Dodenherdenking op 4 Mei naar de vreugdevolle viering van  Bevrijdingsdag op 5 Mei.
Op Bevrijdingsdag, 5 Mei werd pal voor het gemeentehuis van Zeist het bevrijdingsvuur aangestoken, omringd door de vlaggen van de geallieerden, die tijdens de Tweede Wereldoorlog zo'n belangrijke bijdrage hebben geleverd aan de bevrijding van Europa van de dictatuur van Nazi-Duitsland. De vlaggen die vlak naast het bevrijdingsvuur worden geheven, zijn de vlaggen van Zweden, Noorwegen, Canada, Voormalige Nederlandse Antillen, Verenigde Staten, Nederland, Verenigd Koninkrijk, België, Frankrijk, Polen en Suriname. Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren o.a. de Franse Generaal Charles de Gaulle net als de Britse Prime Minister Winston Churchill belangrijke en later wereldberoemd geworden voortrekkers in de strijd tegen de dictatuur van Nazi-Duitsland.
Uiteraard is er op mijn verzoek tijdens de Heilige Mis op 4 Mei, Dodenherdenking 's ochtends in de Sint Josephparochie in Zeist gebeden voor alle Holocaustslachtoffers en voor een goed verlopende herdenking van 4 en 5 mei. En vanzelfsprekend heb ik na afloop van de Heilige Mis ter nagedachtenis aan alle gevallenen en omgekomen slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog kaarsen gebrand bij het beeld van Maria met het Kind Jezus in bij deze kerk behorende Mariakapel.
Om de lieflijke kinderknuisjes van het Kind Jezus is een schitterende Rozenkrans gevouwen. Zowel de Heilige Paus Johannes Paulus II als diens opvolger, Paus Benedictus XVI hebben immers het bidden van de Rozenkrans met uiterste nadruk aangeraden aan alle Rooms-Katholieke gelovigen wereldwijd om op die manier nog beter en nog directer in contact te kunnen komen met God.
In de vazen bij dit beeld staan prachtige rozen. In het vloerkleed dat voor en naast dit beeld van Maria met het Kind Jezus ligt zijn schitterende Franse Leliën geweven. Beide bloemen zijn immers het liturgisch symbool van de Heilige Moeder Gods.
Ook op Bevrijdingsdag, 5 Mei heb ik ter nagedachtenis aan alle Tweede Wereldoorlogsslachtoffers en uit dankbaarheid voor de op waardige wijze en de inhoudelijk goed verlopen 4 en 5 Mei herdenkingen kaarsen aangestoken en gebeden opgezegd bij dit Mariabeeld met het Kind Jezus om mij op die manier innerlijk te laten inspireren en te motiveren om waar ik dit in mijn leven ook maar zal kunnen mij in woord en daad in te blijven zetten voor o.a. de Joodse Tweede Wereldoorlogsslachtoffers en hun nabestaanden en om fascisme en antisemitisme te helpen voorkomen en te bestrijden. Mij daarbij volledig innerlijk gesteund wetend door de Heilige Vader van Rome, Paus Franciscus I, die zich in woord en daad immers heeft uitgesproken tegen fascisme en antisemitisme en iedereen wereldwijd oproept om zich hiertegen zowel nu als in de toekomst te blijven verzetten.
Een oproep, waar ik - zo verzeker ik u allen - zowel als directeur van het Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII) én als belijdend en meelevend lid van de Christelijke Rooms-Katholieke kerk zowel nu als in de toekomst in woord en daad mijn leven lang gehoor aan zal blijven geven.


Met vriendelijke groet,

INFORMATIECENTRUM TWEEDE WERELDOORLOG (IWOII)

Anne Louis Cammenga,

Directeur

_______________________________________________________________________________________

Dankbaarheid en respect voor bezoek Paus Franciscus I aan Israël van 24 t/'m 26 mei /

Een inhoudsvolle Dodenherdenking en een vreugdevolle Bevrijdingsdag toegewenst !!!


Beste Lezers,

Van 24 tot 26 mei 2014 zal Paus Franciscus I een bezoek brengen aan het Midden-Oosten, waaronder aan de staat Israël. Tijdens dit bezoek aan Israël zullen o.a. de Tempelberg en de Klaagmuur worden bezocht, evenals het Holocaustmuseum en het –monument van Yad Vashem. Met zijn bezoek aan Israël treedt Paus Franciscus I in de voetsporen van zijn illustere voorgangers, de Heilige Paus Johannes Paulus II en - de thans emeritus - Paus Benedictus XVI. Het informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII) wenst hierbij haar grote respect en diepgevoelde respect over te brengen voor dit besluit van de Heilige Vader van Rome om deze maand zijn bezoek aan Israël te brengen. Wij wensen Paus Franciscus I zowel in diplomatiek als in religieus opzicht een inhoudelijk bijzonder goed bezoek aan het Midden-Oosten en dus ook aan de staat Israël toe en wensen Hem, zijn gevolg en alle leden van de Rooms-Katholieke kerk wereldwijd toe dat dit bezoek – in alle opzichten – tot zéér succesvolle resultaten zullen leiden

Zoals hierboven vermeldt zal Paus Franciscus I tijdens zijn bezoek aan Israël het Holocaustmuseum en het –monument van Yad Vashem bezoeken. In dit kader wensen wij u allen als lezers van dit bericht en uiteraard ook alle andere inwoners van Nederland namens het Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII) een inhoudsvolle Dodenherdenking op 4 Mei en een vreugdevolle Bevrijdingsdag op 5 Mei toe.

Met gevoelens van de meeste hoogachting en met vriendelijke groet,

INFORMATIECENTRUM TWEEDE WERELDOORLOG (IWOII)


Anne Louis Cammenga

Directeur

__________________________________________________________________________________________________



Goed inhoudelijk persoonlijk gesprek met de heer dr. E. (Edwin) de Roy van

Zuydewijn op 23-04-2014


Beste Lezers,

Op woensdag, 23 april jl. heb ik een goed inhoudelijk persoonlijk gesprek gevoerd met de heer dr. E. (Edwin) de Roy van Zuydewijn. Zowel nu als in de toekomst zullen er door mij verder geen mededelingen over de inhoud van dit gesprek worden gedaan. Dit heb ik namelijk zowel aan de heer De Roy van Zuydewijn als aan de overige gespreksdeelnemers toegezegd en ik wens mij dan ook beslist aan deze belofte te houden. Ik wens voor zowel nu als in de toekomst er dan ook mee te volstaan dat het inhoudelijk een goed gesprek is geweest.

Als cadeau heb ik tijdens ons gesprek aan de heer De Roy van Zuydewijn een exemplaar overhandigd van mijn in 2012 via uitgeverij Boekscout V.O.F. in Soest uitgegeven boek ‘Marie Antoinette van Bourbon-Habsburg-Lotharingen’.
 
Zowel namens de stichting als namens mijzelf persoonlijk wens ik de heer De Roy van Zuydewijn, zijn moeder en zijn overige familie in alle opzichten als goeds voor de toekomst toe.
 
Met gevoelens van de meeste hoogachting en met vriendelijke groet,
INFORMATIECENTRUM TWEEDE WERELDOORLOG (IWOII)

Anne Louis Cammenga
Directeur

_____________________________________________________________________________________________________________


Grote waardering en respect en diepgevoelde dankbaarheid van het Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII) voor de Heiligverklaringen van Paus Johannes XXIII en van Paus Johannes Paulus II op 27 april 2014, de Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid

 

Heilige Vader,

Monseigneur,

Eminentie,

Monseigneurs,

Zeereerwaarde Heer Pastoor Zemann,

Zeereerwaarde Heer Pastoor en Prior Ignatius Maria,

 

Hierbij wilt het Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII) haar grote waardering en respect en diepgevoelde dankbaarheid betuigen voor de beslissing van onze Heilige Vader van Rome, Paus Franciscus I om zijn illustere voorgangers Paus Johannes XXIII en Johannes Paulus II op de Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid, 27 april 2014 Heilig te verklaren.

Paus Johannes XXIII (1958-1963) heeft als Bisschop van Athene (1937-1944) zicht tijdens de Tweede Wereldoorlog ingezet voor de redding van Joden in Griekenland.

Paus Johannes Paulus II heeft – vóórdat hij besloot om zijn priesterroeping te gaan volgen – daarvoor korte tijd verkering gehad met de Joodse mevrouw G. (Ginka) Beer. Als Paus (1978 – 2005) heeft Johannes Paulus II als eerste paus het concentratiekamp Auschwitz in Polen bezocht. Zijn bezoek aan de Synagoge van Rome was het eerste synagogebezoek van een paus in de geschiedenis van de Rooms-katholieke Kerk. In maart 2000 bezocht hij het Holocaustherinneringscentrum Yad Vashem in Israël en raakte de westelijke muur in Jeruzalem aan, ter bevordering van de christelijk-joodse verzoening. Tevens heeft hij uitgesproken dat de joden "onze oudere broeders" zijn.

Uit diepe dankbaarheid voor wat de Rooms-Katholieke kerk zowel tijdens de Tweede Wereldoorlog als daarna heeft gedaan ten behoeve van de Joden zal het Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII) – vóór zover haar pro-Rooms-Katholieke gezindheid voor haar lezers nog niet duidelijk mocht zijn – zich vanaf nu openlijk aan de zijde scharen van de Rooms-Katholieke kerk en zich zowel nationaal als internationaal inzetten om de leerstellingen Christelijke leerstellingen van de Rooms-Katholieke kerk in woord en daad uit te dragen, waar zij dit maar kan. Per slot van rekening is het juist bij uitstek de inhoudelijke leer en het gedachtengoed van de Rooms-Katholieke kerk die antisemitisme en fascisme als totaal in strijd zijnde met de Bijbelse, morele en ethische leer afwijst en in niet mis te verstane bewoordingen tot op de dag van vandaag heeft veroordeeld.

Als Rooms-Katholieke directeur van de stichting verheug ik mij dan ook op de aanstaande Heiligverklaringen van de Pausen Johannes XXIII en Johannes Paulus II en wens ik – uiteraard – de huidige Paus Franciscus I een Zegenrijk Pontificaat voor de gehele wereld toe.  Van ganser harte wens ik zowel namens stichting als mijzelf de Heilige Vader van Rome, Paus Franciscus I, de Pauselijke Nuntius, Monseigneur André Dupuy, Zijne Eminentie, Kardinaal Willem Jacobus Eijk, zijn hulpbisschoppen, Monseigneur Woorts en Monseigneur Hoogenboom, de Zeereerwaarde Heer Pastoor Zemann van de Emmaus Parochie in Zeist en de Zeereerwaarde Heer Pastoor en Prior Ignatius Maria van de Orde van Sint Jan en van de Heilige Gerardus Majella Parochie in Utrecht een Zalig Pasen toe. Uiteraard wens ik de familieleden van Paus Johannes XXIII en Paus Johannes Paulus II eveneens een Zalig Pasen en op 27 april a.s. een onvergetelijke dag toe, wanneer zij getuigen zijn van de – naar onze mening vanwege hun inzet en houding naar Joden en het Joodse volk toe inderdaad volledig terechte – Heiligverklaringen van hun dierbare familieleden.

Met gevoelens van de meeste hoogachting en met vriendelijke groet,

INFORMATIECENTRUM TWEEDE WERELDOORLOG (IWOII)

 

Anne Louis Cammenga

Directeur 

 

________________________________________________________________________________________
ONVERGETELIJKE ONTMOETING MET PAUSELIJKE NUNTIUS

Beste Lezers,

Op donderdag, 13 maart 2014 heb ik een onvergetelijke ontmoeting gehad met de Pauselijke Nuntius, Monseigneur Dupuy in Utrecht in het kader van een seminar en een boekpresentatie over Paus Franciscus I. Bij deze gelegenheid ben ik zowel in mijn hoedanigheid als directeur van het Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII) en als belijdend en meelevend lid van de Rooms-Katholieke kerk aanwezig geweest. Tijdens dit seminar werd de belangrijke rol en betekenis van deze nieuwe paus voor de wereld op uiterst boeiende wijze door drie sprekers toegelicht. Na afloop van de lezing werd het eerste exemplaar van een boek en een magazine over de paus aan de Pauselijke Nuntius overhandigd. Tijdens heb groepsgesprek in aanwezigheid van de Pauselijke Nuntius heb ik verteld hoe Paus Franciscus I al in zijn eerste pontificale regeringsjaar een onvergetelijke indruk op mij heeft gemaakt vanwege de wijze waarop hij op onmiskenbaar duidelijke wijze antisemitisme in onze hedendaagse samenleving heeft veroordeeld. Ook heb ik mijn grote respect en waardering uitgesproken voor de voorgangers van deze Paus, de Pausen Johannes Paulus II en Benedictus XVI. Beide Pausen hebben het concentratiekamp Auschwitz bezocht en hebben eveneens net als de huidige Paus in niet mis te verstane bewoordingen antisemitisme in onze samenleving veroordeeld. Het bezoek van de Pausen Johannes Paulus II en van Benedictus XVI aan Israël zijn onvergetelijke gebeurtenissen geweest in de geschiedenis van het Pausdom en van de Rooms-Katholieke kerk. Ontroerend is het bezoek geweest van Paus Johannes Paulus II aan de Klaagmuur in Jeruzalem. Daarnaast heb ik aan de aanwezigen laten weten dat het Rooms-Katholieke geloof een grote en belangrijke inspiratiebron voor mij is om mij in te zetten tegen fascisme en antisemitisme in onze samenleving. Het Christelijk geloof en de leer van de Rooms-Katholieke kerk staat immers haaks op het gedachtengoed van het fascisme en het antisemitisme en sluiten elkaar dan ook volledig uit. Tijdens mijn persoonlijke gesprek met de Pauselijke Nuntius heb ik zowel Paus Franciscus I als hemzelf in alle opzichten Gods Zegen voor de toekomst toegewenst en heb ik Paus Franciscus I bedankt voor al zijn inzet tegen het antisemitisme in de gehele wereld. Zelden heb ik een zo'n oprecht belangstellend en vriendelijk mens meegemaakt als de Pauselijke Nuntius. Met recht een in alle opzichten menswaardige en waardiger Ambassadeur van de Heilige Stoel in Nederland. Mijn ontmoeting met de Pauselijke Nuntius, Monseigneur Dupuy zal ik mijn leven lang dan ook niet meer vergeten !!!

Met gevoelens van de meeste hoogachting en met vriendelijke groet,
INFORMATIECENTRUM TWEEDE WERELDOORLOG (IWOII)

Anne Louis Cammenga
Directeur

Foto van de Pauselijke Nuntius, Monseigneur André Dupuy en Anne Louis Cammenga, Directeur Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog en belijdend en meelevend lid van de Rooms-Katholieke kerk.

_____________________________________________________________________________________________________________

 

03-03-2014: Bedankbrief van de heer S. (Sybrand) van Haersma Buma voor het ontvangen exemplaar van het in 2012 via uitgeverij Boekscout in Soest gepubliceerde boek 'Marie Antoinette van Bourbon-Habsburg-Lotharingen'. Het boek is o.a. opgedragen aan CDA-er/EVP-er Z.K.K.H. Aartshertog Otto von Habsburg met wie Anne Louis Cammenga in 1995 en 1996 heeft samengewerkt in opdracht van o.a. de Zakenvrouw van het Jaar 1999, Lia van den Berg van Van den Berg & Partners ten behoeve van een promotioneel project, waarvan een groot deel van de opbrengst is geschonken aan de weeskinderen van Bosnië en Kroatië. Z.K.K.H. Aartshertog Otto von Habsburg heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog duizenden Joodse medeburgers het leven gered en is hiervoor na de oorlog dan ook terecht geëerd. De Aartshertog heeft de heer Cammenga in contact gebracht met de wereldberoemd geworden Oostenrijkse Neo-Nazi Hunter Simon Wiesenthal. De door deze Oostenrijker opgerichte organisatie is voor het Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII) in latere jaren een uiterst nuttig netwerk gebleken.

Overhandiging boek 'Marie Antoinette van Bourbon-Habsburg-Lotharingen' door Anne Louis Cammenga, Directeur Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII) aan Sybrand van Haersma Buma, Fractievoorzitter van de Tweede Kamerfractie van het CDA op 21-02-2014 in Hotel Figi in Zeist.

Beste Lezers,

Op vrijdag, 21 februari jl. heeft uw directeur een exemplaar van het door hemzelf geschreven en gepubliceerde boek 'Marie Antoinette van Bourbon-Habsburg-Lotharingen overhandigd aan Sybrand van Haersma Buma, de Fractievoorzitter van de Tweede Kamerfractie van het CDA in Hotel Figi in Zeist. Tijdens zijn korte aanbiedingsspeech vertelde uw directeur aan de heer Haersma Buma en aan de zeer grote groep andere belangstellenden dat hij in 1995 en 1996 heeft samengewerkt met Z.K.K.H. Aartshertog Otto von Habsburg dankzij de bemiddeling van een aantal CDA/EVP-parlementariërs in het Europees Parlement. Het betrof een promotioneel project ten behoeve van de kinderen van Bosnië en Kroatië, waarin uw directeur werd ingezet dankzij de bemiddeling van de Zakenvrouw van het Jaar 1999, Lia van den Berg van Van den Berg & Partners. Dankzij de bemiddeling van Z.K.K.H. Aartshertog Otto von Habsburg is uw directeur vervolgens in contact gekomen met de wereldberoemd geworden Oostenrijkse Nazi-hunter Simon Wiesenthal. Van dit contact heeft het Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII) veel voordeel gehad tijdens de landelijke protestactie tegen de komst van oud-Nazi-zanger Johan Heesters naar het theater De Flint in Amersfoort op 16 februari 2008.
Oud-Nazi-zanger Johan Heesters is in opspraak geraakt omdat hij tijdens de Tweede Wereldoorlog flink heeft geprofiteerd van het Naziregime en van zijn goede persoonlijke contacten met de Duitse dictator Adolf Hitler, maar na de oorlog nimmer officieel afstand heeft willen nemen van zowel het fascistische gedachtengoed als van het gedachtengoed van de persoon van Adolf Hitler.  Samen met een aantal andere belangenorganisaties heeft de stichting Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII) geprotesteerd tegen de komst van deze oud-Nazi-zanger naar Amersfoort, die tijdens de oorlog mede omstreden is geraakt door een optreden in het concentratiekamp Dachau gedurende het naziregime.  
Op de avond van 16 februari 2008 werd in de Amersfoortse St.-Aegtenkapel een 'muzikaal tegengeluid' ten gehore gebracht. Daarom werd muziek gespeeld van in de oorlog omgebrachte Joodse componisten. Tal van Nederlandse vertegenwoordigers van organisaties en individuen, die wilden protesteren tegen de komst van deze zanger naar Nederland, hebben dit 'tegen'-concert bijgewoond. Ook uw directeur is bij dit concert in de St.-Aegtenkapel aanwezig geweest.
Z.K.K.H. Aartshertog Otto von Habsburg heeft zich in de jaren dertig heftig verzet tegen de aansluiting van Oostenrijk bij het Duitse Rijk; hij ondersteunde het verzet van de Heimwehr onder Engelbert Dollfuss en Kurt von Schuschnigg tegen de nationaalsocialisten (die in 1934 bij een coup bondskanselier Dollfuss vermoordden). De jonge keizerlijke kroonprins Otto was vanwege zijn verzet tegen de Anschluss van Oostenrijk vanaf 1938 een doelwit van de Duitse geheime diensten en tevens van de nazi-pers. Tevens voorkwam hij verschillende grootschalige Anglo-Amerikaanse bombardementen op Oostenrijkse steden en bovendien verhinderde hij, via president Franklin Delano Roosevelt, dat Oostenrijk als deel van de Asmogendheden beschouwd werd. Hiermede zorgde hij voor een opdeling van de hoofdstad Wenen in verschillende bezettingssectoren, waardoor de stad niet uitsluitend onder een bezettingsregime van de Sovjet-legers zou komen.Voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog hielp Otto van Habsburg-Lotharingen duizenden Oostenrijkse en andere joden via Portugal en Spanje naar de Verenigde Staten te vluchten. Voor zijn verdienste werd een Otto-von-Habsburg-ereboom geplant in Yad Vashem in Israël. Z.K.K.H. Aartshertog Otto von Habsburg, de oudste zoon van de Zalige Keizer-Koning Karl I en Keizerin-Koningin Zita van Oostenrijk-Hongarije, is geboren in 1912 en overleden in 2011. Van 1979 tot 1999 was hij voor de Beierse CSU lid van het Europese Parlement.

Tijdens deze ontmoeting met de heer Van Haersma Buma heb ik hem en het aanwezige publiek laten weten dat ik mijn inhoudelijk bijzonder goede gesprekken en mijn in persoonlijk opzicht uiterst hartelijke contacten met Z.K.K.H. Aartshertog Otto von Habsburg in o.a. 1995 en 1996 nooit meer zal vergeten en dat ik het CDA mijn hele leven dankbaar zal blijven voor het feit dat deze partij mij in staat heeft gesteld deze contacten met de Keizerlijke en Koninklijke Aartshertog van Oostenrijk-Hongarije te onderhouden.

Met vriendelijke groet,
INFORMATIECENTRUM TWEEDE WERELDOORLOG (IWOII)

Anne Louis Cammenga
Directeur

_____________________________________________________________________________________________________________


Beste Lezers,

Graag wil ik u allen hierbij laten weten dat ik mij in de afgelopen maanden als lid heb ingeschreven bij de Heilige Gerardus Majella Parochie. Tot mijn intens grote vreugde heb ik op zondag, 6 oktober jl. tijdens een schitterende, onvergetelijke dienst het Heilig Sacrament van het Vormsel ontvangen uit handen van de Pastoor van deze parochie. Kardinaal Eijk heeft hiervoor aan hem zijn toestemming verleend.

Het vervult mij met grote vreugde en diepgevoelde dankbaarheid dat ik niet alleen op 6 oktober jl. het Heilige Sacrament van het Vormsel heb ontvangen, maar dat ik tevens op deze dag als volwaardig lid ben opgenomen in de Rooms-Katholieke Kerk.

Ik vertrouw erop u hiermee volledig en afdoende te hebben geïnformeerd.

Met vriendelijke groet,
INFORMATIECENTRUM TWEEDE WERELDOORLOG (IWOII)

Anne Louis Cammenga

P.S. De in cursief extra weergegeven voornamen zijn de namen van de Heiligen, die ik als Vormselnamen heb gekozen en die door mijn Pastoor in een uiterst fraai handschrift op een prachtig Vormseldocument zijn vermeld. Een tastbare herinnering aan deze onvergetelijke dag, die ik beslist in zal gaan lijsten en mijn leven lang zal blijven koesteren.

_____________________________________________________________________________________________________________





                                Dankwoord Koninklijke Familie

5 september 2013

Dankwoord

______________________________________________________________________________________________________________________
Op vrijdag, 16 augustus 2013 - de dag waarop Z.K.H. Prins Friso werd begraven op het kerkhof vlakbij kasteel Drakesteyn in de gemeente Baarn heb ik in mijn functie als directeur namens onze stichting en uiteraard ook namens mijzelf als privépersoon een brief geschreven aan Hunne Majesteiten, Koning Willem Alexander en Koningin Máxima der Nederlanden en hen als bijlage bij deze brief een exemplaar van mijn eerste geschreven boek 'Marie Antoinette van Bourbon-Habsburg-Lotharingen' geschonken ter vertroosting en ter bemoediging in deze voor de gehele Koninklijke Familie zo zware en verdrietige tijd in verband met het overlijden van hun familielid Prins Friso. De brief en een afbeelding van de voorkant van het boek treft u hieronder aan.
 

Hunne Majesteiten
Z.M. Koning Willem Alexander der Nederlanden
H.M. Koningin Máxima der Nederlanden
Koninklijk Paleis Noordeinde
Postbus 30412
2500 GK  DEN HAAG

 

Zeist, 16 augustus 2013

Betreft: Schenking van een exemplaar van het boek 'Marie Antoinette van Bourbon-Habsburg-Lotharingen' aan Uwe Majesteiten en al uw overige familieleden ter vertroosting en ter bemoediging voor het dragen van het verlies van Uw familielid, Z.K.H. Prins Friso (Dit boek wordt U separaat aangetekend per post toegezonden)

Majesteiten,

Allereerst wil ik U beiden en al uw overige familieleden hierbij mijn oprechte deelneming betuigen met het verlies van uw aller familielid, Z.K.H. Prins Friso. Graag maak ik van deze gelegenheid gebruik U allen heel veel sterkte toe te wensen in deze voor U allen zo verdrietige en moeilijke tijd. Hierbij wens ik U beiden en al uw overige familieleden tevens vanuit de grond van mijn hart Gods Zegen en de altijd durende bescherming van de Heilige Maagd Maria toe.

Voor vandaag -  vrijdag 16 augustus 2013 -  wens ik U allen heel veel sterkte toe bij de uitvaartdienst van Z.K.H. Prins Friso. Wat ik persoonlijk voor U allen extra verdrietig vind is dat de Protestantse voorganger van deze uitvaartdienst, de heer ds. Carel ter Linden in het openbaar heeft verklaard persoonlijk niet in God te geloven. Hierdoor wordt U allen zelfs de troost ontnomen van een in dit soort dagen tóch belangrijke voorganger van een kerk, die U onmogelijk écht goed op spiritueel gebied bij kan staan in deze voor U allen zo moeilijke en verdrietige tijd als hij zélf niet eens in God gelooft.
Als ik dit via het nieuws verneem dank ik God en de Heilige Maagd Maria eerbiedig en welgemeend op mijn knieën dat ik zélf gelukkig wél Pastoor heb, die tenminste oprecht in God gelooft en die mij dus als belijdend en meelevend lid van de Rooms-Katholieke Kerk daardoor goed bij kan staan in zowel de mooie als de verdrietige momenten in mijn leven. Na het lezen van dit nieuws vervult het mij persoonlijk dan ook innerlijk met grote vreugde en intense dankbaarheid dat ik mag leven en eens mag gaan sterven in het Christelijk geloof van de Heilige Moederkerk, de Rooms-Katholieke Kerk. Vanuit de grond van mijn hart wens ik U allen dan ook toe dat - ondanks deze Protestantse voorganger, die zélf niet meer in God gelooft - U allen hoe dan ook tóch Gods Zegen en Genadevolle Aanwezigheid zal kunnen en mogen ervaren bij de uitvaartplechtigheid van Uw familielid, Prins Friso en dat U allen eveneens Gods Zegen en Genadevolle, Troostende Aanwezigheid zult ervaren in de periode daarna tijdens de rouwverwerking van het verlies van uw aller familielid.

Van harte wens ik U allen hierbij toe dat mijn tweede boek 'Wees gerust ! Vóór, tijdens en ná je dood sta ik als een rots aan je zijde !' over de weg van ziekte en sterven op Christelijke grondslag U allen vertroosting en bemoediging zal kunnen geven. In dit boek verwijs ik U allen graag naar de gebeden, zoals het 'Wees Gegroet, Maria' en het 'Onze Vader', alsmede naar de Kerkelijke gezangen en psalmen, die hierin zijn opgenomen. Ook het gezang 'U zij de Glorie' is hierin opgenomen. Moge juist dit lied U laten weten dat Uw familielid Prins Friso uiteindelijk als Zijn kind zich veilig in Gods Eeuwige Liefdevolle Vaderarmen mag weten. Deze wetenschap zal ongetwijfeld een grote vertroosting en bemoediging voor U allen
betekenen in deze voor U allen zo verdrietige en moeilijke tijd. Mocht U met mij willen praten over de inhoud van mijn boek, dan sta ik hier uiteraard te allen tijde voor open. U mag mij dag en nacht bellen of mailen voor een gesprek over de weg van ziekte en sterven op Christelijke grondslag. Hiertoe maak ik graag een persoonlijke afspraak met U. Als ik hierin persoonlijk iets voor U kan betekenen, zal ik dit - als oprecht Rooms-Katholiek en dus als Uw Christelijke medemens - bijzonder graag voor U allen doen.

Om U allen een hart onder de riem te steken in de oprechte wens dat dit U allen enigszins zal kunnen troosten en bemoedigen schenk ik U allen hierbij een exemplaar van het door mijzelf eerste geschreven boek 'Marie Antoinette van Bourbon-Habsburg-Lotharingen'. Een half jaar na zijn bijzonder tragische eind op het schavot werd de Franse Koning-Martelaar Lodewijk XVI van Bourbon door de Heilige Vader van Rome Zalig verklaard. Dit moet voor zijn weduwe, de Franse Koningin Marie Antoinette van Bourbon-Habsburg-Lotharingen, die zélf toen immers aan de vooravond van haar eigen lijdensweg stond vast een zeker een grote troost en inspirerend voorbeeld zijn geweest. De mooiste en meest ontroerende getuigenis over haar eigen Rooms-Katholieke Christelijke Geloof is terug te vinden in haar laatste brief aan haar schoonzuster, Madame Elisabeth, de vrome zuster van Z.M. Koning Lodewijk XVI van Bourbon van Frankrijk. In
deze brief schrijft de Franse Vorstin Marie Antoinette:

'Ik sterf als apostolisch rooms-katholiek, het geloof van mijn vader, waarin ik ben opgevoed en dat ik steeds heb beleden. Daar ik niet op geestelijke troost kan rekenen omdat ik niet weet of er hier nog priesters van dat geloof zijn en ook omdat de plaats waar ik mij bevind voor hen te gevaarlijk zou zijn, bid ik God vurig om vergeving voor al de zonden die ik in mijn leven heb begaan. [Marie Antoinette had wel de laatste biecht afgelegd, maar wilde dit niet vermelden in de brief voor het geval deze in verkeerde handen mocht vallen.] Ik hoop dat Hij in al zijn goedheid mijn laatste gebed zal willen verhoren, evenals de vele andere, die ik tot Hem heb gericht opdat mijn ziel bij Hem moge rusten.'

En nog een citaat uit mijn eerste boek 'Marie Antoinette van Bourbon-Habsburg-Lotharingen': 'Door haar koninklijke waardigheid wist zij de schande van het showproces en de rit in de houten kar in alle opzichten volledig te overstijgen. De Franse revolutie had de koningin weliswaar af kunnen zetten, maar de revolutie heeft nooit haar wil aan de vorstin kunnen opleggen en haar kunnen onderwerpen. Het was dan ook geen onderworpen slachtoffers, die de laatste reis naar het schavot maakt, maar het was Hare Majesteit de Koningin op weg naar het Hiernamaals om zich te verenigen met haar echtgenoot, de koning.'

Van ganser harte wens ik U allen toe dat U allen - net als in 1793 de Rooms-Katholieke Zalige Koning Martelaar van Frankrijk. Z.M. Koning Lodewijk XVI van Bourbon van Frankrijk en Zijn doorluchtige Keizerlijke en Koninklijke Gemalin, de eveneens Rooms-Katholieke H.M. Koningin Marie Antoinette van Bourbon van Frankrijk, geboren Aartshertogin van Habsburg-Lotharingen - zich eveneens  getroost en gesterkt zal kunnen en mogen weten door de gedachte dat Uw aller
familielid, Prins Friso zich thans op weg heeft begeven naar het Hemelse Paradijs om zich daar voor eeuwig verenigd te weten met zijn Hemelse Vader en Schepper, Jezus Christus !!!

Met gevoelens van de meeste hoogachting en met vriendelijke groeten,
INFORMATIECENTRUM TWEEDE WERELDOORLOG (IWOII)

Anne Louis Cammenga
Directeur

Én:

Met gevoelens van de meeste hoogachting en met vriendelijke groeten,

Anne Louis Cammenga
Privépersoon

Bijl.: 1 
______________________________________________________________________________________________________________________
 
Kort Nieuws:
Op vrijdag, 16 augustus 2013 heb ik in mijn functie als directeur namens onze stichting en uiteraard ook namens mijzelf als privépersoon het condoleanceregister getekend op het gemeentehuis in Zeist, waarin ik schriftelijk onze oprechte en diepgevoelde deelneming heb betuigd aan Hunne Majesteiten, Koning Willem Alexander en Koningin Máxima der Nederlanden en al hun overige familieleden in verband met het overlijden op 12 augustus 2913 van Z.K. Prins Friso der Nederlanden.
______________________________________________________________________________________________________________________
 
Betuiging van oprechte en diepgevoelde deelneming namens Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII) aan Hunne Majesteiten, Koning Willem Alexander en Koningin Máxima der Nederlanden en al hun overige familieleden in verband met het overlijden op 12 augustus 2913 van Z.K. Prins Friso der Nederlanden.
 

Hunne Majesteiten
Z.M. Koning Willem Alexander der Nederlanden
H.M. Koningin Máxima der Nederlanden
Koninklijk Paleis Noordeinde
Postbus 30412
2500 GK  DEN HAAG

 

Zeist, 12 augustus 2913

Betreft: Betuiging van oprechte en diepgevoelde deelneming met het
verlies van Z.K.H. Prins Friso der Nederlanden

 

Majesteiten,

Namens onze stichting Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII) en uiteraard ook namens mijzelf als privépersoon wil U beiden, Uw moeder, H.K.H. Prinses Beatrix der Nederlanden, Uw schoonzuster, H.K.H. Prinses Mabel der Nederlanden en haar Kinderen en al Uw overige familieleden onze diepgevoelde en oprechte deelneming betuigen met het voor U allen zo bijzonder grote verlies van Uw aller familielid Z.K.H. Prins Friso der Nederlanden. 

Zelf wens ik U hierbij van ganser harte toe dat U veel vertroosting en kracht zult kunnen putten uit het boek 'Week gerust! Vóór,
tijdens en ná je dood sta ik als een rots aan je zjjde' dat ik zelf heb geschreven en aan u beiden heb opgedragen en dat ik U beiden als 
cadeau heb toegezonden.

Zelf zal ik God en onze Heilige Moeder Maria om vertroosting en kracht voor U en Uw gehele familie bidden voor zowel de komende dagen tot en met de bijzetting in de kerk in Delft als in de periode van rouwverwerking daarna.  Moge Gods Zegen en de altijd durende
bescherming van Onze Heilige Moeder Maria U allen daarbij altijd vergezellen. Dat wens ik bid U allen van ganser harte toe.

Met gevoelens van de meeste hoogachting,
INFORMATIECENTRUM TWEEDE WERELDOORLOG (IWOII)

Anne Louis Cammenga
Directeur

__________________________________________________________________________________________________
Brief namens Hunne Majesteiten, Koning Willem Alexander en Koningin Máxima der Nederlanden aan Anne Louis Cammenga, directeur van het Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII), waarin hij bijzonder hartelijk wordt bedankt voor het door hem aan het Koningspaar geschonken exemplaar van zijn tweede boek 'Wees gerust! Vóór, tijdens en ná je dood sta ik als een rots aan je zijde!' dat hij vanwege de oecumenische instelling van het Vorstenpaar na de verschillende geloofsrichtingen toe heeft opgedragen aan de Koning en de Koningin.

__________________________________________________________________________________________________

De onderstaande brief is namens onze organisatie op 18-07-2013 verzonden aan de heer mr. E.E. van der Laan, burgemeester van de Gemeente Amsterdam naar aanleiding van het door hem gegeven interview in het programma Oog in Oog van de KRO op 16-07-2013

 

Gemeente Amsterdam
T.a.v. de heer mr. E.E. van der Laan
Burgemeester van Amsterdam
Amstel 1
1011 PN  AMSTERDAM

 

Zeist, 18 juli 2013

Betreft: Adhesiebetuiging Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog
(IWOII) voor besluit Gemeente Amsterdam om de door onze Joodse medeburgers aan de Gemeente Amsterdam betaalde erfpacht over de Tweede Wereldoorlogsjaren met rente terug te betalen

Geachte heer Van der Laan,

Tijdens het tv-programma Oog en Oog van dinsdag, 16 juli jl. is het onderwerp ter sprake gekomen dat Amsterdamse Joodse medeburgers verzocht werd om erfpacht te betalen over de jaren dat zij tijdens de Tweede Wereldoorlog ondergedoken of in concentratiekampen hebben gezeten. Ook ging het hierbij om Joodse Amsterdamse medeburgers van wie het huis werd gebruikt door de Duitse bezetters. Teruggekeerde Amsterdamse Joodse medeburgers kregen in 1947 zelfs boetes, omdat zij tijdens de 
oorlogsjaren hun erfpacht niet hadden betaald. Dit feit is – zo  werd tijdens het programma meegedeeld - ontdekt door studenten die het 
Amsterdamse stadsarchief digitaliseerden.

Tijdens ditzelfde programma heeft u als burgemeester van Amsterdam dit  namens de wethouders, alle overige raadsleden en uzelf  ‘een beroerde zaak’ genoemd en aangegeven dat u de gedupeerden wilt compenseren. U gaf aan zich te verbazen over de kilheid van velen zo vlak na de Tweede Wereldoorlog in 1947 naar onze Joodse medeburgers toe en dat  dit “vanzelfsprekend” moet worden rechtgezet. U gaf aan dat de gemeente tevens onderzoekt of ook zaken als gas en elektriciteit bij oorlogsslachtoffers in rekening is gebracht. Ook hiervoor zal in opdracht van de gemeente Amsterdam worden onderzocht hoe de desbetreffende gedupeerden hiervoor kunnen worden gecompenseerd. U gaf aan dat alle wethouders, alle overige raadsleden en uzelf unaniem van mening zijn dat dit moet worden rechtgezet.

Vanuit onze stichting willen wij het College van Burgemeester en Wethouders, de Raadsleden en alle overige betrokkenen veel succes 
toewensen bij dit onderzoek. Wij hopen voor alle gedupeerde Joodse Tweede Wereldoorlogsslachtoffers dat dit door uw gemeente Amsterdam gelaste onderzoek snel zal kunnen worden afgerond en dat deze oorlogsslachtoffers in opdracht van de Gemeente Amsterdam volledig én met rente op deze wijze voor het door hun ondergane leed zullen worden gecompenseerd.

Met gevoelens van de meeste hoogachting en met vriendelijke groet,
INFORMATIECENTRUM TWEEDE WERELDOORLOG (IWOII)

Anne Louis Cammenga
Directeur

C.C.:
- Z.M. Koning Willem Alexander der Nederlanden
- H.M. Koningin Máxima der Nederlanden
- Alle Leden van de Tweede Kamer
- Het College van Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Amsterdam
- De Raadsleden van de Gemeente Amsterdam
- Het College van Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Zeist
- De Raadsleden van de Gemeente Zeist
- Belangenorganisaties voor Tweede Wereldoorlogsslachtoffers
- De Nederlandse media

 

__________________________________________________________________________________________________

_____________________________________________________________________________________________________________
De onderstaande brief is namens onze organisatie op 12-07-2013 verzonden aan Hunne Majesteiten, Z.M. Koning Willem Alexander der Nederlanden en H.M. Koningin Máxima der Nederlanden.
 

Z.M. Koning Willem-Alexander der Nederlanden
H.M. Koningin Máxima der Nederlanden
Postbus 30412
2500 GK Den Haag

 

Zeist, 12 juli 2013

BETREFT: DANKBETUIGING VOOR UW BEZOEK AAN DE JOODSE 
GEMEENTE AMSTERDAM (NIHS) EN AAN EEN JOODSE SYNAGOGE  OP 08-07-2013

 

Majesteiten,

Wat een geweldig mooi initiatief van U beiden om zó snel naar uw troonsbestijging de Joodse gemeente in Amsterdam (NIHS) en de Joodse synagoge aan het Jacob Obrechtplein in dezelfde stad te bezoeken.

Naar onze mening is het dan ook niet meer dan logisch en héél begrijpelijk dat er dan ook wekelijks in de synagoge wordt gebeden
om Zegen voor Uwe Majesteiten, uw drie kinderen, waaronder H.K.H. Amalia, de Prinses van Oranje, Uw (schoon)moeder, H.K.H.
Prinses Beatrix der Nederlanden en alle overige leden van Uw enige echte Nederlandse Koninklijke Huis.

Met gevoelens van de meeste hoogachting en met vriendelijke groet,
INFORMATIECENTRUM TWEEDE WERELDOORLOG (IWOII)

Anne Louis Cammenga
Directeur

__________________________________________________________________________________________________
De onderstaande brief is namens onze organisatie op 12-07-2013 verzonden aan Hunne Majesteiten, Z.M. Koning Albert II der Belgen, H.M. Koningin Paola der Belgen, Z.K.H. Kroonprins Filips der Belgen en H.K.H. Prinses Mathilde der Belgen.

 

Z.M. de Koning der Belgen
H.M. de Koningin der Belgen
Z.K.H. de Kroonprins der Belgen
H.K.H. de Kroonprinses der Belgen
Departement
Brederodestraat 16
B-1000 Brussel

 

Zeist, 12 juli 2013

BETREFT: DANKBETUIGING VOOR HET BESCHERMHEERSCHAP VAN Z.M. DE KONING DER BELGEN VOOR DE TREIN DER 1000 !!!


Majesteiten,
Koninklijke Hoogheden,

Diep ontroerd maar ook bijzonder dankbaar voor het feit dat ik als inwoner van Europa Uwe Majesteiten twintig jaar lang als Koning en Koningin der Belgen mee heb mogen maken, heb ik kennis genomen van het voornemen van U, Koning Albert om op 21 juli a.s., de Nationale Feestdag van België, af zal treden ten gunste van uw zoon, Z.K.H. Kroonprins Prins Filips der Belgen, die samen met zijn echtgenote, H.K.H. Prinses Mathilde der Belgen vanaf dat moment als Vorsten over België zullen gaan regeren.

Onze stichting Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII) wilt haar grote dankbaarheid en respect uitspreken voor uw Beschermheerschap voor het fantastische Belgische initiatief van de Trein der 1000 !!! Een treinreis, waarin 1000 jongeren uit Europa meereizen; die start in België en eindigt bij het concentratiekamp Auschwitz om op die manier kennis aan onze huidige Europese jongeren over te dragen over de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog en dan met name toegespitst op de Holocaust. Wij willen Uwe Majesteit hierbij onze oprechte dank en respect betuigen voor al uw inzet die Uwe Majesteit hierbij in de afgelopen jaren heeft getoond en wij spreken hierbij onze diepgevoelde en oprechte wens uit dat dit geweldige, educatieve initiatief in de toe-komst evenzeer op de welwillende belangstelling, genegenheid en bescherming van uw zoon, Z.K.H. Kroonprins Filips der Belgen zal kunnen mogen rekenen. 

Zolang als ik leef, zal ik nooit de troonsbestijging van Uwe Majesteiten in 1993 vergeten na het overlijden van uw zéér bewonderingswaardige broer, schoonbroer en oom, Z.M. Koning Boudewijn der Belgen. Net als uw voorganger en diens echtgenote, de zéér geliefde H.M. Koningin Fabiola der Belgen hebben Uwe Majesteiten eveneens steeds op mijn respect, grote waardering en oprechte liefde kunnen rekenen. Graag maak ik dan ook van deze gelegenheid gebruik Uwe Majesteiten, Uw schoonzuster, H.M. Koningin Fabiola der Belgen, Hunne Koninklijke Hoogheden, de Kroonprins en de Kroonprinses der Belgen en al uw overige familieleden in alle opzichten alle goeds maar boven alles Gods Zegen voor de toekomst toe te wensen !!! 

Majesteiten: heel hartelijk bedankt voor alles wat U beiden voor België en de rest van de wereld heeft gedaan! Heel veel geluk in de toekomst te midden van uw familieleden en al uw overige dierbaren toegewenst!
Koninklijke Hoogheden: een onvergetelijke, prachtige troonsbestijging op 21 juli a.s. toegewenst alsmede een lange, voorspoedige, gelukkige regeringsperiode voor uw beiden als Koning en Koningin der Belgen. Van ganser harte wens ik U beiden hierbij toe dat uw ouders, schoonouders en uw overige familieleden hier in een goede gezondheid nog maar lang 
getuige van zullen mogen zijn!

Koninklijke Hoogheden: Uiteraard feliciteren wij hierbij ook het gehele Belgische volk en alle inwoners van Europa met uw troonsbestijging. Gezien de illustere, respectvolle en smetteloze voorbeelden van al uw voorgangers als Koning en Koningin der Belgen zijn wij er dan ook rotsvast van overtuigd dat België en Europa met U beiden als het nieuwe Vorstenpaar van België en als Staafhoofden en daarmee als Vertegenwoordigers van België in Europa voor wat België als Europese bondgenoot betreft de toekomst met alle vertrouwen tegemoet kan zien. Van ganser harten wensen wij U toe dat Gods Zegen en de bescherming van de Heilige Moeder Gods U daarbij altijd zal vergezellen!

Met gevoelens van de meeste hoogachting en met vriendelijke groet,
INFORMATIECENRUM TWEEDE WERELDOORLOG (IWOII)

Anne Louis Cammenga
Directeur

__________________________________________________________________________________________________

 
 

Toespraak van de Burgemeester van Zeist, de heer drs. J.J.L.M. Janssen, ter gelegenheid van de Dodenherdenking op 4 mei 2013 om 19.35 uur in het Walkartpark in Zeist

 

 

Dames en heren, jongelui, jongens en meisjes,

 

Driehonderd jaar geleden maakte een verdrag een einde aan uitputtende oorlogen in Europa.

De Vrede van Utrecht werd getekend.

Het was voor het eerst in de geschiedenis dat een oorlog met een handtekeningen werd beëindigd.

 

In mei 1945 waren het opnieuw handtekeningen die een einde maakten aan een uitputtende oorlog hier in Nederland.

Sindsdien zijn er in Europa nog veel handtekeningen gezet onder overeenkomsten die bijdragen aan onze vrijheid.

De vrede en vrijheid waarin wij vandaag leven, is geregeld in afspraken op papier.

 

Maar papier is geduldig.

Het echte werk begint pas wanneer de inkt droog is.

Dan is het aan ons, aan u, aan jou en aan mij, om de afspraken en de vrijheid waar te maken.

 

En dan ontdekken we al snel dat vrijheid lastige dilemma’s oproept.

Mijn vrijheid en jouw vrijheid kunnen elkaar flink in de weg zitten.

Vrijheid betekent: de vrijheid van een ander verdragen.

Schrijfster Marion Bloem zegt het zo:

 

Als vrij zijn is: hou jij je mond 
want ik heb iets te zeggen

Als vrijheid mij beschermt 
tegen jouw ideeën die voor mij te anders zijn,

Dan is vrijheid munt voor mij 
en kop eraf voor jou.
Dan is vrijheid lucht en willekeurig. 

 

Beste mensen,

Vrijheid gaat zelfs verder dan elkaar verdragen.

Vrijheid vraagt van ons dat we bruggen bouwen en elkaar opzoeken.

Zoals de Israëlische studenten uit Tel Aviv die in maart te gast waren bij de Vrije School in Zeist.

En die ook een bezoek brachten aan de Turkse moskee.

Het werd een bijzondere ontmoeting tussen twee wereldgodsdiensten die elkaar niet altijd goed verdragen.

Ik vind dat indrukwekkend.

Vooral als er aan het eind van het bezoek enthousiast telefoonnummers en emailadressen worden uitgewisseld!

Vrijheid vraagt dat we ons met elkaar willen verbinden. Maar vrijheid kan veeleisend zijn en nóg meer van ons vragen.

Dit monument voor de gevallenen beeldt dat krachtig uit.

Er kan een moment komen dat van ons wordt gevraagd om ons leven in de waagschaal te stellen voor het leven en de vrijheid van anderen.

 

Dat is nog eens een dilemma!

Ik denk daar wel eens over na: wat zou ik doen?

Zou ik dat durven?

Zou ik mijn leven in de waagschaal stellen voor een ander?

En u, zou u zo ver gaan?

 

We gedenken vanavond met elkaar in stilte.

Hen die strijd hebben geleverd; Hen die niet gered konden worden; slachtoffers en overlevenden.

In de Tweede Wereldoorlog en daarna.

 

Vrede en vrijheid beginnen met afspraken op papier.

Vrede en vrijheid vragen van ons dat we elkaar verdragen.

Dat we bruggen naar elkaar bouwen.

Dat we soms ingrijpende beslissingen nemen over ons eigen leven.

Daar staan we bij stil, vanavond.

Twee minuten lang.

Om vrede en vrijheid morgen, overmorgen en daarna met elkaar waar te maken.

_________________________________________________________________________

Dodenherdenking, 04-05-2013 en Bevrijdingsdag, 05-04-2013 in Zeist

 
Op 4 mei 2013 vond zoals ieder jaar de Dodenherdenking plaats in het Walkartpark in Zeist. Uiteraard was uw directeur als vertegenwoordiger van uw stichting hierbij aanwezig. Ook als nabestaande. Om 19.00 uur ontmoette ik het College van B&W en een aantal fractieleden van verschillende politieke partijen in Zeist. Om 19.20 uur vertrok de stoet vanaf het Gemeentehuis van Zeist naar stapvoets naar het Walkartpark. Met name de toespraak van Berend Rijkens, Zeistenaar, Verzetsman en oud-Veteraan heeft op mij een diepe indruk achtergelaten. Nadat om 20.00 uur door alle aanwezigen twee minuten stilte in acht werd genomen, zongen alle aanwezigen het Nederlandse volkslied Het Wilhelmus (1e en 6e couplet). Nadat door Alie Alberts, de secretaresse van de burgemeester van Zeist, Koos Janssen werd meegedeeld dat de nabestaanden hun bloemen neer mochten leggen, heb ik namens onze stichting Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog bloemen bij het Nationaal Oorlogsmonument neergelegd. Dit heb ik eveneens gedaan bij het Nederlands-Indië Monument. Bij het Joods Monument heb ik namens onze stichting een Teddybeer met een bijbehorende tekst neergelegd ter nagedachtenis aan o.a. alle Joodse kinderen, die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen. Na afloop van Dodenherdenking heb ik nog met de burgemeester, diens echtgenote, een aantal fractieleden, oud-veteranen en andere aanwezigen uit het publiek gesproken. Uiteraard heb ik eveneens het schitterende concert in de Oude Kerk bijgewoond, dat ter nagedachtenis aan alle oorlogsslachtoffers werd uitgevoerd. Met name het Requiem (de Dodenmis) van Gabriel Faure heeft een onvergetelijke indruk bij mij nagelaten.
Op 5 mei 2013 ben ik gaan kijken bij het bevrijdingsvuur en de vlaggen bij het Gemeentehuis in Zeist. De vlaggen worden ieder jaar gehesen ter nagedachtenis aan de geallieerde landen, die Nederland destijds van het Duitse bezetter met diens fascisme en antisemitisme heeft bevrijd.
Een foto-impressie treft u hieronder aan. Het was een waardige Dodenherdenking en een goede Bevrijdingsdag, die ik beslist niet had willen missen. Het heeft mij bijzonder goed gedaan om te merken dat er dit jaar bijzonder veel jongeren bij Dodenherdenking aanwezig zijn geweest. Op zondag, 5 mei heb ik drie kerkdiensten bijgewoond. Op mijn verzoek werd er in de Sint Josephparochie gebeden voor alle slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en voor een goede Bevrijdingsdag voor iedereen. Ook in de andere twee kerken, waar ik op deze dag de dienst heb bijgewoond, werd ruim aandacht besteed aan Bevrijdingsdag. De voorganger in de PKN-dienst in de Bethelwijk in Zeist benadrukte zowel in zijn preek als in zijn gebed het grote belang van het tegengaan van antisemitisme. De derde en laatste kerkdienst, die ik die dag heb bijgewoond, werd afgesloten met het zingen van het eerste en zesde couplet van het Nederlandse volkslied Het Wilhelmus. Met de gedachte aan mijn moeder, wiens Joodse dierbaren in Sobibor en Auschwitz zijn vermoord, en aan mijn vader, die op 7 maart 1045 bij een razzia in Lisse is opgepakt en in een kamp in Duitsland heeft gezeten, heb ik ons volkslied uit volle overtuiging met bijzonder veel plezier meegezongen.
Het was een waardige, goede en warme herdenking van 4 en 5 Mei, die ik - net zoals in alle andere voorgaande jaren - ook dit jaar beslist niet had willen missen. Het blijft naar mijn mening dan ook belangrijk om de lessen van de Tweede Wereldoorlog door te geven aan de huidige en toekomstige generaties: nooit geen fascisme en antisemitisme meer !!! Lang leve de Koning en de Koningin, onze Democratie en onze Vrijheid !!! 
 
INFORMATIECENTRUM TWEEDE WERELDOORLOG (IWOII)
 
Anne Louis Cammenga
Directeur
 

Het Nationaal Oorlogsmonument in het Walkartpark in Zeist

De bloemen van de stichting Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog bij het Nationaal Oorlogsmonument

Het Nederlands-Indië Monument in het Walkartpark in Zeist

De bloemen van de stichting Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog bij het Nederlands-Indië Monument

Het Joods Monument in het Walkartpark in Zeist

Teddybeer met bijbehorende tekst namens de stichting Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog ter nagedachtenis aan o.a. alle Joodse kinderen, die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen.

Omslag programmaboekje Herdenkingsconcert Zeist voor oorlogsslachtoffers. Dit prachtige concert met o.a. het Requiem van de Franse componist Gabriël Faure vond op 4 mei, Dodenherdenking om 09.00 uur plaats in de Oude Kerk in Zeist.

 Uitleg over het muziekstuk het Requiem (de Dodenmis) van de Franse componist Gabriël Faure.

__________________________________________________________________________________________________

De onderstaande brief is namens onze organisatie op 02-05-2013 verzonden aan Hunne Majesteiten, Z.M. Koning Willem Alexander der Nederlanden en H.M. Koningin Máxima der Nederlanden.

 

Hunne Majesteiten

Koning Willem Alexander der Nederlanden

Koningin Máxima der Nederlanden

Koninklijk Paleis Noordeinde

Postbus 30412

2500 GK  DEN HAAG

 

Zeist, 2 mei 2013

 

Betreft: Welgemeende complimenten voor schitterende inhuldiging / 4 en 5 Mei herdenking / Twee krantenartikelen over razzia op 07-03-1945 in Lisse

 

Majesteiten,

 

Allereerst wil ik u beiden en uw moeder, H.K.H. Prinses Beatrix der Nederlanden onze welgemeende complimenten betuigen voor uw schitterende inhuldiging tot Koning en Koningin der Nederlanden. Ook wil ik mijn welgemeende complimenten overbrengen aan uw moeder, die 33 jaar lang onze Vorstin is geweest.

Zelf kan ik mij nog heel goed de inhuldiging van uw moeder in 1980 herinneren, toen ik zelf 19 jaar oud was. Het was een grimmige en dreigende sfeer op de Dam in Amsterdam. Nu was er geen een enkele wanklank te bespeuren en heerste er een blije en gelukkige stemming op het Damplein. Trouwens het feit dat het publiek de afgelopen dagen steeds 'Bea bedankt !!!' heeft gescandeerd, zegt in positieve zin eigenlijk al meer dan genoeg. Het feit dat het publiek nu zo anders reageert dan in 1980 is naar mijn mening zonder meer te danken aan uw moeder, die ieders respect heeft afgedwongen. Ook het mijne. Graag maak ik dan ook van deze gelegenheid gebruik uw moeder en schoonmoeder een heerlijke, onbezorgde levensavond toe te wensen te midden van haar kinderen en kleinkinderen.

Wat zag U - Koning Willem Alexander - er vorstelijk uit en wat was U - Koningin Máxima adembenemend mooi in die prachtige blauwe jurk met mantel en dat schitterende diadeem. Graag maak ik van deze gelegenheid gebruik u beiden zowel namens mijn collega, de heer mr. F. (Fred) J. IJspeerd en mijzelf een lange, voorspoedige, gelukkige en zegenrijke regeerperiode toe te wensen. Wij beiden wensen u beiden, uw moeder Beatrix, de ouders van Koningin Máxima en al uw familieleden van beide zijden oprecht toe dat Gods Zegen uw allen uw gehele leven lang zal blijven vergezellen !!!

 

Zlf zetten mijn collega, de heer mr. F. (Fred) J. IJspeerd en ikzelf ons alle vele jaren in om fascisme en antisemitisme in Nederland te voorkomen en te bestrijden. Dit is ons beiden zowel zakelijk als privé helaas duur komen te staan. Zelf worden wij bij onze oprechte inzet hiervoor belasterd en besmaad op internet door de rechtsextremistische Noordlandgroepering onder leiding van haar oprichter, een Zeisterse rechtsextremist. Een afschuwelijke ervaring om aan den lijve mee te maken. Dat kunnen wij u beiden inmiddels uit onze eigen ervaring verzekeren. Mijn advocaat, de heer   mr. M.P.H. Ruperti, Advocaat bij Dijkstra, Krikke, Ruperti Advocaten in Amersfoort en ik zullen dan ook zeker aangifte bij de Politie gaan doen tegen deze rechtsextremisten met hun hoofdkantoor in de Gemeente Zeist.

De reden dat ik mij al vele jaren inzet om fascisme en antisemitisme in Nederland te voorkomen ligt voor een belangrijk gedeelte in mijn familiegeschiedenis besloten. Joodse dierbaren van mijn in 2009 overleden moeder, Hermina Cammenga-Damen zijn in Auschwitz en Sobibor omgekomen en mijn in 2007 overleden vader, oud-Indië-Veteraan Jillet Cammenga is tijdens een razzia in Lisse op 7 maart 1945 door de toenmalige Duitse bezetter opgepakt en via de toenmalige Ripperda-kazerne in Haarlem afgevoerd een kamp vlakbij Bochelt in Duitsland. Met een dergelijke familiegeschiedenis heb je geen enkele motivatie meer nodig om je in te zetten om fascisme en antisemitisme in Nederland te helpen te voorkomen en te bestrijden.

Op 16 april heb ik een lezing gehouden voor de Vereniging Oud Lisse in Lisse over de razzia van 7 maart 1945 in Lisse, waarbij mijn vader Jillert Cammenga samen met 39 andere jonge mannen uit Lisse is opgepakt en afgevoerd. Tijdens deze lezing heb ik een ontmoeting gehad met Lenie Strikkers-Marseille. Zij was het toenmalige buurmeisje van mijn vader en speelde met mijn tante Tiny in het huis van mijn grootouders. Zij zag met haar eigen ogen hoe mijn vader voor haar ogen door de Duitsers werd opgepakt en afgevoerd. Ook andere ooggetuigen van deze razzia en het afvoeren van mijn vader hebben meegemaakt en zich thans n9og goed kunnen herinneren, de heren J. Maarssen, H. Daudeij en mevrouw  G.P. Tibboel – Boot, waren bij deze lezing aanwezig. Een ontroerend en voor mij als zoon bijzonder belangrijk, ontroerend en onvergetelijk moment. De heer Daudeij heeft voor mij zelfs een tekening van de toenmalige onderduikplaats van mijn vader gemaakt.

Het vervult mij dan ook met grote dankbaarheid dat U beiden - net zoals uw moeder dit steeds heeft gedaan - onze Nederlandse natie in de toekomst voor zal gaan bij de herdenking van Dodenherdenking op 4 mei en bij Bevrijdingsdag op 5 mei.

Met gevoelens van de meeste hoogachting en van de grootst mogelijke genegenheid,

INFORMATIECENTRUM TWEEEDE WERELDOORLOG

Anne Louis Cammenga

Directeur

én:

Anne Louis Cammenga

Privépersoon

____________________________________________________________________________________________________________

De onderstaande brief is namens onze organisatie op 26-04-2013 verzonden aan Hunne Koninklijke Hoogheden, Z.K.H. Kroonprins Willem Alexander der Nederlanden en H.K.H. Kroonprinses Máxima der Nederlanden.

________________________________________________________________________________________________

Hunne Koninklijke Hoogheden
Z.K.H. Kroonprins Willem Alexander der Nederlanden
H.K.H. Kroonprinses Máxima der Nederlanden
Koninklijk Paleis Noordeinde
Postbus 30412
2500 GK  DEN HAAG



Zeist, 26 april 2013

Betreft: Onze felicitaties met de verjaardag van U, Kroonprins Willem Alexander op 27 april en met uw beider troonsbestijging op 30 april 2013 !!!

Koninklijke Hoogheden,

Van ganser harte feliciteren mijn collega, de heer mr. F. (Fred) J. IJspeerd en ikzelf u, Kroonprins Willem Alexander met uw 46e verjaardag op 27 april a.s. Uiteraard feliciteren wij beiden ook u, Kroonprinses Máxima met de verjaardag van uw echtgenoot en uw drie dochters, waaronder onze toekomstige Kroonprinses Amalia met de verjaardag van hun vader. Tevens feliciteren wij uw beider ouders en al uw overige familieleden met deze verjaardag.

Uiteraard feliciteren mijn collega, de heer mr. F. (Fred) J. IJspeerd en ikzelf u beiden eveneens van ganser harte met uw aanstaande troonsbestijging op 30 april a.s. Natuurlijk feliciteren wij beiden eveneens de ouders van u beiden, uw overige familieleden en uiteraard ook uw drie intelligente, beeldschone, iedereen innemende dochters, waaronder onze toekomstige Kroonprinses Amalia.

Van ganser harte wensen wij u beiden een lange, voorspoedige, welvarende en gelukkige regeringsperiode toe. Wij wensen u beiden daarbij toe dat al uw familieleden hier in een goede gezondheid nog lang getuige van zullen zijn. Tot slot spreken wij daarbij onze oprechte, diep gevoelde wens uit dat Gods Zegen u beiden, uw drie dochters en al de overige leden van uw beider families altijd zal blijven vergezellen.

Met gevoelens van de meeste hoogachting en van de grootst mogelijke genegenheid,
INFORMATIECENTRUM TWEEDE WERELDOORLOG

Anne Louis Cammenga
Directeur

én:

Anne Louis Cammenga
Privépersoon

________________________________________________________________________________________________

 

De onderstaande brief is namens onze organisatie op 16-03-2013 verzonden aan Zijne Heiligheid, Paus Franciscus.

________________________________________________________________________________________________

Heilige Vader,

 

Graag wil ik hierbij als directeur van het Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII) én als privépersoon U, Heilige Vader van ganser harte feliciteren met uw uitverkiezing tot Paus op woensdag, 13 maart jl. Uiteraard sluit ook mijn collega, de heer mr. F. (Fred) J. IJspeerd zich volledig bij deze goede wensen aan. Ook wil ik u mijn welgemeende complimenten betuigen voor uw keuze voor de naam van Franciscus. Zowel de Heilige Franciscus van Assisi als de Heilige Franciscus Valerius hebben immers bijzonder veel betekend voor onze Heilige Moederkerk.

 

Uw respectvolle woorden op woensdag, 13 maart jl. – direct na uw uitverkiezing tot onze Paus – op het balkon van de Sint Pieterskerk in Rome naar uw voorganger, Paus Benedictus XVI heeft ons diep ontroerd. Ook uw verzoek aan het toegestroomde publiek op het Sint Pietersplein om voor U als onze nieuwe Rooms-Katholieke geestelijk leider te bidden vóórdat u God om diens Zegen voor het volk van Rome en de gehele wereld gaat bidden was bijzonder aangrijpend. Vanwege mijn grote liefde voor o.a. de Italiaanse Rooms-Katholieke geschiedenis doet het mij bijzonder veel genoegen dat u naast Argentijns ook Italiaans bloed in uw aderen heeft vloeien. Het Italiaanse volk zal u hier namelijk alleen maar des te meer om lief gaan hebben. Het was treffend dat u opriep voor veel evangelisatie over de gehele wereld en dat uw gedachten uitgingen naar alle “mensen van goede wil”. Daarnaast sprak het mijn collega en mijzelf bijzonder aan dat uw hart en uw zorg naar de armen in onze samenleving uitgaat en dat eenvoud en soberheid bij u voorop staat. Het is dan ook hartverwarmend om te weten dat u tijdens het dictatoriale regime van President Videla van Argentinië het op bleef nemen voor de allerarmsten in uw samenleving en dat u niet in een bisschoppelijk paleis, maar in een gewoon huis te midden van het Argentijnse volk bleef wonen.

 

Vanuit onze stichting Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII) vinden wij het belangrijk dat u als hooggeplaatst Rooms-Katholiek geestelijk leider in Argentinië op de hoogte bent geweest van de dictatuur van het Videla-regime en dat u dus weet wat angst en terreur onder de bevolking kan betekenen. Ook de vader van uw toenmalige Argentijnse landgenote en onze toekomstige koningin Máxima bekleedde een belangrijke functie onder dit regime. Hij was immers Minister van Landbouw onder Videla. Daar kon onze mooie, intelligente, charmante, lieftallige toekomstige Rooms-Katholieke koningin uiteraard niets aan doen, maar zij werd tijdens haar verlovingsperiode en haar huwelijk met onze toekomstige koning Willem Alexander hier wél op een afschuwelijke manier mee geconfronteerd. Iets wat voor haar als dochter toch intens pijnlijk moet zijn geweest. Nog afschuwelijker moet het echter voor de zogenaamde “Dwaze Moeders” van Argentinië zijn geweest om tot op de dag van vandaag niet te weten wat er tijdens deze periode van dictatuur in uw land van herkomst Argentinië met hun kinderen is gebeurd. Tijdens dit regime – U zult dit ongetwijfeld weten – werden tegenstanders van dit regime hoog boven de zee uit het vliegtuig gegooid om vervolgens een jammerlijke dood te sterven. In Nederland hebben wij de Tweede Wereldoorlog gehad. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn er in totaal zes miljoen Joden omgebracht. Ook veel Amsterdamse Joden zijn toen door o.a. Nederlandse Politieagenten opgepakt en afgevoerd naar de concentratiekampen. De Nederlandse Politie stond tijdens de Tweede Wereldoorlog onder bevel van de SS en de SA en heeft dus een belangrijk aandeel geleverd in de Nederlandse Jodenvervolging. Het is afschuwelijk dat dit onze Joodse medeburgers is overkomen. Ik denk dat o.a. de zogenaamde “Dwaze Moeders” van Argentinië exact zullen begrijpen wat onze Joodse medeburgers tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben meegemaakt. Net zoals onze toekomstige koningin Máxima tijdens haar huwelijk met onze toekomstige koning Willem Alexander huilde, omdat zij tijdens deze huwelijksplechtigheid haar vader miste, zo zullen deze zogenaamde “Dwaze Moeders” in Argentinië – zo denk ik – nog steeds dagelijks hun verdriet intens en schrijnend voelen vanwege het gemis van hun – o, zo dierbare – kinderen. Was immers de Heilige Maagd Maria niet overmand door smart toen zij met haar eigen ogen moest aanschouwen hoe haar eigen zoon Jezus Christus werd gekruisigd?

 

Zelf heb ik er dan ook bijzonder veel respect voor dat uw voorgangers, Hunne Heiligheden, Paus Johannes Paulus II en Benedictus XVI het concentratiekamp Auschwitz hebben bezocht om de zes miljoen Joden te herdenken, die tijdens het Naziregime zijn omgebracht. Uw beide voorgangers hebben hiermee een belangrijk signaal afgegeven tegen fascisme en antisemitisme.

Op aandringen van de Duitse bisschoppen besloot een andere voorganger van U, Paus Pius XI in 1936 aan Eugenio Pacelli, de latere Paus Pius XII de opdracht te geven een encycliek op te stellen, waarin de situatie in nazi-Duitsland aan de kaak werd gesteld. Mit brennender Sorge was een in het Duits opgestelde encycliek die in 1937 uitkwam en die tijdens de mis van Palmzondag in de Duitse kerken werd voorgelezen. In de encycliek sprak de kerk zich uit tegen de vervolging van de kerk en werd de rassenpolitiek van de nazi’s onder de aandacht gebracht.

" Wie het ras, of het volk, of de staat, of de staatsvorm, de dragers van de staatsmacht, of andere zeer voorname waarden van menselijke gemeenschapsvorming, die binnen de grenzen van de aardse ordening een belangrijke en eerbied afdwingende plaats innemen, uit haar aardse waardebepaling losmaakt, ze tot de hoogste van alle waarden, ook van de godsdienstwaarden en in afgoderij vergoddelijkt, die keert de door God geschapen en door God gewilde orde der dingen en vervalst ze." 

Uit angst voor verbod van publicatie van de encycliek was deze in het geheim naar Duitsland gesmokkeld. De reactie van het regime was fel: alle kopieën werden in beslag genomen, drukkers gearresteerd en de persen in beslag genomen. Ook werd de Kerk gekort in te ontvangen betalingen, zoals bepaald in het Rijksconcordaat. Verschillende priesters werden gearresteerd. Hitler zelf reageerde in een interview met een Zwitserse krant, waarin hij stelde dat het Derde Rijk geen behoefte had aan een samenwerking met de Katholieke Kerk, een indirecte oorlogsverklaring richting het Vaticaanstad.

De Duitse geestelijkheid dankte paus Pius XI voor zijn inbreng, die op zijn beurt erop wees dat alle dankbaarheid moest gelden voor Pacelli, de latere Paus Pius XII.

Bronnen: Mit brennender Sorge, paragrafen 8 en 11 en Ronald J. Rychlak, artikel naar aanleiding van zijn manuscript Hitler, the War, and the Pope.

Dezelfde Paus Pius XII heeft ruim een maand na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in zijn eerste encycliek Summi Pontificatus zich uitgesproken voor ‘de eenheid van het mensdom, zonder onderscheid van cultuur of afkomst’. Ook nam hij stelling tegen de totalitaire staat, die slechts tot chaos zou leiden.

Bronnen: Summi Pontificatus, paragrafen 38/39 paragraaf 78.

In zijn kerstrede van 1942 verwees Paus Pius XII naar de deportatie van Joden. Dit tot woede van de Duitse diplomaten in Rome en van de Italiaanse fascisten. Hij veroordeelde de vervolging van mensen "zonder enige schuld, alleen om redenen van nationaliteit of ras" door de nazi's. Volgend Reinhard Heydrich, een berucht Nazi-leider, was de paus tot "spreekbuis van de Joodse oorlogsmisdadigers" geworden.

Bron: Kerstboodschap van Paus Pius XII, paragraaf 54, 1942.

Onder anderen de Joodse historici Pinchas E. Lapide en Antonio Gasparri weerspraken de beschuldigingen dat het Vaticaan ingestemd zou hebben met de genocide op Joden en zigeuners. Bron: Pinchas E. Lapide (1967), Three Popes and the Jews (in Nederlandse vertaling verschenen als De laatste drie pausen en de Joden). Lapide, nochtans bepaald geen vriend van het Vaticaan, achtte Pius XII zelfs de enige autoriteit die echt actie ondernam ter bescherming van de Joden, hoewel voornamelijk in Hongarije, Slowakije en Italië. Hij noemde een aantal van 700.000 à 860.000 Joden dat door de instellingen van het Vaticaan en zijn diplomatieke vertegenwoordigingen (en kloosters) ter plaatse gered is. The pope was instrumental in saving at least 700,000, but probably as many as 860,000 Jews from certain death at nazi hands. Lapide berekende dit aantal door het aantal niet-katholieke Joden af te trekken van het totale aantal Joden dat de Holocaust overleefde. (Bron: Lapide, 1967, p. 269.) De Pave the Way stichting heeft meer dan 46.000 pagina's aan documenten op het web gezet, tezamen met interviews van ooggetuigen.

 

Na het overlijden van uw voorganger, Paus Pius XII kwamen uit de gehele wereld betuigingen van medeleven, waarin Pius geprezen werd om zijn inzet tijdens de oorlogsperiode. Golda Meïr, de Israëlische ambassadeur bij de Verenigde Naties (later premier van Israël), memoreerde aan het feit dat Pius zijn stem verhief om de vervolgingen te veroordelen. Nahum Goldmann, president van het Joods Wereldcongres, sprak zijn dank uit voor alles wat Pius gedaan had voor de vervolgde Joden tijdens de donkerste periode van de gehele geschiedenis. De Britse premier Harold Macmillan prees Pius om “zijn rol die hij gespeeld had bij de verdediging van onze geestelijke waarden” en de Amerikaanse president Eisenhower sprak over Pius’ uitgesproken afkeer van tirannie.

Bronnen: The Holy See vs. The Third Reich, door Ronald J. Rychlak en De Volkskrant, 19 januari 2009 (recensie door Jan Blokker).

 

Tijdens zijn pontificaat heeft uw directe voorganger, Paus Benedictus XVI zich herhaaldelijk en in niet mis te verstane bewoordingen uitgesproken tegen antisemitisme. Antisemitisme en fascisme staan dan ook haaks op de Christelijke leer van onze Heilige Rooms-Katholieke Moederkerk. Een totalitair regime als Nazi-Duitsland voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog en een gedachtenstroming als het fascisme staat haaks op de principes van Christelijke naastenliefde die de Bijbel en daarmee het Rooms-Katholieke geloof ons leert. Het belangrijkste gebod uit de Bijbel ‘Heb God lief boven alles en Uw naaste als uzelf’ is nu eenmaal niet te rijmen met een gedachtenstroming als het fascisme dat mensen ondergeschikt maakt aan een dictatoriaal leider en diens denkbeelden. Daarnaast was Jezus Christus van Joodse afkomst. De van Joodse origine Jezus Christus is de oorsprong geweest van het Christelijk geloof in Europa en in de rest van de wereld. Het zal te dwaas voor woorden zijn, wanneer door onwetendheid – vaak de oorsprong van veel ellende in de wereld - het volk dat de grootste geestelijke leider van onze westerse religie heeft voortgebracht net zoals tijdens de Tweede Wereldoorlog ooit nog in de huidige of toekomstige tijd met antisemitisme of fascisme te maken zal krijgen.

 

Van ganser harte wil ik U als mijn Heilige Vader Franciscus hierbij dan ook vriendelijk doch dringend verzoeken om – juist gezien al uw eigen ervaringen met het vroegere dictatoriale regime in Argentinië – net als al U hierboven door mij genoemde voorgangers zich tot het uiterste toe in te spannen om fascisme en antisemitisme zowel in de huidige tijd als in de toekomst te bestrijden en te helpen voorkomen !!!


Als mijn spirituele, gekozen Staatshoofd kunt u – zowel als directeur van het Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII) én als belijdend lid van de Rooms-Katholieke kerk – altijd op mijn onwankelbare trouw, liefde en gehoorzaamheid blijven rekenen en U kunt er dan ook zonder meer op blijven vertrouwen dat mijn gebeden U altijd zullen blijven vergezellen. Uw afgetreden voorganger, de emeritus Paus Benedictus XVI wens ik hierbij een heerlijke, onbezorgde oude dag toe. Uw voorganger heeft te kennen gegeven dat hij in de toekomst zich graag bezig wilt gaan houden met ‘bidden, lezen en piano spelen’. Van ganser harte wens ik hem toe dat hij hieraan thans al zijn tijd kan gaan wijden. Het College van Kardinalen dat in zo’n korte tijd U heeft gekozen als onze toekomstige leider van de Rooms-Katholieke kerk betuig ik hierbij mijn oprechte dank voor al hun inzet. Tot slot maak ik graag van deze gelegenheid gebruik U zowel in alle kerkelijke en spirituele aangelegenheden in uw toekomstige pontificaat als in uw persoonlijk leven veel wijsheid, inzicht, succes, geluk en boven alles Gods Zegen en de Voorspraak van onze Heilige Moeder Gods toe te wensen.

Met gevoelens van de meeste hoogachting,
INFORMATIECENTRUM TWEEDE WERELDOORLOG (IWOII)


Anne Louis Cammenga
Directeur

 én:

 Met gevoelens van de meeste hoogachting,

 Anne Louis Cammenga
 Belijdend lid van de Rooms-Katholieke (Wereld)Kerk  

________________________________________________________________________________________________

De onderstaande brief is namens onze organisatie op 12-02-2013 verzonden aan Zijne Heiligheid, Paus Benedictus XVI.

________________________________________________________________________________________________

Heilige Vader,

Graag wil ik hierbij als directeur van het Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII) én als privépersoon mijn grote dankbaarheid en respect betuigen voor al hetgeen wat U, Heilige Vader tijdens uw achtjarige pontificaat voor de Rooms-Katholieke (Wereld)Kerk heeft betekend.

U heeft in theologisch opzicht een aantal zaken op orde gesteld, waarbij u de Rooms-Katholieke Kerk wereldwijd weer heeft terugbracht naar haar religieuze grondbeginselen. Uw theologische boeken over Jezus van
Nazareth geven gelovigen wereldwijd op een gemakkelijk leesbare wijze inzicht in het belang en de betekenis van Jezus Christus voor alle gelovigen in de wereld. Dit geldt ook voor de door U geschreven encycliek God is
Liefde. Ook uw preken hebben vanwege uw grondige theologische inzicht wereldwijd grote indruk gemaakt. Voor uw besluit om de Latijnse Mis volledig weer in ere te herstellen heb ik persoonlijk veel respect. Het Latijn is
immers de wereldtaal van onze Rooms-Katholieke Kerk, waar meer dan een miljard mensen wereldwijd lid van zijn. Door deze taal weer in te voeren, ontstaat het grote voordeel dat iedereen thans wereldwijd de Mis kan volgen.
Of iemand nu wél of niet de taal van een land spreekt, de Mis kan nu - dankzij het opnieuw invoeren van de Latijnse Mis - wereldwijd worden gevolgd. Daarnaast hebben uw strijd tegen de armoede in de wereld en uw bezoeken aan Israël in 2009  en aan het concentratiekamp Auschwitz in 2006 hebben zowel op mij als directeur van onze stichting als op mij persoonlijk diepe indruk gemaakt. 

Tijdens de wekelijkse audiëntie van 28 januari 2009 heeft U uw toehoorders aan uw bezoeken aan Auschwitz herinnerd, en heeft U ondubbelzinnig afstand genomen van iedere negationistische of reductionistische
opvatting ten aanzien van de Shoah. Aan het Joodse volk heeft U ' met genegenheid' uw 'onbetwistbare solidariteit' bevestigd. Ook bij eerdere gelegenheden heeft u zich hierover ondubbelzinnig uitgesproken..

Bronnen:
- Udienza Generale Aula Paolo VI Mercoledì, 28 gennaio 2009,
www.vatican.va
- Zie o.a.Adress by the Holy Father. Visit to the Auschwitz Camp, 
www.vatican.va en Benedictus XVI herdenkt
Kristallnacht, 
www.katholieknederland.nl

Over de Holocaust heeft u op 12 februari 2009 de volgende wijze, liefdevolle doch niet mis te verstane woorden gezegd: "De haat en minachting voor mannen, vrouwen en kinderen, zoals die tot uiting kwam in de Shoah, was een misdaad tegen de menselijkheid en tegen God. Dit zou iedereen duidelijk moeten zijn, in het bijzonder
diegenen die staan in de traditie van de Heilige Schrift, volgens welke ieder mens is geschapen naar het beeld en de gelijkenis van God. Het staat buiten kijf dat iedere poging om deze verschrikkelijke misdaad te minimaliseren of te ontkennen totaal onaanvaardbaar is." 

Bron:
Address of His Holiness Benedict XVI to members of the delegation of The "Conference of Presidents of major American Jewish Organizations"

Ook uw besluit om Paus Pius XII Zalig te verklaren kan op mijn volledige instemming als directeur en als privépersoon rekenen. Deze Paus Paus XII heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog immers bijzonder veel voor
onze Joodse medeburgers wereldwijd gedaan. Alleen al hierom verdient deze Paus het om Zalig te worden verklaard. In de encyclopedie Wikipedia staat over de inzet van deze Paus voor de Joodse Tweede Wereldoorlogs-slachtoffers het volgende:
"Het Amerikaanse tijdschrift "Inside the Vatican" zou ook informatie over paus Pius XII in handen hebben die onthult dat deze "oorlogspaus" zich op persoonlijk niveau toch bemoeide met het lot van de Joden in Italië onder Mussolini. Het zou gaan om twee brieven van hem die hij in 1940 stuurde naar bisschop Campagna. In een concentratiekamp in Zuid-Italië werden door de nazi's Joden gevangen gehouden. Palatucci trok zich samen met zijn neef Giovanni, politiecommissaris van Fiume, het lot van deze mensen aan. De paus zou zijn bisschop tweemaal een aanzienlijke som overhandigd hebben voor het welzijn van deze gevangenen.

Onder anderen de Joodse historici Pinchas E.Lapide en iAntonio Gasparri weerspraken de beschuldigingen dat het Vaticaan ingestemd zou hebben met de genocide op Joden en zigeuners. Lapide, nochtans bepaald geen vriend van het Vaticaan, achtte Pius XII zelfs de enige autoriteit die echt actie ondernam ter bescherming van de Joden, hoewel voornamelijk in Hongarije, Slowakije en Italië. Hij noemde een aantal van 700.000 à 860.000 Joden dat door de instellingen van het Vaticaan en zijn diplomatieke vertegenwoordigingen (en kloosters) ter plaatse gered is. The pope was instrumental in saving at least 700,000, but probably as many as 860,000 Jews from certain death at nazi hands. Lapide berekende dit aantal door het aantal niet-katholieke Joden af te trekken van het totale aantal Joden dat de Holocaust overleefde. (Lapide, 1967, p. 269.) De Pave the Way stichting heeft meer dan 46.000 pagina's aan documenten op het web gezet, tezamen met interviews van ooggetuigen.

Volgens de Italiaanse krant La Stampa heeft het klooster Santi Quattro Coronati in Rome op bevel van Paus Pius XII onderdak verschaft aan Joden en politieke vluchtelingen. Dat is gebleken uit een 60 jaar oud dagboek van een zuster Augustinesse die in dat klooster verbleef. De Italiaanse krant La Stampa heeft inzage in dat dagboek gehad. Dit bericht is gepubliceerd op NOS Teletekst van 7 augustus 2006. Deze gegevens zijn overigens niet nieuw. Al in het kleine werkje "Het Vaticaan in de Tweede Wereldoorlog" van de vroegere Stichting Behoud Katholiek Leven wordt er gewag gemaakt van het feit dat Pius XII de kloosters met een strenge clausuur verzocht om deze op te heffen, zodat er Joodse vluchtelingen konden onderduiken. Joodse onderduikers zaten in het zomerpaleis Castel Gandolfo en er zijn zelfs bronnen die melden dat er - met behulp van de paus en zijn medewerkers - 7000 Joden in Vaticaanstad zaten ondergedoken. “

Bronnen:
1. Pinchas E. Lapide 1967), Three Popes and the Jews (in Nederlandse vertaling verschenen als De laatste drie pausen en de Joden)
2. The Holy Father orders, Pina Baglioni, 
www.30giorni.it

De Zaligverklaring van Paus Pius XII is dan naar de mening van mijn organisatie en die van mij persoonlijk dan ook één van de beste besluiten, die u tijdens uw achtjarige pontificaat heeft genomen en ik ben U zowel als directeur van mijn organisatie en als privépersoon hier dan ook uitzonderlijk erkentelijk voor.

Verdrietig en ontroerd maar ook met grote dankbaarheid en veel respect heb ik als directeur van mijn stichting en als belijdend lid van de Rooms-Katholieke (Wereld)Kerk kennis genomen van uw besluit om terug te treden als onze Paus. Het toont - zoals U dit zelf bij uw aantreden als Paus in 2005 heeft aangegeven - uw grote  bescheidenheid als "nederige werker in de wijngaard van Christus" dat u het belang van onze wereldkerk vóór laat gaan op uw persoonlijk belang en dat - nu U qua gezondheid niet meer de kracht als voorheen heeft om de Rooms-Katholieke Kerk te dienen zoals U zelf zou willen en altijd heeft gedaan - U zich thans terugtrekt als Paus om de rest van uw leven in gebed en meditatie te eindigen. Als mijn spirituele, gekozen Staatshoofd kunt u altijd op mijn onwankelbare trouw, liefde en gehoorzaamheid blijven rekenen - ook als U over enkele weken niet meer onze Paus zal zijn - en U kunt er dan ook op blijven rekenen dat als Rooms-Katholiek Christen mijn gebeden U altijd zullen blijven vergezellen. Uiteraard kan uw opvolger als mijn gekozen spirituele Staatshoofd eveneens op dezelfde trouw, liefde en gehoorzaamheid van mijn zijde rekenen. Het College van Kardinalen dat in de komende tijd een nieuwe Paus gaat kiezen wens ik hierbij veel wijsheid, inzicht en boven alles Gods Zegen toe.

Met gevoelens van de meeste hoogachting,
INFORMATIECENTRUM TWEEDE WERELDOORLOG (IWOII)


Anne Louis Cammenga
Directeur

én:

Met gevoelens van de meeste hoogachting,

Anne Louis Cammenga
Belijdend lid van de Rooms-Katholieke (Wereld)Kerk  

___________________________________________________

AANGIFTE TEGEN EXTREEMRECHTSE JAN PETER MANTE (OPRICHTER EXTREEMRECHTSE FORUM NOORDLAND) ALIAS MAGGY MAGON UIT ZEIST

 

Beste Lezers,

 

Graag wil ik u hierbij het volgende laten weten.

 

Zoals u weet ben ik in de afgelopen jaren zowel zakelijk als privé op een bijzonder onheuse en onterechte wijze benaderd door de Zeisterse extreemrechtse Jan Peter Mante, die tevens oprichter is van het extreemrechtse forum Noordland. Ook mijn collega, de heer mr. F.J. IJspeerd is door de acties van deze extreemrechtse Jan Peter Mante uit Zeist benadeeld. De maat is voor mij thans vol. Aan mijn advocaat van een advocatenkantoor te Amersfoort heb ik dan ook gevraagd alle mogelijke strafrechtelijke acties tegen deze Jan Peter Mante uit Zeist te onderzoeken en uit mijn naam een aangifte tegen hem in te dienen. Mijn advocaat heeft zich bereid verklaard om uit mijn persoonlijke naam en die van mijn organisatie deze taak op zich te zullen nemen en een aangifte tegen Jan Peter Mante in te zullen gaan dienen.

 

Wanneer u eveneens in welke vorm dan ook last heeft ondervonden van deze extreemrechtse Jan Peter Mante uit Zeist nodig ik u hierbij van harte uit dit per mail of telefonisch aan mij te laten weten. Dan zorg ik ervoor dat de door u – extra – aangedragen bewijslast tegen de heer Mante bij mijn advocaat terecht komt.

 

Ik vertrouw erop u hiermee afdoende te hebben geïnformeerd.

 

Met gevoelens van de meeste hoogachting,

INFORMATIECENTRUM TWEEDE WERELDOORLOG (IWOII)

 

Anne Louis Cammenga

Directeur

________________________________________________________________________________________________ 

Beste Lezers,

Ter informatie treft u hieronder een interview aan dat op 19 oktober jl. in De Utrechter heeft gestaan en waarin gewaarschuwd wordt tegen extreemrechts. Hierin ben ik geïnterviewd door de journalist Joey Hodde.

Ook mijn eigen ervaringen met de Politie in Utrecht toen ik destijds informatie heb opgevraagd over de dierbaren van mijn moeder, die uiteindelijk in de concentratiekampen Sobibor en Auschwitz bleken te zijn overleden, komen in dit artikel uitvoerig aan de orde.

Het belang om de verspreiding van het gedachtengoed van extreemrechts in Nederland te voorkomen was, is en blijft nog steeds een belangrijke noodzaak. Ook vandaag de dag komt extreemrechts - helaas - nog steeds zowel in Nederlands als elders in de wereld voor. Het blijft dus een actuele noodzaak om de verspreiding van dit gedachtengoed te voorkomen en te bestrijden. Vandaar dat ik u dit artikel met mijn waarschuwing tegen extreemrechts namens onze organisatie dan ook beslist niet wil  onthouden.

Met vriendelijke groet,
BJTWSN - HOLOCAUST MEMORIAL DAY

Anne Louis Cammenga
Directeur


Beste Lezers,
Wij feliciteren Z.K.H. Prins Carlos de Bourbon de Parme en zijn echtgenote met de geboorte van hun eerste kind. Wij wensen het gezin alle goeds voor de toekomst toe.
Met vriendelijke groet,
BJTWSN - Informatiecentrum
Anne Louis Cammenga
Directeur
___________________________________________________________________________________________________________________________

 

Zeist, 23 augustus 2012

Beste Lezers,

Deze schitterende foto met de prachtige tekst heb ik donderdag, 23 augustus heden per mail ontvangen van Kimberley Klijn, de Secretaresse van Willie Dille, het Tweede Kamerlid voor de Fractie van de Partij voor de Vrijheid (PVV). Wij zijn de PVV bijzonder erkentelijk voor het feit dat zij al de standpunten van onze organisatie in haar verkiezingsprogramma heeft opgenomen, te weten:

  • Invoering van een Holocaust Memorial Day op officieel niveau in Nederland op 27 januari
  • De Nederlandse vlag halfstok op deze voor Holocaustslachtoffers en hun nabestaanden belangrijke datum
  • Goed onderwijs over de Holocaust op alle Nederlandse scholen

Van ganser harte wenst BJTWSN - HOLOCAUST MEMORIAL DAY de PARTIJ VOOR DE VRIJHEID (PVV) heel veel succes toe voor de komende Tweede Kamerverkiezingen op 12 september a.s. !!! Van ganser harte wenst BJTWSN - HOLOCAUST MEMORIAL DAY de PVV-Fractievoorzitter Geert Wilders, Willie Dille en alle overige fractieleden en medewerkers van de PVV en daarmee heel Nederland toe dat de PVV een eclatante verkiezingswinst zal behalen en daarmee ook in de toekomst een prominente rol in onze vaderlandse politiek zal blijven spelen !!! Een dergelijke belangrijke rol van de PARTIJ VOOR DE VRIJHEID (PVV) in de Nederlandse politiek en daarmee in de Nederlandse samenleving zal de Joodse Tweede Wereldoorlogsslachtoffers en hun nabestaanden naar onze stellige overtuiging alleen maar ten goede komen !!! Ook de bevordering en de verbetering van de huidige Nederlandse democratie is bij de aanwezigheid van de PARTIJ VOOR DE VRIJHEID in het Nederlandse politieke landschap alleen maar gebaat !!! Onze oprechte, openlijke steun, goede wensen en vurige wens op een eclatante verkiezingsoverwinning zullen de PARTIJ VOOR DE VRIJHEID (PVV) dan ook zowel gedurende deze verkiezingsperiode als in de periode daarna steeds blijven vergezellen !!!

Met gevoelens van de meeste hoogachting,
BJTWSN - HOLOCAUST MEMORIAL DAY

Anne Louis Cammenga
Directeur

_______________________________________________________________________________________

 

Holocaust Memorial Day: waar staat de Nederlandse politiek werkelijk (voor)?

 

Anne Louis Cammenga, directeur van BJTWSN-HMD, kwam in mijn leven op mijn pad in oktober 2011. Zijn gedrevenheid om Holocaust Memorial te waarborgen raakte mij diep. Mijn reden om juridisch adviseur van BJTWSN-HMD te worden, is dat de Holocaust de historische basis heeft gelegd voor de ontwikkeling van de internationale mensenrechten genoemd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens in 1948 en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens uit 1950. Mensenrechten waarvoor nog steeds iedere dag in Nederland en daarbuiten moet worden opgekomen!

 

Anne Louis heeft aan de Staatssecretaris van VWS verzocht om Holocaust Memorial officieel te waarborgen als nationale herdenkingsdag. Het antwoord van de Staatssecretaris van VWS van 15 augustus 2011 was het mij bekend overheidsstandpunt: het betreffende maatschappelijk middenveld moest nog input leveren opdat er een gedegen beleidsnotitie naar de Tweede Kamer kon worden gestuurd.

 

De staatssecretaris van VWS heeft BJTWSN-HMD zien staan als onderdeel van het betreffende maatschappelijke middenveld. Op 8 november 2011 hadden Anne Louis en ik een constructief gesprek met de heren Floor en Stoffel van het Minister van VWS om met hen van gedachten te wisselen wat een “waarborg als nationale herdenkingsdag” zou kunnen inhouden. De heer Stoffel wees ons erop dat er in Nederland niet zoiets is als een nationale kalender. Het enige juridische kader is de vlaginstructie van het Rijk dat er op door het Rijk aan te wijzen feest- en herdenkingsdagen de vlag moet worden gehesen.

 

Wij hebben aan de Staatssecretaris verzocht om in de vlaginstructie op te nemen dat op Holocaust Memorial Day, zijnde 27 januari, de vlag halfstok moet worden gehangen.

 

Op 25 januari 2012 stuurde de Staatssecretaris van VWS zijn beleidsnotitie naar de Tweede Kamer gestuurd. Van de Staatssecretaris van VWS ontvingen wij een woord van dank voor de door ons geleverde input.

 

De Staatssecretaris heeft ons voorstel niet overgenomen. Daarop hebben wij zelfstandig alle kamerfracties benaderd. Als pro deo belangenorganisatie doet het mij goed dat wij van veel fracties een positieve respons hebben gekregen. Een overzicht van de gesprekken die Anne Louis en ik met de volgende kamerleden hebben gevoerd:

1.    persoonlijk met Linda Voortman van GL op 1 februari 2012

 

2.    telefonisch met Hanke Bruins Slot van het CDA op 9 februari 2012

3.    persoonlijk met Esmé Wiegman van de CU op 8 maart 2012

 

4.    persoonlijk met Ronald van Raak en Emiel Roemer van de SP op 8 maart 2012

5.    persoonlijk met Helma Lodders van de VVD op 8 maart 2012

 

6.    persoonlijk met onafhankelijk kamerlid Hero Brinkman op 12 april 2012

7.    persoonlijk met Willie Dille van de PVV op 1 juni 2012.

 

 Het resultaat van ons lobbywerk

 

Door alle gesproken politici zijn wij correct te woord gestaan. Er was slechts één politieke partij die ons standpunt heeft overgenomen. Dat is de PVV die in haar verkiezingsprogramma 2012 het volgende heeft opgenomen:

 

Bladzijde 27: Iets anders. De Holocaust moet nationaal worden herdacht. Daarom wordt op 27 januari (de dag van de bevrijding van Auschwitz) in het vervolg de Nationale Herdenkingsdag van de Holocaust gehouden, inclusief de vlag halfstok.”

 

en

 

Bladzijde 43: ”Onze leraren zijn weer trots op Nederland en de westerse beschaving. Ze geven graag les in vaderlandse geschiedenis en vertellen over de zwartste bladzijde in onze geschiedenis: de Holocaust.”

 

Tijdens de dodenherdenking van 4 mei 2012 werd het maar weer eens pijnlijk duidelijk dat in een aantal gevallen “slachtoffers en daders” door elkaar werden gehaald. Ik verwijs naar bijvoorbeeld de burgemeester van Vorden die langs graven van Duitse soldaten wilde lopen. Gelukkig verbood de rechter deze manier van herdenken.

 

Alleen bij Holocaust Memorial als officiële dag van herdenken wordt gewaarborgd dat er “exclusief” stil wordt gestaan bij de slachtoffers van de Holocaust en de slachtoffers van latere genocides. Zeker waar er in Nederland ook nabestaanden wonen van die latere genocides, kan Holocaust Memorial Day uitgroeien tot een nationale “dag van verbinding en bezinning” tussen verschillende groepen in de Nederlandse maatschappij. Wat is daar nou mis mee?

 

Fred IJspeerd

________________________________________________________________________________________________

 

 Beste Lezers,

 

Op donderdag, 12 april jl. hebben mijn juridisch adviseur, de heer F. (Fred) J. IJspeerd en ikzelf in het gebouw van de Tweede Kamer een goed gesprek gevoerd met het onafhankelijk lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, Hero Brinkman. Dit gesprek ging over met name het  continueren en het waarborgen van een goede herdenking van Holocaust Memorial Day in de toekomst in Nederland. Wij hebben hiertoe een voorstel ingediend bij een aantal Tweede Kamerfracties.

 

Wij hebben een inhoudelijk bijzonder goed, zéér constructief en bijzonder plezierig gesprek met Hero Brinkman gevoerd, waarin hij ons liet weten dat hij onze zaak een buitengewoon warm hart toedraagt en dat hij ons voorstel graag zal ondersteunen, wanneer andere Tweede Kamerleden hiertoe een voorstel indienen in de Tweede Kamer. Gezien zijn tijdgesprek en het feit dat hij als kleine eenmansfractie zich slechts op een aantal hoofddossiers kan richten, zal hij echter zelf geen initiatief hierin kunnen en willen nemen. Wij hebben met hem afgesproken dat wij hem op de hoogte zullen blijven houden over de voortgang van onze contacten met de andere Tweede Kamerleden, die wij met betrekking tot ons voorstel reeds hebben gesproken of nog zullen gaan spreken. Hero Brinkman zal zelf eveneens informatie inwinnen bij zijn collega-Tweede Kamerleden. Ook vindt hij het van groot belang dat – gezien de huidige economische tijd – er aan ons voorstel geen extra onkosten van staatswege verbonden zijn; hij zal dit nader laten onderzoeken. Wij hebben hem van onze zijde aangegeven dat met betrekking tot ons voorstel de kosten uiterst minimaal en eenmalig zullen zijn. Bovendien heeft de Staatssecretaris van VWS extra geld ter beschikking gesteld voor de verdere ontwikkeling van de jaarlijkse herdenking van Holocaust Memorial Day.  Uiteraard hebben wij hem tevens toegezegd dat hij te allen tijde een beroep op onze organisatie kan doen voor het inwinnen van nadere informatie met betrekking tot ons voorstel inzake de toekomstige herdenking van Holocaust Memorial Day in Nederland.

 

Wij hebben ons gesprek met het onafhankelijk lid Hero Brinkman enorm gewaardeerd en zijn hem buitengewoon erkentelijk voor de door hem toegezegde positieve steun.

 

Met vriendelijke groet,

BJTWSN – HOLOCAUST MEMORIAL DAY

 

Anne Louis Cammenga   

Directeur

 

Foto ontmoeting Hero Brinkman met BJTWSN-vertegenwoordigers Anne Louis Cammenga (Directeur) en Fred IJspeerd (Juridisch Adviseur) op 12-04-2012

____________________________________________________________________________________________________________________________

Beste Lezers,

 

Op donderdag, 8 maart jl. heeft er een ontmoeting plaatsgevonden tussen Mevrouw W.J.H. (Helma) Lodders, lid van de Tweede Kamer voor de Fractie van de VVD, de juridisch adviseur van BJTWSN, Fred IJspeerd en mijzelf. Eén van de belangrijkste doelen van dit gesprek was het waarborgen van de Holocaust Remembrance in de toekomst en de verschillende mogelijkheden om dit juridisch en protocollair in te regelen.

 

Vanuit BJTWSN hebben wij met betrekking tot de door ons gewenste te realiseren doelen een voorstel bij Mevrouw Lodders en daarmee bij de VVD-Fractie in de Tweede Kamer aangeleverd. Van onze zijde hebben wij mevrouw Lodders tevens toegezegd haar op de hoogte te zullen houden van onze bevindingen naar aanleiding van onze toekomstige gesprekken met betrekking tot de Holocaust Remembrance. In dit kader kregen wij ook nog een aantal uitstekende adviezen van Mevrouw Lodders mee.

 

Afgesproken is tevens dat wij Mevrouw Lodders zullen blijven informeren over de andere activiteiten van BJTWSN. Mevrouw Lodders zal - waar dit maar door haar nodig of wenselijk wordt geacht- contact met BJTWSN opnemen voor het inwinnen voor informatie. Ook zal Mevrouw Lodders eveneens contact opnemen met de Tweede Kamerleden van het CDA (coalitiepartij), ChristenUnie, Groen Links en de SP, die wij reeds in de afgelopen weken hebben gesproken om hun standpunten met betrekking tot de door BJTWSN ingediende voorstellen in relatie tot de Holocaust Remembrance te vernemen.

 

Mevrouw Lodders heeft ons toegezegd serieus naar onze voorstellen te zullen gaan kijken en hier bij ons op terug te zullen komen. Wij zien haar nadere reactie op de vanuit BJTWSN ingediende voorstellen met betrekking tot het inregelen en het waarborgen van de Holocaust Remembrance in de toekomst dan ook met bijzonder veel belangstelling tegemoet.

 

Het was een inhoudelijk zéér diepgaand gesprek, dat zowel de juridisch adviseur van BJTWSN, Fred IJspeerd als ikzelf zonder meer als constructief en als bijzonder positief hebben ervaren.

 

Met gevoelens van de meeste hoogachting,
Belangenorganisatie voor Joodse Tweede Wereldoorlogsslachtoffers en hun nabestaanden (BJTWSN)

 

Anne Louis Cammenga
Directeur

Foto ontmoeting Helma Lodders met BJTWSN-vertegenwoordigers Anne Louis Cammenga (Directeur) en Fred IJspeerd (Juridisch Adviseur) op 08-03-2012
____________________________________________________________________________________________________________________________
 
BJTWSN meldt extreemrechtse site Noordland bij Art. 1 Midden Nederland 18 maart 2012 om 13:13 | Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Beste Lezers,

In het huidige beleid van de Nederlandse overheid past het dat burgers hun burgerplicht vervullen en gevallen van fascisme en antisemitisme melden bij Art. 1 Midden Nederland. Hierbij past ook het melden van extreemrechtse sites en hun publicaties. Voorbeelden van extreemrechtse sites zijn o.a. Noordland en Stormfront. De afgelopen dagen hebben een aantal personen een aantal artikelen gepubliceerd op de extreemrechts site Noordland, waarin o.a. het Tweede Kamerlid van Groen Links, Linda Voortman, de Joodse wethouder van Amsterdam, Lodewijk Asscher en – jawel – ook over uw eigen directeur, zijn juridisch adviseur en BJTWSN werden genoemd. Aangezien het bestrijden van fascisme en antisemitisme tot één van de core businesses behoort van BJTWSN heeft uw directeur deze gehele correspondentie gekopieerd en zijn Nederlandse burgerplicht vervuld door deze volledige correspondentie over de hierboven genoemde personen aan te bieden bij Art. 1 Midden Nederland en bij de Politie. BJTWSN werd heel hartelijk voor deze input door zowel Art. 1 Midden Nederland bedankt en aan ons werd door deze instantie toegezegd dat onze melding keurig zal worden vermeld in het meldingenregister.

BJTWSN is oprecht verheugd dat zij hiermee haar directe bijdrage aan de waarborging van onze democratie en aan onze rechtstaat kan leveren.

Met gevoelens van de meeste hoogachting,
Belangenorganisatie voor Joodse Tweede Wereldoorlogsslachtoffers en hun nabestaanden (BJTWSN)

Anne Louis Cammenga, Directeur


Passage uit brief d.d. 15-03-2012 van Art. 1 Midden Nederland met positieve reactie op melding BJTWSN

Inhoudelijk bijzonder constructieve en op samenwerking gerichte ontmoeting tussen Emile Roemer, Fractievoorzitter Tweede Kamerfractie SP, Ronald van Raak, Tweede Kamerlid SP en Directeur/Adviseur BJTWSN over de Holocaust Remembrance in de toekomst en over de levenslange opsluiting van de huidige meest gezochte nazi-oorlogsmisdadiger Klaas Carel Faber op 08-03-2012

10 maart 2012 om 16:45 | Geplaatst in Uncategorized | Plaats een reactie

Beste Lezers,

Op donderdag, 8 maart jl. heeft er een inhoudelijk bijzonder constructief en een op samenwerking gericht gesprek plaatsgevonden tussen Emile Roemer, de Fractievoorzitter van de Tweede Kamerfractie van de SP, Ronald van Raak, Tweede Kamerlid voor de SP, mijn adviseur, Fred IJspeerd en mijzelf.
Eén van de belangrijkste doelen van dit gesprek was het waarborgen van de Holocaust Remembrance in de toekomst en de verschillende mogelijkheden om dit juridisch en protocollair in te regelen. Vanuit BJTWSN hebben wij met betrekking tot de door ons gewenste te realiseren doelen een voorstel via Ronald van Raak bij de Tweede Kamerfractie van de SP aangeleverd. Van onze zijde hebben wij de heren  tevens toegezegd hun op de hoogte te zullen houden van onze bevindingen naar aanleiding van onze gesprekken en contacten met een aantal andere Tweede Kamerleden. Ook zullen wij hen beiden blijven informeren over de activiteiten van BJTWSN.
De heren Roemer en Van Raak hebben ons toegezegd serieus naar de voorstellen van BJTWSN met betrekking tot de Holocaust Remembrance in de toekomst te zullen gaan kijken en te zullen onderzoeken wat zij daadwerkelijk hierin voor ons kunnen gaan betekenen. Via de heer Van Raak zullen zij beiden hun nadere inhoudelijke reactie op korte termijn aan BJTWSN laten weten. Wij zien hun reactie met bijzonder veel belangstelling tegemoet.
Namens BJTWSN hebben wij de heren Roemer en Van Raak tijdens deze ontmoeting toegezegd dat wij het initiatief van de Tweede Kamerfractie van de SP om de huidige meest gezochte Nederlandse nazi-oorlogsmisdadiger en thans in Duitsland woonachtige Klaas Carel Faber veroordeeld te krijgen tot levenslange opsluiting volledig zullen ondersteunen met zowel een adhesiebetuiging als een persbericht vanuit BUTWSN.
BJTWSN deelt de mening van de in 2005 overleden Joods-Oostenrijkse nazi-jager Simon Wiesenthal namelijk volledig dat oorlogsmisdadigers gearresteerd en berecht dienen te worden.
Wij wensen de gehele landelijke Tweede Kamerfractie van de SP dan ook heel veel succes toe met haar bijzonder lovenswaardige inspanningen om volledig recht te doen aan de nabestaanden van de slachtoffers van deze Nederlandse  nazi-oorlogsmisdadiger door ervoor te zorgen dat deze Klaas Carel Faber zijn terechte straf niet zal ontlopen. BJTWSN zal de gehele landelijke Tweede Kamerfractie van de SP hierin van ganser harte volledig ondersteunen.

Met gevoelens van de meeste hoogachting,
Belangenorganisatie voor Joodse Tweede Wereldoorlogsslachtoffers en hun nabestaanden (BJTWSN)

Anne Louis Cammenga
Directeur

 

 

Beste Lezers,

Op donderdag, 8 maart jl. heeft er een ontmoeting plaatsgevonden tussen Mevrouw E (Esmé) Wiegman-van Meppelen Scheppink, lid van de Tweede Kamer voor de Fractie van de ChristenUnie, de juridisch adviseur van BJTWSN, Fred IJspeerd en mijzelf. Eén van de belangrijkste doelen van dit gesprek was het waarborgen van de Holocaust Remembrance in de toekomst en de verschillende mogelijkheden om dit juridisch en protocollair in te regelen. Vanuit BJTWSN hebben wij met betrekking tot de door ons gewenste te realiseren doelen een voorstel bij Mevrouw Wiegman en daarmee bij de ChristenUnie-Fractie in de Tweede Kamer aangeleverd. Van onze zijde hebben wij mevrouw Wiegman tevens toegezegd haar op de hoogte te zullen houden van onze bevindingen naar aanleiding van onze gesprekken en contacten met een aantal andere Tweede Kamerleden. Ook zullen wij haar blijven informeren over de activiteiten van BJTWSN. Mevrouw Wiegman heeft ons toegezegd serieus naar onze voorstellen te zullen gaan kijken en hier bij ons op terug te zullen komen. Wij wachten haar reactie met grote belangstelling af.

Met gevoelens van de meeste hoogachting,
Belangenorganisatie voor Joodse Tweede Wereldoorlogsslachtoffers en hun nabestaanden (BJTWSN)

Anne Louis Cammenga
Directeur

 
29 februari 2012 om 23:46 | Geplaatst in Uncategorized | Plaats een reactie
Tags: , , , , ,
Caesar
Lid Fortuynistische familie
Netherlands
235 Posts
Posted - 29 Feb 2012 :  17:02:05  Show Profile Send Caesar a Private Message
Beste Anne,
Met dit bericht wil even mijn waardering uitspreken voor het feit dat jij een belangrijke zaak behartigt en ook de stijl waarmee je dat doet.
                                                                                   

Het ga je goed.
Caesar


De wereld zet aan tot zonde. De wereld is gemaakt mede door mensen. Bid geregeld om vergeving van zonden. Probeer zo min mogelijk te zondigen. Caesar.


Edited by – Caesar on 29 Feb 2012 17:04:17

Beste lezers,

Op donderdag, 9 februari jl. werd ik om 11.00 uur ‘s ochtends gebeld door Hanke Bruins Slot, Tweede Kamerlid van de Fractie van het CDA, die zich nader heeft willen informeren over de doelen en de activiteiten van BJTWSN. Bij dit telefoongesprek was ook de Juridisch Adviseur van BJTWSN, Fred IJspeerd aanwezig. Het belangrijkste onderwerp van dit gesprek was het optimaliseren en het continueren van Holocaust Remembrance Day in zowel de huidige tijd als in de toekomst. Aan het eind van het gesprek liet Hanke Bruins Slot ons weten dat het telefoongesprek een half uur had geduurd en dat de tijd in haar beleving – zeker gezien ook de importantie van het door ons besproken onderwerp – snel voorbij was gegaan. Zij heeft Fred IJspeerd en mij laten weten dat zij graag op de hoogte wilt blijven van onze activiteiten en bereikte resultaten en heeft ons beiden telefonisch toegezegd dat zij in mei een persoonlijk gesprek met ons in zal laten plannen via haar Parlementair Medewerker, Mevrouw De Rooy. De datum en het tijdstip van deze persoonlijke vervolgafspraak met Hanke Bruins Slot zien wij via Mevrouw De Rooy tegemoet.

Na ons telefoongesprek met Hanke Bruins Slot hebben Fred en ik nog even telefonisch contact gehad met Mevrouw De Rooy om te bevestigen dat wij van onze zijde open staan voor een vervolggesprek. Mevrouw De Rooy heeft telefonisch toegezegd ons beiden nader te zullen informeren over de datum en het tijdstip van onze vervolgafspraak met Hanke Bruins Slot.

Nog vóór ons telefoongesprek met Hanke Bruins Slot ontvingen wij op dezelfde dag de prachtige, hartverwarmende adhesieverklaring van Mevrouw R. (Renée) Tessels-Hoogenraad, Fractievoorzitter van de Fractie van Pro Zeist van de gemeente Zeist, waarin zij ons veel sterkte toewenst met onze inspanningen met betrekking tot de Holocaust Remembrance Dayen en waarin zij ons haar politieke steun toezegt. Haar schitterende adhesieverklaring, die u eveneens op de pagina van deze website aantreft, is voor ons zonder meer het absolute hoogtepunt van deze dag geweest. Het is ongetwijfeld een bijzondere samenloop van omstandigheden geweest dat de ontvangst van deze schitterende adhesieverklaring namens Pro Zeist via Mevrouw R. (Renée) Tessels-Hoogenraad en het telefoongesprek met Hanke Bruins Slot (CDA) op dezelfde dag plaats hebben gevonden.

Uiteraard heb ik namens BJTWSN ook kamerleden van de andere landelijke politieke partijen in de Tweede Kamer schriftelijk en telefonisch om een afspraak verzocht om onze doelen, activiteiten en aanvullende wensen met betrekking tot Holocaust Remembrance Day in zowel de huidige tijd als in de toekomst nader aan hen toe te lichten. Wij zien hun reactie met grote belangstelling tegemoet en houden u
vanzelfsprekend op de hoogte.

Met gevoelens van de meeste hoogachting,
Belangenorganisatie voor Joodse Tweede Wereldoorlogsslachtoffers en hun nabestaanden (BJTWSN)

Anne Louis Cammenga
Directeur

Beste Lezers,

Op donderdag, 9 februari heden ontving uw directeur een schitterende, hartverwarmende adhesieverklaring van Mevrouw R. (Renée) Tessels-Hoogenraad, Fractievoorzitter van Pro Zeist. U treft deze verklaring onder deze tekst aan.

Mijn adviseurs en ikzelf zijn uiteraard bijzonder verheugd met dit prachtige, niet mis te verstane politieke statement en wij zijn Mevrouw Tessels hiervoor dan ook buitengewoon erkentelijk. Namens mijn adviseurs, de organisatie en mijzelf heb ik Mevrouw Tessels uiteraard hiervoor onze welgemeende dankbetuiging overgebracht.

De aanmoedigende, hartverwarmende woorden en politieke steun van Mevrouw Tessels namens de Fractie van Pro Zeist van de gemeente Zeist inspireert en motiveert ons om ons in te blijven zetten VÓÓR Joodse Tweede Wereldoorlogsslachtoffers en hun nabestaanden en TÉGEN fascisme en antisemitisme. Nu en in de toekomst !!!

Met gevoelens van de meeste hoogachting,
Belangenorganisatie voor Joodse Tweede Wereldoorlogsslachtoffers en hun nabestaanden (BJTWSN)

Anne Louis Cammenga
Directeur

 

 

Beste Lezers,

Op woensdag, 1 februari jl. heeft er een inhoudelijk goede, constructieve en bijzonder plezierige ontmoeting plaatsgevonden tussen Linda Voortman, lid van de Tweede Kamer voor de Fractie van Groen Links, mijn adviseur, Fred IJspeerd en mijzelf. Eén van de belangrijkste doelen van dit gesprek was het waarborgen van de Holocaust Remembrance in de toekomst en de verschillende mogelijkheden om dit juridisch en protocollair in te regelen. Dit naar aanleiding van het voorstel hiertoe dat door BJTWSN is ingediend bij de Minister en de Staatssecretaris van VWS. Ook de inhoud van ons gesprek met de beleidsambtenaren van de Minister en de Staatssecretaris, de heren Floor en Stoffel op 8 november jl. werd door ons beiden nader aan Linda toegelicht
Het maken van excuses naar onze Joodse medeburgers en hun nabestaanden toe en dan met name de redenen waarom naar onze mening deze excuses nog steeds niet zijn gemaakt, kwam tijdens dit gesprek eveneens aan de orde. Dit naar aanleiding van het verzoek van de PVV enkele weken geleden aan de huidige Nederlandse overheid om excuses te maken naar de Joodse Tweede Wereldoorlogsslachtoffers en hun nabestaanden toe voor de lakse houding van de Nederlandse overheid in ballingschap tijdens de Tweede Wereldoorlog met betrekking tot de Jodenvervolging. Fred IJspeerd en ikzelf hebben Linda uitvoerig toegelicht waarom naar onze mening – in tegenstelling tot de Noorse regering enkele dagen geleden – onze regering het nog steeds niet op heeft kunnen brengen om haar oprechte excuses aan onze Joodse medeburgers en hun nabestaanden aan te bieden.
Het accent lag tijdens ons gesprek echter vooral op een goede borging voor het herdenken van de Holocaust Remembrance naar de toekomst toe. Linda Voortman heeft naar aanleiding van de door Fred en mijzelf gemaakte kritische opmerkingen en de door ons beiden aangedragen voorstellen en verbetersuggesties ons beiden toegezegd een aantal zaken opnieuw te zullen bestuderen en hier bij ons op terug te zullen komen. Wij wachten haar reactie met grote belangstelling af.

Volgende week vindt er op 9 februari a.s. een overleg plaats tussen BJTWSN en Hanke Bruins Slot, lid van de Tweede Kamer voor de Fractie van het CDA. Enkele weken geleden heb ik namens onze organisatie een verzoek om nader contact met Raymond de Roon, het Tweede Kamerlid voor de PVV bij diens parlementair medewerker neergelegd. Deze heeft mij inmiddels al laten weten hier bij mij op terug te zullen komen.

Het is voor onze organisatie van groot belang dat herdenking van de Holocaust Remembrance in de toekomst zal worden gegarandeerd en geoptimaliseerd. Van de voortgang van onze activiteiten en van de onze organisatie bereikte resultaten zal ik u – mede ook namens mijn uitstekende adviseurs – dan ook graag op de hoogte blijven houden.

Met gevoelens van de meeste hoogachting,
Belangenorganisatie voor Joodse Tweede Wereldoorlogsslachtoffers en hun nabestaanden (BJTWSN)

Anne Louis Cammenga
Directeur

 

Ontmoeting Linda Voortman, Tweede Kamerlid Groen Links en Anne Louis Cammenga, Directeur BJTWSN op 01-02-2012.   De foto is genomen door Fred IJspeerd, Juridisch Adviseur van BJTWSN.

____________________________________________________________________________________________

Geachte lezers,

Op woensdag, 25 januari jl. ontvingen mijn adviseurs, de heren F. (Fred)IJspeerd en J.P. (Jan Peter) Mante en ikzelf een brief via de heer mr. B. Bijl, Projectleider Herdenken, waarin wij door Marlies Veldhuijzen van Zanten, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport werden bedankt voor de door ons geleverde input met betrekking tot het het verzoek van het Nederlands Auschwitz Comité om de jaarlijks door deze organisatie georganiseerde herdenking een nationale status te verlenen.

Dit verzoek is – ons inziens – terecht door de staatssecretaris afgewezen. Het leed door de Joodse Tweede Wereldoorlogsslachtoffers ondervonden in Auschwitz is ons inziens namelijk niet meer of minder erg dan het ondervonden leed van Joodse medeburgers in vernietigingskampen zoals Sobibor of Treblinka. Onze organisatie ziet dit dan ook breder en vindt het vooral belangrijk dat de herdenking van International Holocaust Memorial Day op officieel en nationaal niveau wordt herdacht en dat de herdenking
hiervan in de toekomst zal worden gewaarborgd.

Wij zeggen u hierbij toe dat wij u op de hoogte zullen houden van onze inspanningen om dit voor onze huidige en toekomstige generaties belangrijke doel permanent te realiseren en te waarborgen.

Met gevoelens van de meeste hoogachting,
Belangenorganisatie voor Joodse Tweede Wereldoorlogsslachtoffers en hun nabestaanden (BJTWSN)

Anne Louis Cammenga
Directeur

———- Oorspronkelijk bericht ———-
Van: “Bijl, dhr. mr. B.” < b.bijl@minvws.nl >
Aan: alcammenga@bjtwsn.org

Datum: 25 januari 2012 om 9:05
Onderwerp: Brief Staatssecretaris van VWS

Goedemiddag,

Vorig jaar werd de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Marlies Veldhuijzen van Zanten, gevraagd om aan de herdenking die het Nederlands Auschwitz Comité jaarlijks organiseert een ‘nationale status’ te verlenen.

Deze eenvoudige vraag vereist een weloverwogen, zorgvuldige en genuanceerde reactie. De staatsecretaris heeft de afgelopen periode gebruikt om inzicht te krijgen in gedachten die leven rond het herdenken en hoe jongeren daarbij betrokken kunnen worden. Ze heeft daartoe onder meer gesprekken gevoerd met direct betrokkenen en deskundigen geraadpleegd. Namens de staatssecretaris bedank ik iedereen die zodoende heeft bijgedragen aan haar gedachtevorming.

Zij heeft – namens het kabinet – haar reactie geformuleerd in een brief die zij vandaag stuurde naar de Tweede Kamer. Daarin geeft zij aan op welke wijze zij tegemoet komt aan de wens om te zorgen voor waarborgen voor een betekenisvolle herdenking in het kader van International Holocaust Memorial Day.

Het leek mij goed om u, als direct betrokkene, een afschrift te sturen van deze brief.

Hartelijke groet,

mr. B. Bijl
Projectleider Herdenken

mr. B. Bijl
Afdeling Oorlogsgetroffenen en Herinnering Wereldoorlog II
Directie Maatschappelijke Ondersteuning
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Postbus 20350
2500 EJ DEN HAAG
tel: 070-3405024 fax: 070-3407707

___________________________________________________________________________________________________________________________

Verzoek herdenking Holocaust Memorial Day in Nederland tot een officiële, nationale herdenkingsdag te maken

Aan: alle Leden van de Tweede Kamer

Zeist, 14 januari 2012

Betreft: Verzoek herdenking Holocaust Memorial Day in Nederland tot een officiële, nationale herdenkingsdag te maken 

L.S.,

Onderstaande informatie ontving BJTWSN dankzij de nieuwsbrief van het Joods Historisch Museum, waarop wij zijn geabonneerd. Op zondag, 29 januari a.s. vindt om 11.00 uur de jaarlijkse herdenking van de bevrijding van het concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau plaats. Op 1 november 2005 riep Kofi Annan, toenmalig secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de bevrijdingsdatum van Auschwitz uit tot een herdenkingsdag. Deze dag wordt The Holocaust Memorial Day genoemd. Wereldwijd worden op deze Holocaust Memorial Day de slachtoffers herdacht van de Holocaust en ander genociden (Cambodja, Rwanda, Srebrenica en Darfur). Auschwitz is uitgegroeid tot universeel symbool voor de massavernietiging van burgers.

In andere landen wordt Holocaust Memorial Day op officieel niveau herdacht. Holocaust Memorial Day wordt in vele landen wereldwijd op de nationale kalender gezet (kalender met daarop vermeldt de officiële vrije dagen, herdenkings- en feestdagen) en deze herdenkingsdag heeft in vele landen een officiële, nationale statuur, zoals bijvoorbeeld Wapenstilstandsdag, de dag waarop  in Frankrijk en België het einde van de eerste wereldoorlog wordt herdacht.

De afgelopen weken heeft in Nederland volop de discussie gespeeld over het wel of niet aanbieden van excuses door de huidige Nederlandse overheid voor de lakse rol van de Nederlandse regering en het staatshoofd tijdens de Tweede Wereldoorlog met betrekking tot de Jodenvervolging. De huidige Nederlandse regering heeft besloten bij monde van Minister President, de heer Rutte om geen excuses aan te bieden. De discussie over de schuldvraag rispt van tijd tot tijd weer op. Omdat de rol van de Nederlandse overheid vóór, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog naar onze Joodse medeburgers veel te wensen over heeft gelaten, blijft dit een uiterst moeilijke en moeizame discussie. Ook bij discussies over de huidige situatie tussen Israël en de Palestijnen wordt de Jodenvervolging er vaak op een historisch onjuiste wijze bijgehaald. De afgelopen weken liet Ronny Naftaniël, de directeur van het CIDI weten dat de huidige Joodse bevolking in Nederland geen behoefte meer heeft aan excuses. Wij begrijpen dit standpunt, maar het wel of niet afronden van deze historische discussie gaat niet alleen onze Joodse medeburgers, maar ook de niet-Joodse medeburgers aan.

Het is in het belang van het Nederlandse volk dat de geschiedenis van de Jodenvervolging in Nederland volledig onder ogen wordt gezien en in alle opzichten volledig wordt erkend. De vervolging van onze Joodse medeburgers is mogelijk geweest, omdat het overgrote deel van de Nederlandse regering, maar óók de ambtenaren, zoals de Nederlandse Politie en het Nederlandse Spoorwegpersoneel en het overgrote deel van de Nederlandse bevolking de andere kant opkeek of de orders van hogerhand met betrekking tot hun Joodse medeburgers klakkeloos hebben uitgevoerd. Het gevolg is geweest dat een groot deel van onze medeburgers, louter en alleen vanwege het feit dat zij Joods waren, zijn weggevoerd naar de concentratiekampen en uiteindelijk zijn uitgemoord.

Het is belangrijk dat er thans voor eens en altijd van overheidswege een besluit wordt genomen dat er voor zorgt dat de Jodenvervolging op een nationale, officiële wijze in de toekomst niet meer kan worden vergeten, zodat het verleden daarmee officieel wordt erkend en er openlijk en duidelijk lessen naar de toekomst toe kunnen worden getrokken. Hoewel in Nederland Holocaust Memorial Day en de bevrijding van Auschwitz dankzij het initiatief van o.a. het Nederlands Auschwitz Comité jaarlijks terecht wordt herdacht, heeft deze herdenking niet de officiële, nationale statuur zoals bijvoorbeeld Wapenstilstandsdag in Frankrijk en België. Het is onvoldoende om de Holocaust onder de 4 en 5 Mei herdenking te voegen. Onze omgekomen Joodse medeburgers vallen immers niet onder militaire of onder burgerslachtoffers. Onze Joodse medeburgers werden – uitsluitend vanwege hun Joodse afkomst  - doelbewust en selectief door de toenmalige bezetter uitgekozen om op technische, fabrieksmatige wijze te worden uitgeroeid.  

Mijn adviseurs en ikzelf hebben op 8 november 2011 met twee beleidsambtenaren van de Minister en de Staatssecretaris van het Ministerie van VWS, de heren Floor en Stoffel ons voorstel besproken om van Holocaust Memorial Day in Nederland tot een officiële, nationale herdenkingsdag te maken. Het voordeel is dat een discussie over het wel of niet aanbieden van excuses door de Nederlandse overheid – waar men klaarblijkelijk in Nederland niet uit kan komen – op deze manier kan worden vermeden, maar onze Joodse medeburgers in de toekomst tóch die officiële, nationale erkenning krijgen, die zij verdienen en waarmee de herdenking van de Holocaust in zowel de huidige als de toekomstige tijd wél volledig en daadwerkelijk gestalte krijgt.

Het is in het belang van het Nederlandse volk – Joodse en niet-Joodse Nederlandse burgers – dat de geschiedenis van de Jodenvervolging in Nederland volledig onder ogen wordt gezien en in alle opzichten volledig wordt erkend. Alleen dan kan een belangrijk hoofdstuk in onze vaderlandse geschiedenis uiteindelijk worden afgerond en kunnen er op een duidelijke en concrete wijze lessen naar de toekomst toe worden geleerd.

Mijn drie adviseurs en ikzelf verzoeken u hierbij dan ook vriendelijk ervoor zorg te dragen dat Holocaust Memorial Day dezelfde nationale, officiële statuur krijgt als Wapenstilstandsdag in België en Frankrijk en in Nederland als officiële, nationale herdenkingsdag zal worden erkend. Onze juridisch adviseur heeft ontdekt dat dit op een gemakkelijke, niet al te veel moeite kostende wijze kan worden ingericht. Het voorstel dat door hem is opgesteld en dat door onze organisatie bij de Minister en de Staatssecretaris van het Ministerie van VWS is ingediend en door ons is besproken met de hierboven genoemde twee beleidsambtenaren treft u als bijlage bij dit e-mailbericht aan.

Uiteraard zijn mijn adviseurs en ikzelf volkomen bereid uw vragen nader te beantwoorden en uw van nadere informatie te voorzien. Wanneer u informatie bij ons wilt inwinnen of ons wilt uitnodigen voor een gesprek, verzoek ik u vriendelijk contact met ons op te nemen via de in dit e-mailhoofd vermelde telefoonnummers.

Wij zien uw reactie op ons verzoek – onder dankzegging voor alle door u in deze te nemen moeite – met grote belangstelling tegemoet.

Met gevoelens van de meeste hoogachting,
Belangenorganisatie voor Joodse Tweede Wereldoorlogsslachtoffers en hun nabestaanden (BJTWSN)

Anne Louis Cammenga, Directeur
Fred IJspeerd, Juridisch Adviseur

CC Deze mail is in kopie o.a. naar alle Nederlandse mediakanalen verzonden om daarmee aan te geven dat wij dit initiatief openlijk uit willen dragen.

__________________________________________________________________________________________

Voorstel namens de Belangenorganisatie voor Joodse Tweede Wereldoorlogs-slachtoffers en hun nabestaanden (BJTWSN) inzake Holocaust Remembrance

In deze brief gegeven wij met een uitgebreide toelichting aan waarom wij van mening zijn dat Nederland een betere invulling moet geven aan Holocaust Remembrance. Wij geven eerst aan wat wij concreet van uw vragen. Wij geven eveneens een historische analyse van hoe Nederland is omgegaan met het herdenken van een bezetting door een vreemde mogendheid. Wij objectiveren ons verzoek op basis van de criteria die zijn aangegeven in de uitspraak van de Rechtbank in Den Haag op 14 september 2011, LJN: BS8793.

1. Uitbreiding van de doelstellingen van het Nationaal Comité 4 en 5 mei 

In het Instellingsbesluit Nationaal Comité 4 en 5 mei staat in artikel 1 dat er een Nationaal Comité 4 en 5 mei is voor de Nationale herdenking en viering bevrijding. Wij zouden het waarderen als u artikel 1 als volgt wijzigt:

“Er is een Nationaal Comité 4 en 5 mei en Holocaust Remembrance voor de nationale herdenking en viering bevrijding en Holocaust Remembrance zoals aangegeven in de door de Verenigde Vergadering van de VN aangenomen resolutie van 1 november 2005 (nr. A/RES/60/7)

Aan artikel 2 voegt u als doel toe:

Het Nationaal Comité heeft tot doel en taak (…)

“het nader invulling geven aan Holocaust Remembrance op internationaal, nationaal en plaatselijk niveau en de onderlinge samenhang tussen deze niveaus.”

2. Hoe Nederland is omgegaan met bezetting door een vreemde mogendheid

In onze geschiedenis is Nederland drie keer meerjarig bezet geweest door een vreemde mogendheid, namelijk:

  1. door Spanje in de 80-jarige oorlog van 1568 tot 1648
  2. door Frankrijk van 1795 tot 1813
  3. door Duitsland van 1940 tot 1945

2a. 80-jarige oorlog

Na ruim 400 jaar zijn uit de beginjaren van de 80-jarige oorlog thans nog steeds bekend:

  1. dat op 1 april 1572 Alva Den Briel verloor
  2. de herdenking en de viering van het Leidens ontzet van 1573 tot 3 oktober 1574
  3. ons volkslied “Wilhelmus” dat gaat over Willem van Oranje en de beginperiode van de 80-jarige oorlog.

Wij vinden het bijzonder dat 3 oktober na ruim 400 jaar in Leiden nog steeds een plaatselijke herdenkings- en feestdag is. Als wij het beleg van Leiden met hedendaagse ogen bekijken, dan is er in de zin van de VN-resolutie van 1 november 2005 sprake van:

  1. religieuze intolerantie van de Rooms-Katholieke koning Philips II ten opzichte van de overwegend protestantse bevolking van Nederland;
  2. een levensbedreigende situatie door de bevolking van het “afvallige” Leiden door een beleg via uithongering te dwingen tot overgave.

Wij beseffen het ons waarschijnlijk niet meer, maar iedere keer dat het Wilhelmus wordt gezongen is dat eigenlijk een herinnering aan de beginjaren van de 80-jarige oorlog.

2b. Franse Bezetting

Van de Franse bezetting is ons niet bekend dat er thans nog zulke krachtige herinneringen zijn zoals de herdenking en viering van het Leidens ontzet van 3 oktober 1574 en het Wilhelmus.

2c. Duitse bezetting

Na de Tweede Wereldoorlog zijn 4 mei en 5 mei de nationale dagen van herdenking en viering. Waar het gaat om de oorlog in Nederlands-Indië is 15 augustus de dag van herdenking van de gevallenen.

Uit de hoofdlijnen van het Veteranenbeleid blijkt dat vanaf 2005 29 juni, de geboortedag van Prins Bernard, nationale veteranendag is. De Nederlandse Veteranendag heeft als doel erkenning en waardering voor alle veteranen te bewerkstelligen en dient het onderlinge begrip tussen de Nederlandse samenleving en de veteranen te vergroten. Het gaat dan ook om veteranen uit de Tweede Wereldoorlog in zowel Nederland als Nederlands-Indië[1].

3. Waarom Nederland een betere invulling moet geven aan Holocaust Remembrance

Op 14 september 2011 deed de rechtbank Den Haag uitspraak in verband met een tegen de Staat der Nederlanden ingestelde vordering van nabestaanden van weduwen en overige familieleden van de mannen die op 9 december 1947 door Nederlandse militairen zijn geëxecuteerd in Rawagedeh (Indonesië). In de overwegingen 4.14 tot en met 4.16 spreekt de rechtbank het volgende uit:

“4.14. Vervolgens is aan de orde de vraag of het verjaringsberoep van de Staat gelet op de omstandigheden van dit specifieke geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. De rechtbank beantwoordt deze vraag voor een deel van eisers bevestigend en overweegt daartoe als volgt. Vooropgesteld moet worden dat in het onderhavige geval sprake is van een zeer uitzonderlijke situatie waarvan in de Nederlandse jurisprudentie geen precedenten bekend zijn. Het gaat in deze zaak immers om executies door Nederlandse militairen van ongewapende onderdanen van het toenmalige Koninkrijk der Nederlanden die zonder vorm van proces zijn uitgevoerd in het kader van de uitoefening van het koloniale bewind van de Staat over een inmiddels voormalige kolonie. De Staat kan, zoals hij ook onderkent, van deze executies een ernstig verwijt worden gemaakt. Ook op grond van het destijds geldende recht rustte op de Staat immers de verplichting tot bescherming van de lichamelijke integriteit en het leven van zijn onderdanen en kwam hem op geen enkele wijze het recht toe zonder vorm van proces mensen te doden of ernstig te verwonden. De ernstige verwijtbaarheid van het handelen van de Staat is kort na de executies komen vast te staan, getuige onder meer het rapport van de ‘Committee of Good Offices on the Indonesian Question’ van de VN Veiligheidsraad uit 1948 waarin de executies zijn aangemerkt als ‘deliberate and ruthless’, en is als zodanig ook door de hoogste militaire leiding erkend, getuige de briefwisseling tussen [commandant van het leger] en [procureur-generaal] waaruit volgt dat een strafrechtelijke vervolging van de voor de executies verantwoordelijke majoor [majoor] zonder meer tot een veroordeling zou hebben geleid. Deze bijzondere ernst van de aan de orde zijnde feiten en de kennis die de Staat van meet af aan daarvan heeft gehad is een belangrijke factor voor de door de rechtbank hierboven getrokken conclusie. Het gaat hier dus uitdrukkelijk niet om feiten die destijds aanvaardbaar werden geacht en enkel naar huidige inzichten onaanvaardbaar zijn.

4.15. De Staat heeft er, nu hij kennis droeg van de feiten en zijn verantwoordelijkheid daarvoor, eveneens van meet af aan rekening mee moeten houden dat hij tot vergoeding van de schade zou worden aangesproken. Door niettemin een afwachtende houding aan te nemen die naar het oordeel van de rechtbank niet past bij de ernst van de feiten en de kennis van de verwijtbaarheid daarvan heeft hij zichzelf in de positie gebracht dat de kwestie onafgewikkeld bleef. Een beroep op verjaring verdraagt zich daarmee niet. Daarmee spreekt de rechtbank niet in meer algemene zin het oordeel uit dat van aansprakelijke personen mag worden verwacht dat zij steeds zelf het initiatief tot vergoeding van de schade nemen, maar weegt zij de afwachtende houding van de Staat wel mee bij het oordeel dat een beroep op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

4.16. De rechtbank neemt voorts in aanmerking dat het weliswaar gaat om oude feiten, maar wel om feiten die betrekking hebben op een periode in de Nederlandse geschiedenis die nog niet is afgewikkeld. Meest sprekend in dit verband is de vergelijking die eisers hebben gemaakt met het door de Staat gehanteerde verruimde restitutiebeleid ten aanzien van claims van (nabestaanden van) overlevenden van de Tweede Wereldoorlog. Daaruit blijkt dat de Staat zelf nog geen streep heeft willen zetten onder dat deel van de geschiedenis waarvan zowel de executies in Rawagedeh als het onrecht van laatstgenoemde slachtoffers deel uitmaken. Bovendien gaat het om een periode in de geschiedenis waarvan nog mensen in leven zijn die deze periode en de aan de orde zijnde feiten hebben meegemaakt.”

Wij zijn van mening dat zolang er in Nederland nog slachtoffers van de Holocaust in leven zijn, Nederland geen streep kan zetten onder ons nationaal verleden uit de Tweede Wereldoorlog. Wij vinden het daarom logisch dat het Nationaal Comité 4 en 5 mei gewoon haar werk blijft doen.

Op 5 mei 2011 overleed Claude Choules op 110-jarige leeftijd. Hij was de laatste veteraan uit de Eerste Wereldoorlog. Zeker waar de thans nog in leven zijnde Nederlandse/Joodse slachtoffers van de Holocaust op leeftijd gaan komen, voorzien wij dat er de komende decennia in de Nederlandse samenleving een andere invulling aan 4 en 5 mei zal gaan worden gegeven dan thans het geval is. Ter voorbereiding op deze maatschappelijke ontwikkelingen lijkt het ons zeer gewenst dat het Nationaal Comité 4 en 5 mei vanaf volgend jaar eveneens wordt belast met de Holocaust Remembrance. Zo kan er geleidelijk een overgang worden gemaakt van de herdenking van 4 en 5 mei naar de Holocaust Remembrance.

Naar verwachting zal rond 2050 het laatste Nederlands-Joodse slachtoffer van de Holocaust en veteraan uit de Tweede Wereldoorlog zijn overleden. Het is aan de politiek van dat moment om te beslissen hoe nadere invulling wordt gegeven aan 4 en 5 mei. Wij hopen dat er tussen 2012 en 2050 dan al wel is besloten om Holocaust Remembrance “officieel” in te kaderen zoals 4 en 5 mei dat nu zijn. Wij denken dan bijvoorbeeld aan:

  1. een vlaginstructie op 27 januari, zijnde Holocaust Remembrance Day
  2. landelijke herdenkingen van de slachtoffers van de Holocaust en latere genocides op Holocaust Remembrance Day
  3. uitvoering geven aan de andere zaken genoemd in de door de Verenigde Vergadering van de VN aangenomen resolutie van 1 november 2005 (nr. A/RES/60/7).

 Holocaust Remembrance Day zien wij als een waardevolle aanvulling op de Nationale Veteranendag omdat dit in elkaars verlengde ligt. Op die dag wordt immers namelijk eer bewezen aan onze militairen die onder VN-vlag operaties hebben uitgevoerd voor vrede en veiligheid, waaronder ook het voorkomen van genocide. 

___________________________ 

[1] Hoofdlijnen van het Veteranenbeleid, Brief van de Staatssecretaris van Defensie aan de Tweede Kamer van 20 april 2005, TK 2004-2005, 21490, nr. 26.

__________________________________________________________________________________________

Holocaust Memorial Day  &  Holocaust Herdenking / Auschwitz Herdenking 2012
Bronnen: Joods Historisch Museum/Nederlands Auschwitz Comité

Holocaust Memorial Day

Op 27 januari 1945 werd het concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau in het door Duitsland bezette Polen bevrijd. Op 1 november 2005 riep Kofi Annan, toenmalig secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de bevrijdingsdatum van Auschwitz uit tot een herdenkingsdag. Wereldwijd worden op Holocaust Memorial Day de slachtoffers herdacht van de Holocaust en ander genociden (Cambodja, Rwanda, Srebrenica en Darfur). Auschwitz is uitgegroeid tot universeel symbool voor de massavernietiging van burgers.

De Nationale Auschwitz Herdenking is uitgebreid met de Holocaust Memorial Day. Rondom deze dag worden in Nederland door vele organisaties activiteiten georganiseerd. De activiteiten worden afgesloten met de Holocaust Memorial Day/Nationale Auschwitz Herdenking, welke plaats vindt op de laatste zondag in januari.

Holocaust Herdenking / Auschwitz Herdenking 2012

U bent van harte uitgenodigd aan deze herdenking deel te nemen. Zondag 29 januari in Amsterdam om 11.00 uur Stille Tocht vanaf het Stadhuis naar het Wertheimpark.

Het programma rondom de Auschwitz Herdenking:

10:00 uur
Stadhuis Amsterdam, ingang Amstel (Opera): Boekmanzaal open

11:05 uur
Vertrek Stille Tocht naar Wertheimpark

11:30 uur
Begin Herdenking met een toespraak door de burgemeester van Amsterdam, gevolgd door een muzikale bijdrage van Sinti en Roma, waarna het Jizkor en Kaddisj worden uitgesproken. Hierna is er gelegenheid voor organisaties en particulieren hun kransen en bloemen bij het monument te leggen.

12:15 uur
Einde Herdenking

________________________________________________________________________________________________

Aan: alle Leden van de Tweede Kamer

Zeist, 14 januari 2012

Betreft: Verzoek ervoor te zorgen dat alsnog recht wordt gedaan aan de Nederlandse geschiedenis met betrekking tot de Jodenvervolging/Twee artikelen

L.S.,

De afgelopen weken heeft de Tweede Kamerfractie van de PVV onder leiding van Fractievoorzitter Geert Wilders de huidige Nederlandse regering onder leiding van Minister President, de heer Rutte verzocht de Joodse Tweede Wereldoorlogsslachtoffers en hun nabestaanden alsnog excuses aan te bieden voor de lakse houding van het toenmalige staatshoofd, koningin Wilhelmina en de toenmalige Nederlandse regering in ballingschap ten aanzien van de Jodenvervolging. Dit verzoek is jammer genoeg afgewezen door de heer Rutte. Dit is bijzonder betreurenswaardig omdat hiermee wéér een goede kans is gemist om het Nederlandse verleden in de Tweede Wereldoorlog op een waardige en goede, constructieve manier – óók naar de toekomst toe – af te kunnen sluiten.

Ter informatie en voor uw beeldvorming zend ik u graag twee artikelen toe, die ik in het Nederlandse dagblad, De Volkskrant ten aanzien van de Jodenvervolging en het in Nederland reeds vroeg aanwezige Nazisme heb aangetroffen. Van harte spreek ik hierbij de oprechte wens uit dat alsnog een oplossing zal worden gevonden om het verleden vóór en tijdens de Tweede Wereldoorlog naar onze Joodse medeburgers openlijk alsnog vanuit de huidige Nederlandse regering recht te doen, zodat dit verleden door een openlijke erkenning vanuit de Nederlandse overheid op een goede wijze kan worden afgesloten en er goede, concrete historische en maatschappelijk lessen naar de toekomst toe kunnen worden overgedragen. Door het bij voorbaat al afwijzen van het verzoek van de PVV – zonder naar andere mogelijkheden te zoeken is deze kans bij voorbaat gemist. Hier hebben zowel Nederlandse Joden als Nederlandse niet-Joden géén baat bij. Een volk en dus ook het Nederlandse volk kan alleen op een concrete wijze leren van haar geschiedenis en deze lessen op een constructieve wijze naar de toekomst toe uitdragen, wanneer dit verleden openlijk onder ogen wordt gezien en daadwerkelijk wordt erkend. Of dit nu in de vorm van excuses of in een andere vorm plaatsvindt.

Namens de Belangenorganisatie voor Joodse Tweede Wereldoorlogsslachtoffers en hun nabestaanden (BJTWSN) verzoek ik u allen in uw functie als Leden van de Tweede Kamerf er alsnog voor zorg te dragen dat door de huidige Nederlandse regering in welke vorm dan ook alsnog openlijk wordt recht gedaan aan de Jodenvervolging, zodat het gehele Nederlandse volk (Joden en niet-Joden) dit historische hoofdstuk alsnog kan afsluiten en hieruit naar de toekomst toe duidelijke voor iedereen zichtbare lessen kan trekken.

Mijn adviseurs en ikzelf willen u hier uiteraard bij helpen. U kunt ons bereiken via de in dit e-mailhoofd vermelde telefoonnummers en e-mailadressen.

Tot slot: het Nederlandse volk (Joden en niet-Joden) hebben er recht op dit belangrijke historisch hoofdstuk met betrekking tot de Jodenvervolging op een goede en concrete wijze af te sluiten, zodat hieruit duidelijke en voor iedereen zichtbare lessen naar de toekomst toe kunnen worden getrokken. Het is uw plicht als onze democratisch gekozen volksvertegenwoordigers ervoor te zorgen dat dit inderdaad gebeurd, zodat hiermee recht wordt gedaan aan de Nederlandse geschiedenis en aan het Nederlandse volk, dat er via het uitbrengen van haar stem voor heeft gezorgd dat u allen tot onze volksvertegenwoordigers bent benoemd.

Met gevoelens van de meeste hoogachting,
Belangenorganisatie voor Joodse Tweede Wereldoorlogsslachtoffers en hun nabestaanden (BJTWSN)

Anne Louis Cammenga, Directeur
Fred IJspeerd, Juridisch Adviseur

CC Deze mail is in kopie o.a. naar alle Nederlandse mediakanalen verzonden om daarmee aan te geven dat wij dit initiatief openlijk uit willen dragen.

___________________________________________________________________________________________

‘Radio Oranje repte niet over deportatie’
De Volkskrant – OPINIE – Meindert Fennema – 10/01/12, 06:00

 

© ANP  Dr. L. de Jong bij de presentatie van het laatste – 26e deel – van zijn levenswerk “Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog”

Pas in mei 1943 laat de regering in Londen weten dat ambtenaren niet mogen meewerken aan de deportatie van Joden. Maar dan is het voor de meeste Joden te laat, schrijft hoogleraar Meindert Fennema.
· Ambtenaren moesten zich na de oorlog wel verantwoorden; de regering niet
‘Wij weten’, zei koningin Beatrix in 1995 in de Knesset, ‘dat velen van onze landgenoten zich moedig en soms met succes hebben verzet (tegen de jodenvervolging, MF) en dikwijls met gevaar voor eigen leven hun bedreigde medemensen hebben bijgestaan. Bij ons bezoek aan Yad Vasjem gisteren hebben wij ook hun namen vereeuwigd gezien onder de bomen die daar zijn geplant. Maar wij weten ook dat dit de uitzonderingen waren en dat het Nederlandse volk de ondergang van zijn joodse medeburgers niet heeft kunnen verhinderen.’

De historica Selma Leydesdorff schrijft naar aanleiding hiervan dat de koningin haar excuses aanbood ‘voor de enorme bijdrage van het Nederlandse volk (vele Henken en veel dames met de naam Ingrid) aan de Jodendeportaties. Zij liep daarbij ver voor de troepen uit, en zij verdient daarvoor blijvend bewondering.’

Ik weet het, in de strijd tegen Geert Wilders en voor de verdediging van ons vorstenhuis is bijna alles geoorloofd, maar dit gaat zelfs voor een linkse historica wel érg ver.

Antisemitische spreekkoren
In maart 2011 stelde Richard de Mos (PVV) Kamervragen aan de minister over de spreekkoren ‘Hamas hamas alle joden aan het gas’ in het ADO-stadion. Hij wilde weten wat de minister ging doen om het antisemitisme uit de voetbalstadions te weren. Hij werd door ADO-aanhangers met de dood bedreigd. In diezelfde tijd vroeg ik een oud-burgemeester van Amsterdam of hij als burgemeester ooit krachtig was opgetreden tegen antisemitische spreekkoren. Zijn antwoord: ‘Daarvoor was ik teveel voetbalfan.’

In de Tweede Wereldoorlog werd de strijd tegen de Jodenvervolging ondergeschikt gemaakt aan het winnen van de oorlog, veertig jaar later werd de strijd tegen het antisemitisme ondergeschikt gemaakt aan het winnen van een voetbalwedstrijd.
Moet de huidige burgemeester van Amsterdam zich nu verontschuldigen voor de slappe houding van oud-burgemeester Van Thijn? Het lijkt mij niet, maar hij moet er wel lering uit trekken.

En dat geldt ook voor de houding van de Nederlandse regering in ballingschap. Want Leydesdorff kan nu wel spreken van de ‘enorme bijdrage van de Nederlandse bevolking aan de Jodendeportatie’, feit blijft dat daar door de regering in Londen niet tegen werd gewaarschuwd. Voor radio Oranje was de deportatie geen issue.

De beruchte burgemeesters in oorlogstijd waren aangebleven op verzoek van de regering die hun in een Aanwijzing uit 1937 opdracht gaf op hun post te blijven. Nederlandse ambtenaren ‘zullen in het belang van de bevolking er naar streven, dat het bestuur ook onder gewijzigde omstandigheden zoo goed mogelijk zijn taak blijft vervullen’. Alleen als de ambtenaar ‘door in functie te blijven, zodanige diensten aan den vijand zou bewijzen, dat deze grooter kunnen worden geacht dan het nut, dat voor de bevolking aan zijn aanblijven verbonden is, zal hij zijn post moeten verlaten’.

Gezond verstand
De invulling van deze vage formulering werd overgelaten aan de praktijk en ervaring van de betrokken ambtenaar, ‘aan zijn gezond verstand en zijn nationale geweten’, aldus de secretaris-generaal H.M. Hirschfeld. Zij werden inzake de Jodenvervolging niet verder geadviseerd door de regering in ballingschap die daarop toch een beter zicht had dan de Nederlandse bevolking onder de Duitse bezetting.

Had de regering in Londen, misschien bij monde van A. den Doolaard of Loe de Jong op Radio Oranje, niet enige aanvullende aanwijzingen kunnen geven aan de zittende magistratuur en het openbaar bestuur over wat te doen tegen de Jodenvervolging? Dan had zij misschien ook de Nederlandse bevolking kunnen oproepen tot steun aan de Joodse landgenoten. Niets daarvan. Pas in mei 1943 schreef L.H.N. Bosch van Rosenthal een commentaar op de Aanwijzing dat door de Londense regering werd overgenomen, waarin wordt gesteld dat Nederlandse ambtenaren niet mogen meewerken aan de deportatie van Joden. Maar dan is het voor de meeste Joden al te laat.

Joodse leed
Maar de hoge ambtenaren die waren blijven zitten, moesten zich, anders dan de regering in Londen, na de oorlog wél verantwoorden en hun werd de maat genomen alsof de regering in Londen wél opdracht gegeven had zich tegen de jodenvervolging te verzetten. Loe de Jong schrijft in zijn geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog dat secretaris-generaal Hans Hirschfeld ‘zijn hart gesloten had voor het joodse leed’. Hij verzuimde daarbij te schrijven: ‘net als ik overigens, en wij deden dat allebei in opdracht van de Nederlandse regering’.

Loe de Jong is dood, maar Selma Leydesdorff nog niet. Misschien kan zij namens Loe de Jong excuses aanbieden voor deze hypocrisie in de geschiedschrijving over goed en fout in de oorlog.

Meindert Fennema is hoogleraar politieke theorie aan de UvA en auteur van de biografie van Hans Hirschfeld (Man van het Grote Geld)

_______________________________________________________________________________________________

Nazi’s hadden begin jaren dertig al goede contacten in Nederland
De Volkskrant 19/12/97, 00:00
Nederland was al veel vroeger veel sterker geïnfiltreerd door nazi-Duitsland dan tot nu toe werd aangenomen. De Gestapo stond al vroeg in de jaren dertig in verbinding met hoge en lagere Nederlandse ambtenaren….

Van onze verslaggever
AMSTERDAM

In een nieuw Bundesarchief in Berlijn trof Van Roon in augustus materiaal uit de DRR aan waaruit blijkt dat er in 1935 al werd samengewerkt tussen Nederland en Duitsland om ‘marxistische en joodse elementen’ aan te houden. De Gestapo, de geheime politie van Duitsland, zou begin 1935 de Amsterdamse procureur-generaal van Harinxsma thoe Slooten hebben overreed een brief te schrijven aan de minister van Justitie. Hierin stelde deze voor een concentratiekamp te bouwen voor Duitse communisten die naar Nederland waren gevlucht en hier asiel hadden aangevraagd. Al in maart 1935 werd het Fort Honswijk, ten zuiden van Utrecht, voor dat doel ingericht.
Harinxma was bang dat nadat het Saarland zich bij Duitsland had aangesloten Nederland zou worden overspoeld met communisten die vluchtten voor het nazi-regime. Deze door de Gestapo aangewakkerde angst bestond bij meerdere overheidsdienaren, zo blijkt volgens Van Roon uit documenten.
De Amsterdamse politiecommissaris Broekhoff meldde in 1935 persoonlijk aan de Gestapo in Berlijn dat de Nederlandse minister van Justitie mee zou werken aan gezamenlijke bestrijding van ‘kommunistischer und marxistischer Umtriebe.’ Broekhoff stimuleerde informatie-uitwisseling, waarmee direct na de bezetting in mei 1940 tweehonderdvijftig naar Nederland gevluchte Duitse ‘illegalen’ door de Sicherheits Polizei werden opgepakt.
Van Roon heeft ook een lijst gevonden met namen van zeventien pro-Duitse Nederlandse (hoofd-) commissarissen tot wie de Duitse troepen en instanties zich konden wenden na de inval. Op die lijst stond, behalve Broekhoff, ook de politiecommissaris L. Einthoven die na de oorlog directeur werd van de voorloper van de Binnenlandse Veiligheidsdiensten (BVD). Volgens Van Roon wijst dit er op dat Einthoven in die jaren contacten had met de Gestapo. Einthoven zou in de bezettingstijd samen met de latere premier J. de Quay en J. Linthorst de Nederlandse Unie opzetten.
Niet alleen in de wereld van justitie en politie zou de infiltratie dieper zijn geweest dan voorheen aangenomen. Veel hoge ambtenaren op het ministerie van Economische Zaken waren erg op nazi-Duitsland gericht. Het ministerie eiste in 1933 de gehele handelspolitiek voor zich op en richtte deze meer op Duitsland. Met Economische Zaken gingen de departementen van Defensie, Sociale Zaken en Koloniën meer richting Duitsland kijken, aldus Van Roon.
De hoogleraar betitelt de activiteiten van de ambtenaren als ‘proto-collaboratie’. Van Roon zegt geschrokken te zijn van het materiaal dat hij heeft gevonden. ‘Ik word meer en meer somber over de jaren dertig, al moet gezegd dat in de grensstreken vluchtelingen uit nazi-Duitsland door Nederlandse burgers werden geholpen. Niet alleen de contacten met de Gestapo waren er al vroeg, ook het verzet.’

____________________________________________________________________________________________________________________________

7 januari 2012 om 21:25 | Geplaatst in Uncategorized | Plaats een reactie
Tags: ,

Partij voor de V rijheid
T.a.v. de heer G. Wilders
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG

Zeist, 6 januari 2012

Betreft: Adhesiebetuiging namens BJTWSN voor het verzoek van u en uw collega, de heer De Roon aan de huidige Nederlandse regering om na 66 jaar alsnog excuses aan te bieden aan onze Joodse medeburgers voor de passieve houding van de Nederlandse regering en het toenmalige staatshoofd in ballingschap tijdens de Tweede Wereldoorlog m.b.t. de Jodenvervolging

Geachte heer Wilders,

Namens de Belangenorganisatie voor Joodse Tweede Wereldoorlogsslachtoffers en hun nabestaanden (BJTWSN) wil ik u graag onze waardering en steun betuigen voor het verzoek dat u in wilt dienen bij de huidige Nederlandse regering om na 66 jaar alsnog excuses aan te bieden aan onze Joodse medeburgers voor de passieve houding van de Nederlandse regering en het toenmalige staatshoofd in ballingschap tijdens de Tweede Wereldoorlog met betrekking tot de Jodenvervolging.

Het is naar onze mening belangrijk en goed om eindelijk deze zwarte bladzijde in de Nederlandse geschiedenis eens te gaan erkennen en daarmee werkelijk recht te doen. Teveel Nederlanders hebben vóór, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog zich bitter weinig tot niets gelegen laten liggen aan het lot van – nota bene – onze medeburgers. Door dit wegkijken van de werkelijkheid en door het volledig ontbreken van verantwoordelijkheidsgevoel naar onze naaste burgers toe, heeft de Holocaust plaats kunnen vinden. Zoals de Engelse conservatieve schrijver Edmond Burke het eens zo prachtig heeft verwoord: “Slechte dingen kunnen gebeuren, omdat de zogenaamde goede, welwillende burgers hun mond dichthouden”.

Omdat de rol van de Nederlandse overheid tijdens de Tweede Wereldoorlog naar onze Joodse medeburgers bepaald niet brandschoon is geweest – en dan druk ik mij nog delicaat uit – is na de oorlog het werkelijke gedrag van de toenmalige Nederlandse regering en het toenmalige staatshoofd met de mantel der liefde bedekt of zelfs verzwegen of “weggelogen”. Op deze manier kan nooit een eerlijke beeldvorming van de geschiedenis plaatsvinden. De bekende schrijver Prof. Jaap ter Haar heeft eens gezegd: “Wie zijn verleden niet kent, zweeft gevaarlijk doelloos naar de toekomst toe”. Maar om deze geschiedenis te leren kennen, is het allereerst nodig dat mensen eerlijk in de spiegel van hun eigen verleden kijken. Dat kan echter alleen wanneer men objectief zowel kennis wilt nemen van de goede als de slechte zaken uit het verleden. BJTWSN heeft dan ook een enorm groot respect voor uw moed en die van uw collega om eindelijk, eindelijk, eindelijk dit verzoek om excuses openlijk aan de huidige Nederlandse regering te stellen. U en uw collega doen daarmee de Joodse slachtoffers en de Nederlandse geschiedenis na al die jaren eindelijk volledig recht. Hierbij gesteund door de uitspraken van oud-Minister Zalm (VVD) en van oud-Minister Borst (D66). Wij hopen dan ook van harte dat de huidige VVD- en D66-Fracties naar aanleiding van de opmerkingen van hun oud-bewindslieden uw voorstel van ganser harte zullen ondersteunen. Wij spreken hierbij dan ook de oprechte wens uit dat aan het verzoek van u en uw collega aan de huidige Nederlandse regering volledig recht zal worden gedaan en dat onze huidige Minister-President, de heer M. Rutte (VVD) namens de overheid zijn oprechte en volledige excuses aan onze Joodse medeburgers aan zal bieden.

Namens BJTWSN heb ik op dinsdag, 8 november jl. met twee beleidsambtenaren van de Minister en de Staatssecretaris van VWS, te weten: de heren Floor en Stoffel ons voorstel besproken om Holocaust Remembrance volgens de richtlijnen van de Verenigde Naties van 2005 ook officieel in Nederland te gaan herdenken, zoals dit in de meeste andere landen van Europa reeds het geval is. Ons voorstel dat wij zowel bij de hierboven genoemde beide heren als bij de Minister en Staatssecretaris hebben ingediend, treft u als bijlage bij dit e-mailbericht aan. Wij denken namelijk dat ons voorstel goed aan kan sluiten op uw verzoek aan de Nederlandse regering om excuses voor onze Joodse medeburgers toe, omdat met ons verzoek – na het aanbieden van excuses door de huidige Nederlandse overheid – de herdenking van de Holocaust in ons land op officieel niveau permanent gestalte zal krijgen. Mijn adviseurs en ikzelf zijn uiteraard graag bereid in een persoonlijk gesprek met u, uw collega, de heer De Roon en uw andere PVV-Fractieleden ons voorstel nader aan u toe te lichten en te onderzoeken hoe wij u elkaar daadwerkelijk kunnen steunen bij onze gemeenschappelijke inzet om onze Joodse medeburgers voor eens en altijd volledig recht te doen. Ook zijn wij uiteraard bereid om in een dergelijk gesprek de inhoud onze wetenschappelijke inzichten met betrekking tot de uiterst discutabele houding van de Nederlandse overheid vóór, tijdens en ná de Tweede Wereldoorlog naar onze Joodse medeburgers toe nader aan u toe te lichten.

Tot slot willen wij u, uw collega, de heer Roon en de PVV ons respect betuigen voor de wijze waarop eindelijk sinds vele jaren in de Nederlandse politiek u en uw fractiegenoten het opneemt voor de Joodse Tweede Wereldoorlogsslachtoffers. Wij zijn u dan ook bijzonder erkentelijk voor uw prachtige adhesiebetuiging, die wij van u in het verleden hebben mogen ontvangen (zie bijlage).

Wij willen u van ganser harte heel veel wijsheid en kracht toewensen met al uw fantastische werkzaamheden ten behoeve van onze Joodse medeburgers. Weest u daarbij verzekerd dat velen in onze achterban u daarbij Jahwehs/Gods Zegen toewensen.

Met gevoelens van de meeste hoogachting,
Belangenorganisatie voor Joodse Tweede Wereldoorlogsslachtoffers en hun nabestaanden (BJTWSN)

Anne Louis Cammenga, Voorzitter
Fred IJspeerd, Juridisch Adviseur

CC  Deze mail is in kopie o.a. naar de overige leden van de Tweede Kamer en naar diverse mediakanalen verzonden om daarmee aan te geven dat wij uw actie openlijk steunen.
_____________________________________________________________________________________________

Adhesiebetuiging Geert Wilders, Fractievoorzitter Tweede Kamerfractie Partij voor de Vrijheid 01-10-2007
2 januari 2012 om 12:14 | Geplaatst in Uncategorized | Plaats een reactie

Beste Lezers,

Wanneer u dit leest is de jaarwisseling achter de rug en zijn wij in het nieuwe land 2012 aangeland. Van ganser harte wil ik u allen een in alle opzichten gelukkig 2012 toewensen.

Graag wil ik u meteen in het nieuwe jaar attent maken op een nieuwsberich dat op 30 december jl. op de website www.nu.nl werd geplaatst. Dit bericht toont maar weer eens aan dat het voorkomen en bestrijden van fascisme en antisemitisme ook in de huidige tijd nog steeds actueel en dus van groot belang is.

BJTWSN zal – net als in het verleden – ook in 2012 en daarna zich steeds blijven inzetten om fascisme en antisemitisme te voorkomen en te bestrijden. Dit was, is en blijft dan ook een belangrijk doel van onze organisatie.

Met hartelijke groet,
Belangenorganisatie voor Joodse Tweede Wereldoorlogsslachtoffers en hun nabestaanden (BJTWSN)

Anne Louis Cammenga
Directeur
_________________________________________________________________________________________________________
Hackers halen honderden Nazi-sites offline
Bron nu.nl Laatste update: 30 december 2011 09:21info

BERLIJN – Hackers hebben in de nachtelijke uren van een conferentie honderden websites van neonazi’s en andere extreem rechtse groeperingen offline gehaald.

De actie is bedoeld om in te grijpen waar de overheid dat nalaat. In totaal zou het gaan om ruim tweehonderd websites.
De actie is door een groep in het diepste geheim voorbereid. Tijdens het 28C3-congres van de Chaos Communication Club in Berlijn is in de nachtelijke uren de operatie uitgevoerd.
Naast lezingen zijn er een aantal ruimtes waar hackers kennis delen en onderzoek doen. In dit geval was het doel de nazipropaganda aan te pakken.

Slecht beveiligd
De aanvallen waren succesvol, omdat de honderden websites slecht beveiligd bleken. In een aantal gevallen is alleen de startpagina veranderd. Maar in een aantal gevallen was het lek zo te gebruiken dat de inhoud van de website ook daadwerkelijk van de computer is verwijderd.
In Duitsland zijn veel hackers bezorgd om het opkomend nazisme. Er zijn door het land honderden groepen actief met rechts-extremistische denkbeelden. Een hacker verwoordt dit als ‘iets dat ze eerder hebben gezien toen er een economische crisis was en dit land ook foute keuzes maakte’.
________________________________________________________________________________________________________

Beste lezers en lezeressen,

Ter informatie treft u hieronder de bijzonder vriendelijke reactie aan, die uw direteur en daarmee dus ook uiteraard BJTWSN heeft mogen ontvangen van Mevrouw S. Barry, Chargé d’Affaires van de Ambassade van Noorwegen in Nederland naar aanleiding van de betuiging van deelname namens BJWSN met de nabestaanden, het Noorse staatshoofd, de Noorse regering en het Noorse volk naar aanleiding van de aanslag, die op vrijdag, 22 juli jl. in Oslo heeft plaatsgevonden.

Met gevoelens van de meeste hoogachting,
BELANGENORGANISATIE VOOR JOODSE TWEEDE WERELDOORLOGSSLACHTOFFERS EN HUN NABESTAANDEN (BJTWSN)

Anne Louis Cammenga
Directeur

_________________________________________________________________________________________________
Onderwerp: FW: Condoleancebetuiging namens BJTWSN in verband met de aanslag in Oslo op vrijdag, 22 juli 2011
Datum: do, 01. sep 2011
Van: Barry Siri

Dear Director Anne Louis Cammenga,

On behalf of the Norwegian People, I wish to express my deeply felt appreciation for your kind message.

The Embassy has received a large number of condolences from the Dutch and the international society after the attacks on the Ministries in Oslo and on the youth camp at Utøya.

Please accept our gratitude for this warming testimony of compassion in these difficult times.

Best regards
Siri Barry
Chargé d’Affaires a.i.

_________________________________________________________________________________________________

Belangenorganisatie voor Joodse Tweede Wereldoorlogsslachtoffers en hun nabestaanden (BJTWSN)
De heer A.L. Cammenga
Directeur
Antonlaan 432
3701 VT  ZEIST
Tel.: 030-6939412
Mob.: 06-33685255
E-mail: alcammenga@bjtwsn.org
Website: www.bjtwsn.org

 

Ambassade van Noorwegen
T.a.v. Mevrouw S. Barry
Chargé d’Affaires a.i.
Lange Vijverberg 11,
2513 AC  DEN HAAG

 

Zeist, 31 augustus 2011

Betreft: Condoleancebetuiging namens BJTWSN in verband met de aanslag in Oslo op vrijdag, 22 juli 2011

 
Geachte mevrouw Barry,

Graag wil ik – zoals zojuist afgesproken met uw vriendelijke, hoffelijke telefoniste – U, de Noorse Koninklijke Familie, de Noorse Regering, het Noorse Volk, maar vooral in de allereerste plaats de nabestaanden van de slachtoffers van de afschuwelijke aanslag in Oslo op vrijdag, 22 juli jl. hierbij namens de Belangenorganisatie voor Joodse Tweede
Wereldoorlogsslachtoffers en hun nabestaanden (BJTWSN) onze oprechte deelneming betuigen met het grote en zinloze verlies van zoveel mensenlevens als gevolg van zoveel destructief geweld.

De BJTWSN is diep geschokt door deze aanslag. Het is diep tragisch dat door de aanslag van deze geestelijk ontwrichte man met extremistische ideeën bijna 80 onschuldige mensen om het leven zijn gekomen. Het bewijst maar weer eens – net zoals ook extremistisch gedachtengoed tijdens de Tweede Wereldoorlog dit helaas naar onze Joodse medeburgers toe heeft bewezen – waar extremisme in de praktijk toe kan leiden. Tot volslagen destructiviteit en een zinloos verlies van onschuldige mensenlevens. Overigens denk ik – afgaande op de informatie die via de mediakanalen wordt verstrekt – dat in dit geval deze man een op zichzelf staand individu is geweest, die niet wezenlijk aan één of andere groepering of aan andere personen kan worden gekoppeld. Daarvoor zijn diens uitlatingen en handelingen te ondoorzichtig geweest. Deze louter individuele actie heeft echter rampzalige gevolgen met zich meegebracht en namens BJTWSN betuig ik hierbij dan ook mijn oprechte deelneming aan de nabestaanden van de slachtoffers van deze aanslag; aan het Noorse volk en aan het Noorse staatshoofd en zijn regering met dit onvoorstelbaar grote verlies.

Namens BJTWSN wens ik de nabestaanden dan ook veel kracht en bemoediging toe met de verwerking van dit voor hun zo zware verlies. Moge zij zich daarbij gesteund weten door het wereldwijde oprechte medeleven van miljoenen medeburgers en organisaties – waaronder uiteraard ook BJTWSN – in deze uiterst zware en intens verdrietige tijd.

Met gevoelens van genegenheid en van de meeste hoogachting,
BELANGENORGANISATIE VOOR JOODSE TWEEDE WERELDOORLOGSSLACHTOFFERS EN HUN NABESTAANDEN (BJTWSN)

Anne Louis Cammenga
Directeur

___________________________________________________________________________________________________________________________

Op 17 mei jl. heb ik van de heer S. (Sylvain) Ephimenco, journalist voor het dagblad Trouw voor de rubriek Opinie een bijzonder vriendelijk e-mailbericht ontvangen, waarin hij mij schriftelijk toestemming geeft om het hoofdstuk Schuldvraag over de Jodendeportatie uit het door hem geschreven boek Hollandse Nieuwe te publiceren op de website van onze Belangenorganisatie voor Joodse Tweede Wereldoorlogslachtoffers en hun nabestaanden (BJTWSN). De heer Ephimenco heb ik schriftelijk laten weten dat ik dit hoofstuk Schuldvraag over de Jodendeportatie met grote bewondering en met enorm veel respect heb gelezen, omdat dit hoofdstuk exact die houding van de Nederlandse overheid weergeeft, weertegen onze organisatie zich al jarenlang verzet. Zelf ben ik dan ook van mening dat U als lezer van de website www.bjtwsn.org heel veel nuttige en belangrijke informatie op kunt doen uit dit grondige en degelijke inhoudelijke stuk over de werkelijke schuldvraag van de Jodendeportatie in Nederland. Als directeur van onze belangenorganisatie ben ik de heer Ephimenco dan ook bijzonder erkentelijk dat hij mij in de gelegenheid heeft gesteld om U als lezer/lezeres van onze website dit grondige en degelijke inhoudelijke stuk aan te kunnen bieden en uiteraard heb ik de heer Ephimenco dan ook namens onze organisatie hiervoor schriftelijk onze hartelijke dank overgebracht. Ik wens U als  lezer/lezeres van harte toe dat het U net zo zal vergaan als mijzelf en dat dus U uw ongetwijfeld al aanwezige grote kennis over de werkelijke schuldvraag van de Jodendeportatie nog eens extra zal worden opgefrist en zal worden verrijkt met het lezen van dit briljant geschreven, grondige en degelijke  inhoudelijke stuk.

Met vriendelijke groeten,
Belangenorganisatie voor Joodse Tweede Wereldoorlogsslachtoffers en hun nabestaanden (BJTWSN)

Anne Louis Cammenga
Directeur
_________________________________________________________________________________________________

Van: Sylvain Ephimenco
Verzonden: dinsdag 17 mei 2011 17:14
Aan: Anne Louis Cammenga
Onderwerp: Uw mail

Geachte Anne Louis Cammenga,

Ik dank u hartelijk voor uw mail waarin u om mijn toestemming vraagt voor het gebruiken van het stuk Schuldvraag over de Jodendeportaties. Het stuk dateert overigens uit 1993 en werd eerst in een zaterdagbijlage van het dagblad Trouw gepubliceerd.
Hierbij geef ik u toestemming om het bovengenoemde artikel te gebruiken. Dit, vanzelfsprekend, zonder verdere kosten.

Met een zeer vriendelijke groet
Sylvain Ephimenco

_________________________________________________________________________________________________

Schuldvraag over de Jodendeportatie

De vraag of columnist en regisseur Theo van Gogh wel of niet een anti-semiet is, lijkt al jaren niet relevant in het monsterdebat dat rondom zijn persoon wordt gevoerd. Wat Van Gogh in het diepst van zijn ziel wel of niet is zal de rest van Nederland een rotzorg zijn. De vraag gaat dus niet om wat hij is, maar om wat hij doet, niet om wat hem werkelijk bezielt, maar om wat hij feitelijk schrijft.
Een doorsnee anti-semiet krijgt doorgaans geen toegang tot dezelfde podia waar Van Gogh zijn driften etaleert en, zou het toch zo zijn, dan zou onze doorsnee anti-semiet zich wel twee keer bedenken alvorens zijn ziel voor een breed publiek bloot te leggen. Juist de overtuiging dat Van Gogh en zijn pleitbezorgers dat hij geen geboren jodenhater is, geeft hem in zijn ogen de vrijheid om zich van anti-semitische instrumenten te bedienen. De betwiste uitvallen, ‘grapjes’ en metaforen van Van Gogh hebben allemaal betrekking op de jodenvernietiging, de kampen, de dood. In de verbijsterende wereld van Van Gogh worden suikerzieke joden verbrand om karamel van te maken, copuleren davidssterren in gaskamers, schreeuwt Anne Frank tevergeefs om weggevoerd te worden en krijgt een joodse historica een beurt van dokter Mengele.
Niet de verborgen drijfveren – vulgaire nijd of sluwe Jodenhaat, wat kan het ons schelen? – achter het anti-semitische gedrag van Van Gogh zijn hier relevant, maar het effect ervan op het publiek. Door het onbespreekbare bespreekbaar te maken, urineert Van Gogh niet alleen in een sanctuarium, maar baant hij ook alvast een weg voor alle anderen die na hem zullen komen met – dit keer – duidelijker bedoelingen.
Hoe kan het in godsnaam zo zijn dat journalisten als Willem Breedveld dit niet inzien? Hij schreef ooit op de podiumpagina van Trouw dat Van Gogh ‘de representant is van een nieuwe generatie die niet meer accepteert dat joden en het joodse volk taboe zijn’. Hoe kan men de dubieuze grapjes van Van Gogh ver de meest wrede, omvangrijke en systematische volkerenmoord, die ooit in de moderne geschiedenis heeft plaatsgevonden met een taboedoorbrekende actie vereenzelvigen? Wat Willem Breedveld suggereert is dat het Nederlandse schuldgevoel omtrent het helpen deporteren door Nederlandse ambtenaren van bijna alle joden die in dit land voor de oorlog woonden, is uitgemond in een alles ontziende krampachtige houding jegens de overlevenden en hun nabestaanden. Over joden niets dan goeds, mijmert het hypocriete volk binnenshoofds. Gelukkig maakt de jonge generatieleider Van Gogh hier een einde aan.
Als dit taboe jegens de joden werkelijk bestaat is het niets meer dan de exponent van een ander, omvangrijker en schandelijker taboe: het niet willen erkennen dat niet alleen de geografische ligging (België) of het ss-bezettingsregime de oorzaken zijn voor de omvang van de jodendeportaties in Nederland, maar dat er ook de collaboratie van een flink aantal vleiende overheidsambtenaren was en het dubieuze stilzwijgen van een plunderend deel van de bevolking. Waarom het ene taboetje wel maar het enige echte niet omver halen? Een discussie als die rond Van Gogh jarenlang werd gevoerd, is alleen in Nederland denkbaar, omdat nergens anders in West-Europa de verantwoordelijkheid van de plaatselijke bevolking bij de jodendeportaties zo is weggemoffeld en omgezet in een verstikkend schuldgevoel.
Het was mij allang opgevallen dat in het Nederlandse collectieve geheugen sinds een halve eeuw een schandelijke wond gaapt die maar niet wil helen. Het is alsof uit de massagraven van de Tweede Wereldoorlog gekwelde spoken de levenden met hun verwijten bestoken zonder – tot nog toe – de kans te maken gehoord te worden.
Niet dat de doden door de levenden in de vergetelheid van hun kuilen zijn verdrongen. Ze worden juist via talloze manifestaties en monumenten rijkelijk geëerd en sinds enkele jaren prijken hun namen op twaalf zuilen die in de gedenkruimte van de Hollandse Schouwburg staan opgesteld. In maart 1994 besloot ik mijn klompen aan te trekken om huis te houden in de porseleinkast van de Nederlandse geschiedenis. Bij het dagblad Trouw kreeg ik een hele pagina tot mijn beschikking om wat ik toen als een staaltje van geschiedvervalsing beschouwde aan te kaarten.
Het verbaasde mij dat ondanks een overvloed aan herdenkingen de schimmen nog steeds op de eerste officiële schuldbekentenis een van een Nederlandse autoriteit wachten of op de erkenning dat hun martelgang in zijn krankzinnige omvang niet mogelijk was geweest zonder de medeplichtigheid of passiviteit van vele landgenoten. Sterker nog: het lijkt erop dat met de herinnering aan de meer dan 100.000 Nederlandse joden die in de oorlog zijn vermoord, bewust wordt gemanipuleerd. Op de verkoolde botten uit de kampen heeft een subtiele vorm van geschiedvervalsing zijn fundamenten gelegd en de ondergang van het Nederlandse jodendom wordt zelfs gebruikt om het slachtofferschap van de gehele natie over te belichten. Maar de schaduwen van 100.0000 vernietigde levens vertellen ons een heel ander verhaal dan dat van een door het lot getroffen volk dat, ondanks het dappere verzet van stads- en landgenoten, door een wrede vijand voor driekwart is uitgeroeid.
Het relaas dat men niet graag wilt horen, gaat over Nederlandse ambtenaren die zonder schroom ‘hun’ joden aan de nazi’s hebben uitgeleverd; over de gehoorzame Nederlandse politieagenten die hen uit hun huizen haalden; over de Nederlandse trambestuurders en Nederlandse spoorwegmachinisten die betaald werden om hen af te voeren, over de overgrote meerderheid van de Amsterdammers die onverschillig of gedreven door morbide nieuwsgierigheid, maar in ieder geval passief, de op straat verzamelde joodse stadsgenoten aangaapten. Om maar niet te spreken over al die buurtbewoners die gretig bezit namen van de onder dwang verlaten woningen of de inboedel plunderden voordat de beruchte firma Puls in opdracht van de bezetter zijn ophaalwerk kon verrichten.
Hoewel het percentage afgevoerde joden in mijn eigen land beduidend lager lag dan in Nederland (25% tegen 75%), is Frankrijk niet minder schuldig aan het deporteren van een deel van haar joodse bevolking. Het verschil is dat in Frankrijk, hoewel vaak met tegenzin, met schaamte en meestal zeer moeizaam, het later debat hierover hoe dan ook wordt gevoerd. In Nederland is er tot voor kort geen noemenswaardige discussie ontstaan, omdat de kwestie van medeplichtigheid routinematig en met een zeker cynisme lang werd ontkend.
Het controversiële en misschien eenzijdige portret dat het Duitse weekblad Der Spiegel in 1993 van Nederland maakte, legde toen door de woedende reacties die het hier losmaakte een stoet vraagtekens bloot over de in Nederland nog heersende frustraties, verwrongen schaamte en angsten. Met name de passage waarin de Duitse verslaggever aan het dubieuze Nederlandse oorlogsverleden refereerde was pijnlijk. ‘Dat is ook wat de Nederlandse hun grote oosterbuur zo kwalijk nemen; dat zij zich zo sterk door hem hebben laten compromitteren. Van alle volkeren die in de Tweede Wereldoorlog onder de Duitse wals werden verpletterd, hebben de Nederlanders de grootste moeite zich slachtoffers te voelen. Na de oorlog werden 450.000 Nederlanders geregistreerd die met de bezetter hebben geheuld. De politie werkte bij het oppakken van joden zo effectief mee met de Duitse autoriteiten dat Adolf Eichmann tevreden kon constateren: “in Nederland ging het van een leiden dakje”. (Een andere theorie wil trouwens dat de woorden van Eichmann vooral op de voortreffelijke medewerking van de Nederlandse spoorwegen sloegen. Zo zou hij na de oorlog tegen zijn interviewer Sassen hebben gezegd: “In Nederland verliepen de transporten zo vlekkeloos dat het een lust was om erna te kijken.”)
Hoewel in de vaderlandse media de meeste reacties op het artikel in Der Spiegel negatief waren, klonk hier en daar een voorzichtige roep om eindelijk aan een grote operatie van zelfreiniging te beginnen. In de Volkskrant schreef Rob Aspeslagh van het Instituut Clingendael: “Positief is dat een Duitser zich over ons oorlogsverleden uit. Het doet pijn, dat wij over onze oostgrens heen op de ‘tragische bladzijden’ uit onze geschiedenis gewezen moeten worden. Die tekst uit het artikel mogen wij ons aantrekken. Hij is een discussie waard.” In dezelfde krant, drie dagen later, is hoogleraar Friso Wielenga nog explicieter: “Nog steeds hebben veel Nederlanders de neiging om het verzet uit die jaren op te kloppen tot proporties die weinig van doen hebben met de historische realiteit. Slechts weinigen willen beseffen dat de jodendeportaties uit Nederland inderdaad van een leien dakje gingen.”
Het is verwonderlijk en merkwaardig hoe van tijd tot tijd enkele schaarse stemmen zich boen een zee van stilte en gêne verheffen om op te roepen tot een debat dat maar niet wilt komen. Moed is vereist om tegen de stroom van bangelijke conventies, onwaarheden, compromissen en stilzwijgend aanvaarde mythen een ander geluid te laten klinken. In december 1992 schreef Max Arian in De Groene Amsterdammere wat ik beschouw als een taboedoorbrekend essay getiteld “Nederland deportatieland”. Hij beschreef onder andere een congres van joden die als kind in Nederland waren ondergedoken, een congres dat in Amsterdam in de zomer van 1993 had plaatsgevonden. Voor sommigen van hen die na de oorlog in het binnenland waren gaan wonen, ging het bezoek aan Nederland niet van harte. Hun vroegere vaderland met zijn nette straten en bloempotten voor de ramen, leek zijn verledendiep achter de façade te hebben weggemoffeld, alsof het het huidige Oostenrijkse dorpje Mauthausen betrof. De mens is van nature geneigd om zijn vuile was, zeker wanneer die met bloed en schande is bevlekt, zorgvuldig te verbergen.
Maar in Nederland gaat men veel verder en het vraagstuk van de Jodenvervolging, die men door actieve steun aan de bezetter en door passiviteit in zo’n omvang mogelijk heeft gemaakt, wordt juist overbelicht, maar dan wel met een vertekende en valse schijnwerper. Max Arian gaf hier een voorbeeld van door een jood te citeren die vond dat “Nederland de grootste public-relations-operatie van na de Tweede Wereldoorlog heeft verricht door de wereld met Het dagboek van Anne Frank de indruk te geven dat joden hier allemaal zaten ondergedoken en dat de hele Nederlandse bevolking in het verzet zat’. Max Arian sloot zijn essay af met de rituele oproep: “Nederland heeft nog wel iets te leren uit zijn verleden in vergelijking met dat van zijn buurlanden. Laten wij er na vijftig jaar toch maar eens mee beginnen.”
Waarom wil het maar niet lukken? Waarom is, meer dan vijftig jaar na dato, een democratisch land als dit nog steeds bevreesd om op een volwassen manier met zijn verleden om te gaan? En hoe sterk moet de zelfcensuur niet zijn die hele generaties historici, journalisten en onderzoekers heeft kunnen weerhouden, om door een kritische houding definitief met de leugenachtige fabel van de jodendeportaties uit Nederland af te rekenen? Naar dit specifieke en exclusieve boek heb ik naarstig maar zonder succes gezocht. Wel vond ik enkele moedige boeken als Terugkeer (Dienke Hondius) en vooral de twee indrukwekkende delen van Ondergang, het werk uit 1965 van prof. J. Presser dat “De vervolging en de verdelging van het Nederlandse jodendom 1940-1945” beschrijft. Veelzeggend en symbolisch is dat dit boek en vele andere die over de Jodenvervolging in Nederland en Amsterdam handelen, in sommige Nederlandse bibliotheken zoals in Dordrecht alleen nog op de planken van het land Israël te vinden zijn: alsof de jodendeportaties in Amsterdam al geen deel meer uitmaken van de Nederlandse geschiedenis; alsof het beheer van deze voor Nederland schandelijke problematiek moet worden weggevoerd naar een land dat toen officieel nog niet bestond; alsof de joden nooit echte Nederlanders zijn geweest.
In Ondergang schreef Presser: “De treinen reden, de Duitsers waren in hun schik, Nederlandse agenten hielden toezicht of brachten op, de Joodse raad assisteerde en ondersteunde; Nederlandse niet-joden ergerden zich, hielpen; Nederlandse niet-joden gingen met vakantie; Nederlandse niet-joden leefden voort….”. De auteur citeert ook Het Parool van 10 mei 1942: “En nog leeft een groot deel van Nederlands burgerij rustig verder. Zij horen niets, willen niets weten en zien liefst niets van wat er om hen heen gebeurt.” Vervolgens kan de joodse historicus nauwelijks zijn emoties bedwingen: “Zij wisten niets, wilden niet weten. Hitler maakte dat ook wel erg gemakkelijk voor hen: zij hoefden niet te weten. Het ging allemaal zo geleidelijk. Zo netjes…. Hoe vaak heeft schrijver dezes niet na de oorlog te horen gekregen: Je moet niet vergeten, wat wij allemaal hebben uitgestaan! Hij vergat – en vergeet – het niet.”
Misschien is een van de meest vastberaden maar weinig gehoorde stemmen die de laatste jaren heeft geklonken die van de Amsterdamse historicus J. A.G. Jüngen. Zijn artikel “Une bene, ibi patria?”, opgenomen in het in 1989 verschenen boek Een schijn van verdraagzaamheid, en zijn opiniërende stuk “Ook Amsterdammers bleven grotendeels passief in de oorlog” van mei 1992 in de Volkskrant baarden opzien maar bleven, op enkele brieven en telefonades na, onbeantwoord. “Het is de gemiddelde Nederlander nog steeds niet duidelijk geworden dat Claude Lanzmann …. zijn film Shoah ook in Amsterdam had kunnen opnemen. Ook in de hoofdstad koost de niet-joodse bevolking massaal voor de rol van toeschouwer, terwijl er toch tegen de honderdduizend stadsgenoten werden weggevoerd”, schreef hij.
Historicus Jüngen woont in de Amsterdamse Rivierenbuurt, waar 17.000 joden in de oorlog door de Nederlandse politie en de Duitsers werden opgehaald. Ik besloot hem op te zoeken om zijn stem in mijn Trouw-bijlage te laten klinken. Als wetenschapper en historicus vond Jüngen dat hij iets recht moest zetten. Hij kon “niet uitstaan” dat een aantal coryfeeën binnen hun eigen wetenschap onder druk van allerlei omstandigheden en tradities een beeld van het verleden geven dat niet klopt. “Foute boel, dat beeld moet van tafel”, zei hij gedecideerd. Bij hem krijg ik de bevestiging dat er in Nederland inderdaad geen boek, geen monografie is die de jodendeportaties uit Amsterdam kritisch beschouwt. Wel haalde hij er werken bij zoals Ondergang van Prof. Presser. “Presser is de eerste die erover begonnen is en ook is hij de eerste die om die redenen als historicus is gediskwalificeerd”, vertrouwde de historicus mij toe. Althans, voegde hij daaraan toe, niet voor zijn boek in het geheel, maar voor dat aspect waarin hij Nederland zijn passiviteit jegens de joden verwijt. In een publieke discussie werd in 1965 gezegd dat Presser erg emotioneel was, dat zijn verwijten en zijn felheid een zwakke kant vormen.
Hoewel dikwijls wordt gedacht dat Nederland een principieel land is, blijkt daar weinig van waar te zijn volgens Jüngen: “Nederland is een uitermate praktisch land en als er hier ontwikkelingen zijn die in het buitenland een principiële indruk maken, zijn dat bijna altijd zaken die als het ware door een parallellogram van krachten tot stand zijn gekomen en in het buitenland verkoopbaar zijn. Iedereen heeft er belang bij. Maar Nederland is een bootje waar matrozen en kapitein elkaar niet kunnen ontlopen en elkaar nodig hebben. Je kunt wel conflicten hebben, maar als er werkelijk iets controversieels naar boven dreigt te komen, dan zijn er netwerken die door impliciete druk dit weten te voorkomen.”
Zo’n observatie kwam duidelijk overeen met wat ik zelf tijdens mijn verblijf hier had geconstateerd. Zo moet het, toen de catastrofe van de vernietiging van het Nederlandse jodendom begon door te dringen, ook ongeveer hebben gewerkt: de Nederlandse overlevingsstrategie werd in gang gezet. Historicus Jüngen legde mij uit dat de prominente Nederlanders die zich in Engeland in ballingschap bevonden snel gingen brainstormen over de vraag hoe het na de oorlog verder moest gaan de Nederland en zijn onafhankelijkheid. De Nederlandse bevolking moest na de bevrijding tot elke prijs tot activiteiten worden gebracht die ertoe moesten leiden dat men weer trots kon zijn op het Nederlanderschap, dat Nederland zijn onbedreigde plaats in Europa weer kon innemen. Toen het duidelijk werd dat van de weggevoerde Nederlandse joden bijna niemand het had overleefd, ontstond een gigantisch probleem dat niet in de wederopbouw paste. Men kon binnen de ideologie van “Herrijzend Nederland” geen plaats voor schaamtegevoel vinden, ook niet ten aanzien van offers die van het volk werden verlangd. Daar paste wel saamhorigheid bij, het beeld van een duidelijke vijand en een strikte scheiding tussen goed en kwaad. Voor de erkenning dat men geen poot naar de joden had uitgestoken kon er geen ruimte zijn.
Aangezien de Amsterdamse niet-joodse bevolking, op de Februaristaking en wat individuele verzetsdaden na, weinig had ondernomen om haar joodse stadsgenoten te redden, rijst de vraag of de wapenspreuk “Heldhaftig, vastberaden, barmhartig” in 1947 wel terecht aan de hoofdstad is toegekend. Jüngen had hier ook een uitgesproken mening over: “Die wapenspreuk is expliciet verleend als dank en erkentelijkheid van de Kroon voor het verzet tegen de tirannie. Het is zeker trendsettend geweest voor het beeld dat van de bezetting gegeven moest worden. Op grond van wat feitelijk is gebeurd vind ik dat Amsterdam deze onderscheiding zou moeten terugsturen en zou moeten zeggen: wij hebben hier geen recht op. Natuurlijk zijn er mensen die goede dingen hebben gedaan, maar deze onderscheiding is verleend aan de collectiviteit, aan de 800.000 Amsterdammers van toen waarvan er 100.000 dood vermoord zijn, als dank voor het optreden ten opzichte van die Amsterdammers die dood waren gegaan omdat niemand een poot had uitgestoken. Een schrijnender geval van geschiedvervalsing kan ik mij niet voorstellen. Ook kan ik niet geloven dat er in regeringskringen niemand is geweest die wist dat dit leugens waren.”
De Februaristaking noemde Jüngen ‘een lichtpuntje’ waaraan geen afbreuk moet worden gedaan. “Maar men heeft het blote feit dat gedurende twee dagen de trams niet hebben gereden in de schijnwerpers geplaatst onder weglating van het andere feit dat gedurende al die jaren de trams wel hebben gereden. Hetzelfde personeel dat in februari 1941 door de communistische leiding van uitrijden kon worden afgehouden, heeft later, simpelweg, met zijn trammetjes de joodse Amsterdammers naar het Muiderpoortstation vervoerd. Men heeft dus een zeer optimistische interpretatie van de Februaristaking aan het imago van Amsterdam opgehangen en ieder jaar rijd de “verzetstram” door de hoofdstad waarin schoolkinderen plaats kunnen nemen om bedot, besodemieterd en in feit geïndoctrineerd te worden.”
Over bedrog gesproken: bij mij komt de herinnering boven aan een gebeurtenis die zich twintig jaar geleden heeft afgespeeld. Ik zat in mijn klas, op een school in Zuid-Frankrijk, en luisterde aandachtig naar mijn leraar geschiedenis. De professeur d’histoire vertelde over la courageuse Hollande dat bijna verpletterd was onder de nazilaarsen, over het Nederlandse volk dat, hoewel cultureel verwant aan het Duitse, had geweigerd samen te werken met de bezetters en de kant van het verzet had gekozen, over de Nederlandse joden die als represaille massaal werden vernietigd. Nog tijdens het redigeren van dit boek hoorde ik een Franse journalist op de radiozender France Inter beweren dat het jammer was dat de Fransen tijdens de oorlog geen voorbeeld aan de Nederlanders hadden genomen. Want de moedige Nederlanders hadden als leeuwen gevochten, zich verzet en hun joden in bescherming genomen. Nu dringt het besef tot mij door dat als er ooit een correctie over de Nederlandse beleving van de oorlog plaatsvindt, dit niet zonder gevolgen kan zijn voor de perceptie die het buitenland van Nederland heeft. Misschien vormt dit vooruitzicht een soort extra rem om het debat aan te gaan.
In ieder geval wordt elke vorm van kritiek van buitenaf over deze kwestie als een schandelijke inmenging beschouwd, als smaad of als een perverse neiging het gidsland onderuit te halen. Het duidelijkste voorbeeld hiervan dat ik heb meegemaakt vloeit voort uit een artikel dat ik op 10 maart 1995 voor het Franse dagblad Libération schreef. Vijf dagen na publicatie van ‘Le souvenir honteux de l’holocauste en Hollande’ klom Henry Wijnaendst, Nederlandse ambassadeur in Parijs, in de pen om zich bij hoofdredacteur Serge July van Libératin over mij te beklagen. Een hoogst uitzonderlijke actie van de diplomaat, die de gevoeligheid van het onderwerp benadrukt. In zijn brief aan ‘Monsieur le directeur et cher ami’ Serge July protesteerde Wijnaendst over mijn ‘gebrek aan subtiliteit en partijdigheid’. Je kunt je natuurlijk afvragen wie die partij is voor wiens belangen ik mij, volgens Wijnaendst, had ingespannen. Een anti-Nederlandse lobby? Een joodse lobby? De Nederlandse ambassadeur vond dat mijn artikel ‘kwetsende zinnen bevatte ten aanzien van de talloze Nederlanders die zich actief hebben ingespannen om de bezetter te bestrijden en om het leven van joodse landgenoten te redden’. Hij voegde hieraan toe: ‘velen hebben dit met hun leven bekocht of, als ze het hebben overleefd, lijden ze vandaag nog steeds’.
De woorden van de ambassadeur illustreren perfect wat ik probeer aan te geven. Dat wil zeggen dat het geringe deel van de Nederlandse bevolking dat zich tijdens de bezetting dapper heeft gedragen, impliciet een leeuwendeel wordt, een maatstaf. Niet het lot van de omgekomen joden en de omstandigheden, waaronder ze werden gedeporteerd beroeren Wijnaendts, maar ‘het leed’ van de niet-joodse Nederlanders die zich voor hun ‘joodse landgenoten’ hebben ingezet. Over de joden zelf is er geen zin, geen letter van compassie in de brief uit de Ambassade Royale des Pays-Bas terug te vinden.
In feite nam de Nederlandse vertegenwoordiger mij kwalijk dat ik als een soort klankbord had gefungeerd door de meningen van anderen, die voor intern gebruik waren bedoeld, in het grote buitenland aan de grote klok te hangen.
In mijn Libération-artikel werden voornamelijk Nederlanders geciteerd. De journalist Geert Mak, de historici Hilbrink en …. de koningin. Want tussen mijn bijdrage aan Trouw, waarin ik mij verbaasde over het gebrek aan erkenning van het probleem aan de kant van de Nederlandse autoriteiten, en mijn stuk in Libération was iets noemenswaardig gebeurd. Koningin Beatrix had tijdens haar kersttoespraak van 1994 de stilte eindelijk doorbroken, weliswaar met bedekte termen, maar toch: ‘Het scherpe beeld van goed en fout dat nu zo dikwijls ons oordeel over de oorlog bepaalt, berust op wijsheid achteraf. Toen was alles minder duidelijk. Het verzet was niet algemeen; immers de meesten verkozen zo gewoon mogelijk te leven in de hoop vooral zelf te overleven. Hun ogen keken daarom soms de andere kant op wanneer op klaarlichte dag duistere dingen gebeurden.” Later, tijdens een bezoek aan Israël, zou Beatrix in een toespraak nog explicieter worden.
Op de schouders van ambassadeur Wijnaendts rustte een zware taak. Hoe kun je protesteren tegen een artikel waarin Nederlandse publicisten, historici en het staatshoofd zelf worden geciteerd om de tekortkomingen van niet-joodse Nederlanders tijdens de bezetting te illustreren? Wijnaendts moest tijdens het schrijven van zijn brief wel woedend zijn geweest en daardoor verblind. Anders had hij niet als enig voorbeeld van mijn ‘tendentieuze woorden’ het citaat van de jood uit het essay van Max Arian gekozen, die beweerde dat ‘Nederland de grootste public-relations-operatie van de na de Tweede Wereldoorlog heeft verricht door de wereld met Het dagboek van Anne Frank de indruk te geven dat joden hier allemaal zaten ondergedoken.’ In Libération waren de aanhalingstekens niet weggevallen. Maar vanuit zijn positie kon Wijnaendts zelfs de mening van een betrokkene niet gebruiken. Wat doet de mening van een geëmigreerde jood ertoe?
Verder is er nog de vraag hoe het komt dat de joodse overlevenden en hun kinderen nooit werkelijk aanstalten hebben gemaakt om het vertekende beeld zelf te corrigeren. Natuurlijk kreeg na de oorlog de joodse gemeenschap van overheidswege een overvloed aan pleisters om haar wonden aan het oog te onttrekken en kreeg Amsterdam, dat bijna geen joden meer telt, vanaf de jaren zestig uitsluitend joodse burgemeesters, natuurlijk werd aan een joodse historicus het prestigieuze voorrecht toegekend om de geschiedenis van Nederland in de Tweede Wereldoorlog te schrijven, zodat er bijna geen ruimte voor anderen overbleef. Zo werd misschien een mogelijke joodse rebellie tegen de officiële waarheid geïntegreerd en dus in de kiem gesmoord. Kun je het Lou de Jong kwalijk nemen dat hij zijn immense verdriet niet in zijn werk heeft laten prevaleren maar extra afstandelijk en met een overmaat aan voorzichtigheid te werk is gegaan? Maar hoe zit het met zijn uitgesproken loyaliteit ten opzichte van zijn opdrachtgevers en zijn gebrek aan onafhankelijkheid, zoals blijkt in het Indonesisch hoofdstuk toen hij onder druk van een oud-strijderslobby zijn visie moest corrigeren. In het deel van de tv-serie De Bezetting dat de Jodendeportatie behandelt laat de historicus P. Tania een aantal redenen opsommen als uitleg voor het ongekend grote aantal joden dat uit Nederland is afgevoerd in vergelijking met andere Europese landen. Op de eerste plaats komt de ongunstige geografische ligging van het land, dan de ss-structuur die de bezettingsmacht kenmerkte, gevolgd door het gebrek aan verzet van de kant van de Joodse Raad. Pas dan, als vierde oorzaak, merkt de presentator op: ‘Er zijn bezette landen geweest waar de regeringen hebben geweigerd alle of althans een deel van de joden uit te leveren: Finland, Roemenië, Bulgarije, Frankrijk.’ Met andere, voorzichtige, maar toch ook niet uitgesproken woorden: Nederland niet. Als zesde en laatste reden verklaart de presentator als een soort terzijde: ‘Onze overheid heeft de vervolger met punctualiteit de diensten bewezen die hij eiste. Zij heeft daar betaling voor aanvaard, geld afkomstig van de gedeporteerde joden.’
Niet onvermeld mag blijven dat de motivatie van niet-joodse Nederlanders om hun joodse landgenoten werkelijk te hulp te schieten, afgemeten zou kunnen worden aan het gebrek van enthousiasme dat in het land heerste toen de stoet van overlevenden naar huis terugkeerde. Er was zelfs sprake van een epidemie aan anti-semitisme in Nederland. Prof. Presser noemt als voorbeeld in Ondergang tal van kwetsende opmerkingen die de overlevenden naar het hoofd werden geslingerd: ‘De goede joden zijn dood, de slechte zijn teruggekomen’, ‘hoezeer hetgeen tijdens de bezetting is geschied, weerzin wekt, toch is het maar goed dat wij ze kwijt zijn’ en Presser concludeert: ‘Alsof Auschwitz en Treblinka nooit hadden bestaand, gingen tallozen weer over tot de orde van de dag, onverschillig, ja, met afkeer vervuld tegenover degenen, die het hadden overleefd, de joden in de steek latend in een gevoel van eenzaamheid, rouw en onveiligheid….’ Om een nog beter idee te krijgen van deze op zijn zachtst gezegd karige ontvangst moet men het onthutsende boek van Dienke Hondius ‘Terugkeer – Antisemitisme in Nederland rond de bevrijding’ lezen.
Recentelijk heeft Nanda van der Zee ‘Om erger te vorkomen’ gepubliceerd. Het boek dat de volgens de auteur passieve rol van Wilhelmina jegens de deportatie van Nederlandse joden uitvoerig aan de orde stelt, heeft een vloed van kritiek over zich heen gekregen. Ook al is een deel van de kritiek misschien gerechtvaardigd, de felheid waarmee ze wordt geuit, laat zien dan een halve eeuw manipulatie van de schuldvraag betreffende de moord op de Nederlandse joden diepe sporen in de geesten heeft achtergelaten.

Extra toevoeging van Anne Louis Cammenga:
Het is inderdaad waar dat Beatrix in 1994 de houding van de Nederlandse overheid en van de Nederlandse burgers tijdens de Tweede Wereldoorlog naar de joodse bevolking en medeburgers indirect tijdens haar kersttoespraak heel bedekt aan de orde stelde en dit later tijdens haar staatsbezoek aan Israel meer expliciet heeft gedaan. Toch kwam hier veel kritiek op. Velen verdachten Beatrix ervan dat zij op deze wijze o.a. het SS- en SA-lidmaatschap van haar vader Bernard van Lippe Biesterfeld en het gedrag van de overige leden van haar familie met betrekking tot de Tweede Wereldoorlog goed wilde praten. Ook vonden velen dat het erg goedkoop en gemakkelijk van Beatrix om deze woorden tijdens haar kersttoespraak en later tijdens haar staatsbezoek aan Israel te uiten. Zij was immers met haar familie gelijk aan het begin van de Tweede Wereldoorlog naar Londen gevlucht en had – eveneens als familie – de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog nooit direct aan den lijve hoeven voelen. Hetgeen voor vele Nederlanders en dan uiteraard met name de joodse bevolking en medeburgers uiteraard wel het geval is geweest. Dit alles neemt echter niet weg dat zij inderdaad deze woorden heeft gesproken en daarmee – zij het minimaal – heeft getracht de werkelijke houding van de Nederlandse overheid en van de Nederlandse burgers tijdens de Tweede Wereldoorlog te benoemen.